Het bizarre contrast tussen identiteit en eenheidsworst

(Trouw) Beeld Ben van Duin
(Trouw)Beeld Ben van Duin

Beppie Melissen is het brein achter theatergroep Carver. Ze werkt graag met eigenzinnig talent, zoals de absurdistische striptekenaar Gummbah.

Hanny Alkema

’Mensen die vinden dat je over alles een mening moet hebben, maar nauwelijks weten waar ze het over hebben. En zogenaamd een gesprek voeren, terwijl het in feite allemaal monologen zijn en niemand naar elkaar luistert.”

Als Beppie Melissen (1951) het heeft over de nieuwste productie van haar Theatergroep Carver, ’Brigadier Fub of Het eeuwig menselijke’, dan heeft zij het meteen over een hele mensensoort: „Mensen die niet gehinderd door enige feitenkennis maar wat beweren, denken zich daarmee een eigen identiteit te verwerven, terwijl ze intussen juist steeds meer op elkaar gaan lijken.”

„Het is die rare meningencultuur die alleen maar wordt gecultiveerd in al die praatprogramma’s als DWDD of Pauw en Witteman, die zelf steeds meer afzakken tot wegwerpamusement en waarin je zomaar een Frans Bauer z’n mening over de kredietcrisis kunt horen verkondigen. Waar gáát dit over?! Ik ben bij lange na niet de enige die zich daar groen en geel aan ergert.”

Sinds de oprichting in 1989 heeft Carver het patent op het uitvergroten van menselijke treurnis. In oergeestig theater dat vaak ontroert door de onderhuidse deernis met de kwetsbare mens. Het onvergetelijke ’Café Lehmitz’ (1991) kreeg maar liefst de Nederlandse Mimeprijs en de Dommelsch Theaterprijs. Ook later had Carver niet te klagen over waardering. Behalve de Albert van Dalsumprijs kreeg de groep in 1997 de Prijs van de Kritiek voor het hele oeuvre toegekend.

Drijvende kracht is Beppie Melissen. Het brein achter Carver, heet zij ook wel: „Ik heb altijd het beginidee, al gaat dat tijdens het werkproces soms een heel andere kant op door de inbreng van mijn medemakers. In dit geval was roddel en achterklap het uitgangspunt. Het gegeven dat mensen zich meer door emoties laten leiden dan door feiten, en hoe verhalen dan een heel eigen leven kunnen gaan leiden. In de gesprekken kwamen we al heel snel op de rol van de media en vooral die van de praatprogramma’s. Die hun oor lenen aan de zogenaamde stem van het volk. Alsof iemand weet wat dat is. Het heeft meer met emotie dan met communiceren te maken.”

Hilarische momenten tijdens een try-out in het Utrechtse theater Huis aan de Werf. Op de speelvloer waggelen vier identiek geklede figuren. Ze zijn een beetje uit balans door fors uitgestulpte billen- en bochelpartijen, die zich elk met vage beweringen telkens beroepen op „een neef van mij ”.

„Het gaat ons,” zegt Beppie Melissen, „om dat bizarre contrast tussen die hang naar eigen identiteit en de onbedoelde eenheidsworst van alle gezwam. Daar moet je een taal en vorm voor zien te pakken. Verkeerde woorden als tenzij, misschien of tenminste op steeds de verkeerde plek. Slecht Nederlands, maar het komt wel heel nauw. Wat verdomd lastig uit het hoofd te leren is.”

„Het zijn richtingloze wezens, verloren bewegend, als vissen in een kom. Die pakjes zijn een vormkeus, een soort jaren zestig-futurisme dat het thema abstraheert. Dat heeft heel erg met de wereld van Gummbah te maken.” Gummbah (Gertjan van Leeuwen) is een absurdistische cartoonist en striptekenaar waar Melissen graag eens mee wilde werken: „Ik ben dol op zijn werk en Gertjan kende mij van tv, van Jiskefet. Daardoor hoefden we het niet meer over absurdisme te hebben. Dat scheelt zeeën van tijd. Sommigen vinden hem plat, maar voor mij is die grofheid buitenkant. Met zijn krankzinnige vertekening van de werkelijkheid voel ik me erg verwant. Ik moet er vreselijk om lachen.”

„Geen idee hoe intensief de samenwerking zou worden. Maar de chemie was er. Gertjan speelt niet mee, maar ging wel mee improviseren op de vloer. De voorstelling is een combinatie van onze ideeën en wat Gummbah in zijn tekeningen doet. Als het lukt, als we de figuren scherpe randjes kunnen geven van vier eilandjes in die uniformiteit, kan het een muziekstuk van taal worden.”

Met spelers als Joke Tjalsma, Raymonde de Kuyper en Ton Kas heeft Melissen een bijzondere cast vergaard: „Dat is een sterke kant van mij, een team samenstellen. Van eigenzinnige theatermakers met een duidelijk eigen persoonlijkheid. Ze weten niet waar ze aan beginnen en dat moet je wel durven. Met vrijwel niets de vloer op en improviseren. Het is elke keer weer een waagstuk. Maar als je gesubsidieerd wordt, moet je iets wagen.”

„In zo’n werkproces is een camera essentieel. Alles wordt standaard opgenomen, om uiteindelijk uit die bergen tekst- en bewegingsmateriaal de selectie te maken. Ik heb maken altijd interessanter gevonden dan spelen. Een voorstelling, je spel, het is soms net elastiek. De dag na de première bijvoorbeeld, als je alle adrenaline even hebt opgebruikt, kan dat opeens volstrekt de andere kant op schieten. Ik vind het geweldig dat ik de kans heb gehad me daarin te ontwikkelen, maar ik ben niet echt een goede actrice.”

Feiten weerspreken dat laatste. Op tv is haar komisch talent niet onopgemerkt gebleven. Haar uitgestreken gezicht en droge toon werken onweerstaanbaar op de lachspieren. Ze werd bekend als Greet Hogenbrink in ’Gooische vrouwen’, maar ook met Jiskefet-vertolkingen als cynische hoofdzuster in verzorgingstehuis St. Hubertusberg of José, vrouw van de witte bosneger Oboema. Bij Carver sleepte ze een nominatie voor de prestigieuze Theo d’Or in de wacht (voor Kelly in ’Apachendans’), en afgelopen jaar kreeg ze de Mary Dresselhuys Prijs voor haar „lichte, glasheldere spel, droge humor en schijnbaar vanzelfsprekende, natuurlijke en onnadrukkelijke timing.”

„Ik voelde me”, zegt Beppie Melissen, „bijna ouderwets vereerd. Het was zo’n persoonlijke erkenning, het kon niet beter getimed zijn. Toen Leny Breederveld en René van ’t Hof, al die jaren mijn vaste partners bij Carver, in 2004 vrij onverwacht vertrokken – en privé mijn relatie ook op de klippen liep – was het heel moeilijk om door te gaan. Toch, het geeft ook ruimte. Je hoeft niet meer altijd alles met z’n drieën te bespreken.”

„Ik heb nog zoveel plannen, zo’n prijs is dan een enorme stimulans. Ik ben nog lang niet klaar met dit element, dit ’huwelijk’ tussen Gummbah en ons. Het gaat wel weer over doorsneemensen, maar in een vorm die tegen alles indruist en weinig houvast biedt. Eigenlijk is het meer een performance dan een theatervoorstelling.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden