Review

Het boek, het net en het historisch besef

Van 30 oktober tot 7 november viert 'Nederland' de week van de geschiedenis. In menige stad en in menig dorp zal er iets historisch te beleven zijn. De week wordt vanavond geopend met 'De nacht van de geschiedenis', een groot feest in Madurodam. Maar het hele feest is uit bezorgdheid geboren: Nederlanders lezen te weinig en weten dus ook te weinig wie ze zijn en waar ze vandaan komen, denken historici. Klopt het?

Waar kenners klagen over het gebrekkige historisch besef van Nederlanders laten ze vaak het woord 'ontlezing' vallen. Door de teruglopende verkoop van boeken en kranten wordt er steeds minder geschiedenis geconsumeerd, is het idee. Maar op internet wordt steeds meer verleden beleefd.

Het gesignaleerde gebrek aan historisch besef en historische kennis ligt volgens de groep der bezorgden aan de wortel van allerlei maatschappelijke vraagstukken. Een kort geheugen vreet aan de basis van de democratie, die actieve burgers eist. Het leidt tot een gebrek aan inlevingsvermogen in de ander, door tijd en ruimte heen, het vreet aan het sociale gezicht van de samenleving. Gebrek aan historisch besef helpt ook niet mee de vorm en inhoud van de Nederlandse samenleving realistisch te waarderen. Enzovoorts, en zo verder.

Bij het zoeken naar de oorzaken van het probleem wordt vaak verwezen naar de ontlezing. Met de komst van nieuwe massamedia veranderden de interesses en sociale gedragingen van mensen in snel tempo, waarbij boek en krant in een competitie verwikkeld zijn geraakt met nieuwe media. Regelmatig werd hierover de doemklok geluid: de instant informatievoorziening van internet zou de krant en het boek aan het vervangen zijn.

Nu internet inmiddels een rustige, eigen plek heeft veroverd, kan de schade worden overzien. En die valt voor het vak geschiedenis reuze mee. Hoewel nog geen structureel onderzoek is gedaan in deze richting, lijkt het veilig te stellen dat voor geschiedenis hetzelfde geldt als voor andere onderwerpen: internet is niet bedreigend voor gedrukte media, maar aanvullend. Dat kan gerust letterlijk genomen worden: de verschillende handboeken geschiedenis die in het onderwijs worden gebruikt, zijn tegenwoordig vrijwel allemaal multimediaal. Het boek is de basis, maar een website een standaardaanvulling.

Een boekenliefhebber die vandaag voor het eerst internet op zou gaan om te zien wat er aan geschiedenis te vinden is, zou zich uitstekend thuisvoelen in de nieuwe wereld: veel van wat er in gedrukte vorm al bestond, is inmiddels ook digitaal te vinden. Historische boekteksten (vrijwel nooit de nieuwe titels, wat op zichzelf het overleven van het boek al garandeert) staan er naast collecties gedigitaliseerd archiefmateriaal. Historische beeldbanken staan naast tijdschriftachtige websites over geschiedenis, en ook favoriete afleveringen van 'OVT' of 'Andere Tijden' zijn via internet nog te beluisteren en bekijken.

Bij dit soort websites tekent zich een duidelijke meerwaarde af ten opzichte van de oude media: oude afleveringen blijven tot in lengte van dagen raadpleegbaar, en worden gecombineerd met informatie die in de programma's niet voorkomt.

De meeste Nederlandse archieven, bibliotheken, musea bedienen zich inmiddels van het web. Op de site van het Rijksmuseum bijvoorbeeld is een groot deel van de collectie digitaal te raadplegen, en op de site van het Nationaal Archief is het heerlijk grasduinen door de collectie foto's.

Een opvallende ontwikkeling in de afgelopen jaren is de opmars van websites die zich met lokale geschiedenis bezighouden. Hier blijkt internet een ideaal platform voor zowel amateurhistorici als regionale historische instellingen: met een kleine investering is al snel de geschiedenis van stad of streek voor eenieder openbaar te maken. En als er grote investeringen worden gedaan, heeft het al snel het effect van een openbaring. Zo heeft het gemeentearchief Amsterdam een deel van de collectie stadsfoto's online gezet, met een zoekfunctie op straatnaam. Elke Amsterdammer kan op de eigen straat zoeken, genieten van de vele oude foto's van zijn of haar buurt en die eventueel bestellen om trots aan de muur te hangen: kijk, zo was het hier vroeger.

Op deze en veel andere manieren kan er heel wat verleden beleefd worden op internet. Bezoekcijfers van websites tonen aan dat historische sites ook duidelijk in een behoefte voorzien. Sterker nog: het bezoek bereikt mensen die niet per se boek en krant gebruiken om informatie te vinden. De homo digitalis zoekt en vindt wat zijn of haar belangstelling heeft, en kan dat via internet soms efficiënter doen dan via de bibliotheek.

De stelling dat er een ondubbelzinnige ontlezing aan de gang zou zijn, klopt niet. Het valt zelfs vol te houden dat internet inmiddels een steentje bijdraagt aan het in stand houden van het historisch besef. Menig Nederlander stelt zichzelf namelijk de ene na de andere historische vraag, en vindt in toenemende mate het antwoord bij gespecialiseerde historische websites.

Helaas is er nog een groot manco: er zijn veel te weinig professionele historici op het web actief, druk als zij zijn met het bewandelen van traditionele academische paden. Dit is dood- en doodzonde. Het zou prachtige en spannende websites op kunnen leveren als hun kennis en inzichten op een moderne manier vormgegeven zouden worden. De kennis is er, de maatschappelijke vraag ook. Nu nog de wil om eens creatief na te denken over (her)gebruik van wetenschappelijk materiaal voor een groter publiek dan de bleekneusjes in de ivoren toren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden