RecensieFilm

Het begint met quatsch, het eindigt als een lievig statement tegen haat

Regisseur Taika Waititi als Adolf Hitler en Roman Griffin Davis als het Duitse jongetje Jojo Rabbit.

Jojo Rabbit
Regie: Taika Waititi
Met Roman Griffin Davis, Scarlett Johansson, Sam Rockwell, Thomasin McKenzie en Taika Waititi
★★★★☆

Van Chaplins ‘The Great Dictator’ tot Tarantino’s ‘Inglourious Basterds’: lachen om nazi’s hebben we altijd gedaan. Wat dat betreft is ‘Jojo Rabbit’ niets nieuws onder de zon. De film van de Nieuw-Zeelandse regisseur Taika Waititi is een satire op de Tweede Wereldoorlog. Althans, daar begint het mee.

Het tienjarige Duitse jongetje Jojo Betzler, afkomstig uit het fictieve Falkenheim, mag eindelijk bij de Hitlerjugend. Maar tijdens een van zijn eerste trainingen verprutst hij het. Hij weigert een konijntje de nek om te draaien. Jojo Rabbit, zoals hij daarna pesterig wordt genoemd, wordt weggestuurd. Hij is ten einde raad. Hoe moet hij nu ooit een goede nazi worden?

Gelukkig heeft hij een imaginaire vriend die luistert naar de naam Adolf Hitler. Hij verschijnt zo nu en dan om Jojo moed in te spreken en raad te geven. Hitler, gespeeld door de regisseur zelf, doet dat in het Engels met een dwingend Duits accent. Erg grappig is het niet. En hetzelfde geldt voor de ingelaste anachronismen: Hitlers moderne taalgebruik aangevuld met Duitstalige songs van Bowie en The Beatles.

De satire is met veel kleur en vaart vormgegeven en is genomineerd is voor twee Golden Globes (beste comedy en beste acteur: de elfjarige hoofdrolspeler Roman Griffin Davis), maar duurt uiteindelijk niet al te lang.

Als Jojo ontdekt dat zijn moeder (Scarlett Johansson) een Joods meisje op zolder heeft verstopt, begint zijn ontwaken. Schoorvoetend sluit hij vriendschap met Else, die hem leert over de mooie dingen in het leven: literatuur en liefde, en niet te vergeten: samen dansen. Nazi’s worden in de film uiteindelijk gereduceerd tot een stelletje mafketels.

Jojo Rabbit, gebaseerd op Christine Leumens’ roman ‘Caging Skies’ uit 2004, ontpopt zich als een drama over een Joods meisje dat ondergedoken zit en een Duits jongetje dat ontdekt gehersenspoeld te zijn. Meer dan een satire op de nazicultuur is het een statement tegen haat, en mogelijk ook tegen hernieuwd nationalisme en antisemitisme en andere vormen van religieuze en raciale intolerantie. Door alle quatsch heen zie je uiteindelijk een lievig drama, op het sentimentele af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden