Het boek is als het wiel: niet te verbeteren

Uit 'Livres des propriétés des choses' (ca. 1416), van Barthélemy l'Anglais (Illustratie uit besproken boek.)

Umberto Eco, een verwoed verzamelaar, schreef een duizelingwekkend boek over zijn fascinatie voor lijstjes en opsommingen. In een gesprek met de al even erudiete filmer Jean-Claude Carrière gaat Eco vervolgens in op de actuele vraag of de traditie van het boek stand kan houden tegenover internet. Is die ongebreidelde bron van kennis trouwens niet zélf de Moeder aller Lijsten?

Naast een ongelofelijk productieve intellectueel, semioticus en romanschrijver is Umberto Eco (1932) een verwoed verzamelaar van boeken, vooral oude boeken die te maken hebben met ’onjuiste, bizarre, occulte wetenschap, en met imaginaire talen’. In zijn laatste publicaties, in het bijzonder de Geschiedenissen van de Schoon- en Lelijkheid en deze nieuwe ’Betovering van lijsten’, lijkt hij met deze verzamel- en rubriceer-manie ook te werken aan een soort intellectueel testament.

Het kernwoord uit de oorspronkelijke titel van ’De betovering van lijsten’ geeft goed weer wat er gebeurt bij het lezen van dit bijzonder fraai vormgegeven boek: vertigine, het gaat je duizelen. Meer nog dan in de voorgaande Geschiedenissen van de Schoon- en Lelijkheid, heeft Eco hier namelijk een werkelijk virtuoze compilatie geschapen van de vele manieren die de westerse literatuur heeft bedacht om het ontelbare, het oneindige en het onzegbare onder woorden te brengen.

Aangezien Eco de oorspronkelijke lezingen in het najaar van 2009 hield voor het Parijse Museum het Louvre, worden zijn becommentarieerde literaire lijsten ook nog eens prachtig aangevuld met ontelbare voorbeelden uit de beeldende kunst van alle tijden waarin soortgelijke thema’s terugkeren.

De fascinerende boog van Eco’s literaire lijsten-eruditie begint, voor sommige lezers waarschijnlijk nog redelijk overzichtelijk en vertrouwd, met Homerus’ beschrijving van het schild van Achilles, zijn eindeloze opsomming van de Griekse schepen en vele andere antieke en laatantieke voorbeelden, maar al snel sleurt de bevlogen Eco ons mee in zijn labyrintische Bibliotheek. We raken betoverd door glinsterende beschrijvingen van overladen middeleeuwse schatkamers en barokke curiositeitenkabinetten, dwalen doelloos mee met lijstenmakers par excellence zoals Rabelais, Joyce, en Georges Perec, en uiteindelijk ploffen we honderden pagina’s later neer in Borges’ duizelingwekkende, allesomvattende Bibliotheek van Babel.

Veel van deze lijsten zijn opsommingen die het oneindige suggereren en Eco’s lijst van lijsten verwijst naar eenzelfde oneindigheid en onuitputtelijkheid: zijn verzameling van lijsten is een nieuwe lijst.

Enigszins duizelingwekkend zijn ook de gesprekken die Eco heeft gevoerd met scenarioschrijver, acteur en filmkenner Jean-Claude Carrière over de waarde, de geschiedenis en de toekomst van boeken. Ook in het verslag van deze gesprekken wordt zoveel ter tafel gebracht dat het de lezer af en toe een beetje te machtig wordt. Leeftijdgenoten Eco en Carrière zijn beiden dinosauriërs van de gevestigde boeken- en beeldcultuur, bezitten indrukwekkende en kostbare boekencollecties, en zijn allebei onwaarschijnlijk erudiet. Het is geen toeval dat de persoon en geschriften van de zeventiende-eeuwse Athanasius Kircher meermalen opduiken: Kircher, ook wel de laatste Renaissancemens genoemd, stond bekend als een wandelende bibliotheek die meer dan veertig boeken schreef over de meest uiteenlopende wetenschappelijke disciplines.

Door hun bijzondere kennis van en liefde voor boeken zijn de gesprekken al bij voorbaat buitengewoon interessant, maar ze krijgen ook nog eens de nodige verbreding omdat Carrière de invalshoek van de film, zijn eigenlijke specialisme, zeer frequent in stelling brengt.

Daarnaast is er een gelukkige geografische verdeling van kennis over de twee gesprekspartners: het zwaartepunt van Eco’s kennis ligt duidelijk in de westerse cultuur, terwijl Carrière zeer veel afweet van de culturen uit Zuid-Amerika en Azië.

Met benijdenswaardige nonchalance etaleren de twee om beurten hun kennis en inzichten over de meest uiteenlopende onderwerpen. Gelukkig kun en moet je als gewoon mens nooit alles lezen en zien. Steeds opnieuw benadrukken Eco en Carrière dat alle cultuur het resultaat is van rigoureuze, maar soms ook toevallige filtering en selectie.

Deze twee basisprincipes staan in schril contrast met de ongefilterde en ongeselecteerde karrenvrachten informatie die internet over ons heen stort. Het World Wide Web heet in Eco’s lijstenboek niet voor niets de ’Moeder aller Lijsten’. En een interessant deel van de gesprekken tussen Eco en Carrière gaat juist over de spanning tussen een door eeuwen geschiedenis, toeval en selectie voortgebrachte woord- en boekencultuur en de jonge, ongrijpbare, nog niet uitgekristalliseerde informatie- en beeldcultuur.

Deze spanning klinkt ook door in de veel gehoorde stelling van futurologen dat e-book-readers en soortgelijke technologische ontwikkelingen het einde inluiden van gedrukte boeken.

Eco’s antwoord op de moderne techniek is ontluisterend simpel: „het boek is als het wiel”, een uitvinding die niet te verbeteren valt en dus ook nooit zal verdwijnen. Informatiedragers van een paar decennia oud zoals muziekcassettes en floppy-disks zijn paradoxaal genoeg minder toegankelijk dan eeuwenoude boeken die je meteen kunt openslaan en lezen, stelt Eco duidelijk zelfvoldaan.

En zijn gesprekspartner lijkt het met hem eens wanneer het gaat over het conflict tussen beeld- en woordcultuur. Dat lijkt te worden beslecht in het voordeel van het geschreven woord: „Als je wilt dat men zich je herinnert, dan moet je schrijven. Schrijven en ervoor zorgen dat je geschriften niet in een of andere vlammenzee verdwijnen.”

Niet altijd is de lofrede op het boek zo duidelijk hoorbaar als in deze fragmenten, maar over het algemeen proef je in deze gesprekken wel een nostalgische fascinatie met tijden waarin boeken, teksten en taal nog echt magisch, heilig en allesbepalend konden zijn. Het is opvallend dat deze fascinatie ook veel recente bestsellers lijkt te dragen, van Dan Browns ’Da Vinci Code’ tot Carlos Ruiz Zafóns ’De schaduw van de wind’. Vijfentwintig jaar geleden leek het alsof de digitale revolutie de magie van boeken kon overnemen, maar zover is het nog niet.

Uit 'Livres des propriétés des choses' (ca. 1416), van Barthélemy l'Anglais
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden