Verslaggever Martijn Bink bij het verwinterde front langs de Roer.

TV-ColumnMaaike Bos

Het Bevrijdingsjournaal herinnert eraan dat oma’s oorlog ook erg was

Deze week moet ik vaak aan mijn oma denken, nu de oorlogsverhalen rond 75 jaar bevrijding, onder meer van Auschwitz, dagelijks op tv komen. Mijn oma was niet Joods. Ze kwam niet in een concentratiekamp. Ze woonde in het westen des lands, kreeg in 1944 haar derde kind en probeerde haar gezin in de hongerwinter met tulpebollen te voeden.

Haar oorlog was erg, maar Auschwitz was onvoorstelbaar veel erger. De Joden maakten de échte gruwelen mee. En zo heb ik haar verhaal altijd ondergewaardeerd, besef ik nu. Bij de algehele mobilisatie bleef mijn opa ook ‘gewoon’ in ­leven. Hij verstopte zich in een kledingkast, een Duitse soldaat prikte erin met bajonet tot vlak naast hem. De soldaat raakte ontroerd door oma’s baby – hij was zelf vader – en vertrok. Hoe bang moet ze zijn geweest? Hoe zou het zijn, als mijn eigen man T. daar in die kast doorboord had kunnen worden?

In het licht van Auschwitz verbleekt alles, maar dat ik nu toch met veel compassie aan mijn oma denk, is te danken aan het ‘NOS-Bevrijdingsjournaal’. Net als rond D-Day vorig jaar juni brengt de NOS het nieuws van de bevrijding alsof het nu gebeurt. Vorig jaar draaide het erg om de militaire strategie van de ­Geallieerden. Deze week staan Auschwitz en de hongerwinter centraal en zijn de persoonlijke verhalen veel beter mee te voelen. Presentator Herman van der Zandt praat groot en klein nieuws aan elkaar.

Mijn oma had honger, angst, kon haar baby nauwelijks voeden

Dat maakt deze creatieve vorm tot een magische kapstok van historische verhalen en beelden. De oorlog wordt nu eenmaal heel vaak verteld aan de hand van de allerergste geschiedenissen. Maar: mijn oma leefde ook in de oorlog. Zij had honger, angst, kon haar baby nauwelijks voeden. En nu komt het Bevrijdingsjournaal met oude filmbeelden van zo’n gewone vrouw in de keuken die tulpebollen schilt en tot stamppot prakt. Of van mensen die op Walcheren al maanden in overstromingsgebied wonen, omdat de Geallieerden met gaten in de dijken een ­waterlinie maakten.

De nieuw geschoten beelden van verslaggevers zijn ‘verwinterd’ (getructe witte velden, sneeuwvlokken – het was min dertien toen) en ook al weet je dat het nep is: het werkt. Als verslaggever Tanja Braun in een gaarkeuken staat met suikerbieten en tulpenbollen, dampen achter haar de grote pannen. De beelden uit 1944 van vermagerde mensen in lange rijen, krijgen zo diepte. Het is respectvol gedaan, het heeft zelfs iets aandoenlijks dat de redactie zo meelevend je voorstellingsvermogen aanspreekt.

Het schuurt soms ook. Woensdag vertelde Wouter Zwart over het dagelijks leven in Berlijn in 1944, na alle bombardementen en mobilisaties. Mensen moesten een ‘volksoffer’ brengen, lieten oude beelden zien: ze moesten hun nog bruikbare laarzen of uniformen inleveren. Gewone mannen werden in een laatste wanhoopsdaad van de Wehrmacht gemobiliseerd, kregen een geweer en stonden dagen later al machteloos tegenover het Rode Leger. Ook van die bange burgermannen waren er beelden. Was dit het gewone journaal geweest, dan leefde ik met hen mee. Maar dit was de vijand, en dan is empathie eigenlijk ongepast. In 1944 en de decennia daarna had dit specifieke item nooit gekund. Juist daardoor kleurt het het zwart-witdenken in. Oorlog is voor iedereen een hel.

Vier keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden