Het boegeroep klonk in Parijs zelden zo lang en luid zoals bij Berlioz’ Trojanen

De koninklijke familie van Priamus Beeld Vincent Pontet

Dmitri Tsjerniakovs nieuwe enscenering van ‘Les Troyens’, de officieuze opening van het Berlioz-jaar, zorgde dit weekend in Parijs voor een zwaar ontstemd publiek. Dankzij dirigent Philippe Jordan bleef Berlioz’ muziek gelukkig overeind.

 Het Berlioz-jaar is beroerd begonnen. Met ongekend kabaal bovendien. In de Parijse Opéra Bastille werd een nieuwe enscenering van ‘Les Troyens’, het magnum opus van Hector Berlioz, onthaald op een orkaan van afkeurend, zelfs woedend geschreeuw. Dit boosaardige brullen – hurler zoals de Fransen zeggen – was bestemd voor de Russische regisseur Dmitri Tsjerniakov. De sfeer was zo agressief dat het leek alsof de Bastille opnieuw bestormd zou worden. Het massale boe-geroep hield maar aan, en aan, en aan. Luider, langer en laaiender klonk het boe hier zelden, en de Parijzenaars hebben toch een behoorlijke reputatie op dat gebied.

Maar aan het eind van een lange, verhitte avond kon er gelukkig meer opgetekend worden dan alleen kommer en kwel. Philippe Jordan, chef-dirigent van de Opéra National de Paris, werd geheel terecht al even luid, lang en laaiend toegejuicht, alsmede de meeste zangers. Jordans interpretatie van Berlioz’ kolossale en revolutionaire ­partituur was ronduit geniaal. Timing, dramatisch inzicht, gevoel voor die ­speciale kleur en ritmiek van de ­componist – Jordan toverde het allemaal uit zijn sierlijke en precieze handen en had een fantastisch spelend orkest en een ­superbe zingend koor tot zijn beschikking.

Wel jammer dat hij niet de complete partituur dirigeerde. Juist in dit aan Berlioz opgedragen jaar (op 8 maart is het 150 jaar geleden dat hij stierf) zou het toch om hém, en om elke maat van zijn utopische opera moeten gaan? Als die verschillende, soms storende coupures hem opgedrongen zijn door de conceptuele regisseur Tsjerniakov dan is Jordan niet minder dan een slapjanus. Maar wellicht werd het snoeimes in nauwe samenwerking gehanteerd. Hoe dan ook, de schitterende balletmuziek in de vierde akte – zo ongeveer de beste ooit geschreven – verdween in de prullenbak, alsmede het revolutionaire en shakespeariaanse duet tussen de twee schildwachten een akte later, en de nog niet zo lang geleden teruggevonden, superinteressante scène met de Griekse spion Sinon. Zo zonde allemaal.

Mislukte tweede deel

Maar het was vast niet daarom dat de Fransen zo boos waren, want zo fijntjes zijn ze zelf nou ook niet omgegaan met hun componist, die zelf ‘Les Troyens’ door die gallische onverschilligheid nooit in zijn geheel zou horen. Nee, de afkeuring gold Tsjerniakovs keuze om aktes drie, vier en vijf, die spelen in Carthago, te situeren in een kliniek voor geestelijk en lichamelijk getraumatiseerde oorlogsslachtoffers. Niks prachtige paleizen en tuinen van koningin Didon, maar ruim tweeënhalf uur aankijken tegen een onveranderende activiteitenruimte inclusief groepsleiders in rode hesjes, saaie tafeltjes en stoelen, een receptiehok achter glas, een pingpongtafel en een drank- en snoepautomaat.

Ekaterina Sementsjoek (Didon) in de bezigheidsruimte van de kliniek met haar activiteitenbegeleiders. Beeld Vincent Pontet

Weg was die onvergelijkbare betovering die Berlioz weet op te roepen in het schitterende, zwoele septet aan het eind van de vierde akte, weg de ultieme schoonheid van een van de mooiste liefdesduetten ooit geschreven. Ekaterina Sementsjoek (Didon) en Brandon Jovanovich (Énée/Aeneas) probeerden van dit ‘Nuit d’ivresse et d’extase infinie’ zo mooi mogelijk zingend nog wat te maken, maar ze zaten getraumatiseerd, ieder steeds aan een ander tafeltje. Ze raakten of keken elkaar niet aan. De twee waren in een soort therapeutische sessie ‘Dido en Aeneasje’ aan het spelen, niet echt wezenlijk contact zoekend met elkaar. 

Ook wij als toeschouwers waren totaal niet geïnteresseerd in deze personages, ze deden immers slechts een rollenspel. Wat een doffe en suffe ellende heerste er een paar uur lang op het grote toneel van de Bastille. Je voelde haast de onrust en het ongemak in de bomvolle zaal stijgen.

En de avond was nog wel zo spectaculair goed begonnen. Berlioz volgt in zijn op Vergilius gebaseerde opera de Trojanen tijdens de belegering en val van hun stad Troje – met het beruchte paard – tot aan Aeneas’ verliefdheid en zijn onverwachte vertrek van het hof van Carthago. Die eerste twee akten waren ronduit sensationeel op toneel gezet door Tsjerniakov. Het toneel is verdeeld in een grauwe, betonnen stad onder belegering aan de linkerkant, en als inzet rechts een mooi verlichte kamer met houten lambrizering. Daar in die sjieke ruimte komen in stilte de leden van de familie van koning Priam (Priamus) binnenlopen, schitterend aangekleed, ieder met een eigen kleur. Boven hen wordt geprojecteerd hoe ze heten en wat hun onderlinge verhoudingen zijn. Daarboven loopt een rode lichtkrant waarop nieuwsflitsen over het beleg van de stad langskomen.

Tsjerniakov voert hier ook Énée’s vrouw Créuse (oudste dochter van Priam en Hécube) ten tonele, hoewel ze in de opera niet voorkomt. Ze gaat gekleed in kanariegeel, net als Didon een paar aktes later. Hadden we misschien hier iets in moeten ontdekken? Was Didon misschien een spookbeeld van Énée, een getraumatiseerde projectie van zijn overleden Créuse?

Ontstemd publiek

Als zieneres Cassandre, dochter van Priam, haar eerste zorgen over het Griekse paard uitspreekt, doet ze dat bij een camerateam dat in de grauwe stad een reportage maakt. Daar meteen al is Stéphanie d’Oustrac de gedroomde Cassandre, met de juiste hysterie in haar expressieve stem. Als de val van Troje een feit is gaat zij met de andere Trojaanse vrouwen brandend haar einde tegemoet. Spectaculaire beelden. 

Al eerder was er een brandende man (de geest van Hector) omineus over het toneel gelopen. Met deze Cassandre kon je je als toeschouwer prima identificeren, net als met haar geliefde Chorèbe (schitterend gezongen door Stéphane Degout), en haar hele disfunctionele koninklijke familie, waarbij Tsjerniakov ook terloops even incest aanstipt. Als referenties staan in het programmaboek verschillende foto’s van ‘heersende’ families afgedrukt, ook die van een 60-jarige Juliana met haar gezin op het bordes van Soestdijk. Met al deze mensen in de eerste twee aktes had je een sterke connectie, met de gedemystificeerde zielen in de drie aktes erna was er nul komma nul rapport.

Vroeger voerden ze deze twee eerste aktes als ‘La prise de Troie’ weleens als aparte opera op, los van de Carthago-aktes. Het zou in dit jubeljaar onrecht hebben gedaan aan het genie van Berlioz, maar als men in Parijs hiertoe zou hebben besloten, was het succes gigantisch geweest. Nu kwam er dat mislukte tweede deel achteraan. Waarin het meest bekende stuk uit de opera, de pantomime ‘Chasse royale et orage’ afgedaan werd door groepsleiders en patiënten kartonnen borden op te laten houden waarop geschreven stond, u raadt het al: ‘Chasse’, ‘Royale’ en ‘Orage’. Die ‘orage’ kwam later dan toch nog echt, van het ontstemde publiek.

Dmitri Tsjerniakov

De Russische regisseur Dmitri Tsjerniakov (Moskou, 1970) geldt als een van de eigenzinnigste operaregisseurs van dit moment. Bijna altijd ontwerpt hij de kostuums en de monumentale decors voor zijn producties zelf. Zijn opvallende carrière begon in zijn thuisland in het Bolsjoi Theater in Moskou. Bij De Nationale Opera leverde hij sensationele ensceneringen af van Rimski-Korsakovs ‘Legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronia’ en Borodins ‘Prins Igor’, beide zeer goed ontvangen.

In Brussel ontleedde hij Verdi’s ‘Il trovatore’ op een intrigerende manier, en hetzelfde deed hij met Mozarts ‘Don Giovanni’ en Bizets ‘Carmen’ in Aix-en-Provence. In Parijs ensceneerde hij eerder Tsjaikovski’s ‘Iolanta/Notenkraker’ en Rimski-Korsakovs ‘Snegoerotsjka’. Later dit seizoen is in Brussel ‘Het sprookje van tsaar Saltan’, ook van Rimski-Korsakov te zien.

‘Les Troyens’ is t/m 12 februari nog vijf keer te zien in de Opéra Bastille in Parijs. www.operadeparis.fr

Lees ook: 

Berlioz, de roodharige, Franse ragebol, verdient op zijn minst een straatnaambord

Honderdvijftig jaar geleden stierf Hector Berlioz, in zijn eigen land met artistieke argwaan bekeken. Wordt het niet eens tijd voor een heuse Boulevard Berlioz in Parijs? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden