Review

'Het beest met de vele koppen verdient woede en ergernis'

Herman Brusselmans, 'Vrouwen met een I.Q.', Prometheus, 211 blz., ¿ 29,90.

RUTGER VAHL

“Ik heb altijd gedacht: de ideale vrouw bestaat. Het Droommeisje, weet je wel. Ook dacht ik dat dè relatie zou bestaan. Daar heb ik jaren in geloofd. Maar nu weet ik dat de relatie van de eeuw niet bestaat. Liefde is niet de allesoverheersende kracht in de wereld. Ik heb veel liefde voor m'n eerste vrouw, ook voor m'n tweede, maar daar houdt het ongeveer mee op.”

“Vriendschap, 't bestaat wel, maar 't is geen continu gevoel. Bel een vriend maar eens midden in de nacht op met 'Ik ben angstig, kun je even komen'. Iemand met twintig vrienden vertrouw ik niet. Daar wil ik niet de eenentwintigste vriend van zijn.”

Vriendschap speelt in Brusselmans' nieuwste (en achttiende) boek geen enkele rol. Met dit boek gaat hij verder op de weg die hij een paar jaar geleden is ingeslagen. Zijn personages worden steeds cynischer en geven nog maar zelden blijk van liefde en genegenheid.

Net als de auteur zelf. “De laatste jaren ben ik veel cynischer geworden. Vroeger ging ik op zoek naar de positieve dingen. Tegenwoordig ga ik niet eens meer op zoek. Ook wat betreft de toestand in de wereld. Vroeger dacht ik: het gaat mis en ik moet helpen dat het weer goed komt. Nu kan het me allemaal minder schelen. Momenteel vind ik niets echt belangrijk. Behalve dat ik in redelijke gezondheid en met een redelijke financiële basis functioneer in de maatschappij, zonder dat ik mensen ga doodschieten.”

In 'Vrouwen met een I.Q.' slijt een afgestompte hoofdpersoon, drummer in een redelijk succesvolle rock-band, zijn dagen met het schofferen van mooie, maar oerdomme vrouwen. Hoewel Brusselmans er in slaagt zijn typische eigen stijl verder te perfectioneren - en hij bij tijd en wijle weer zeer humoristisch is - lijken zijn boeken inhoudelijk steeds minder voor te stellen. Alsof hij met zijn literatuur geen enkele bedoeling meer heeft.

“Wat is de functie van een boek? Dat de lezer zich een paar uur niet verveelt. Een oud cliché dat alle schrijvers hoog in hun vaandel moeten voeren, is: all art is quite useless.”

“Mijn kijk op de literatuur, mijn kijk op het hele leven eigelijk, is veranderd door het schrijven van 'Ex-Minnaar', uit 1992. In dat boek heb ik geschreven over de belangrijkste gebeurtenissen in mijn leven: over de dood van mijn moeder en over m'n vrouw, die bij me wegging. 'Ex-Minnaar' is misschien wel het laatste boek dat ik schreef vanuit een drang. Ik geloof niet meer in 'literatuur die geschreven moet worden'. Als schrijver zit ik nu in het stadium dat ik verhalen schrijf. Omdat ik het leuk vind en omdat het mijn beroep is.”

“Wat zou je willen dat ik er nog meer mee wil? De mensen leren hoe ze een goede relatie moeten hebben? Dat leren ze toch nooit, want daar zijn ze te dom voor. Ik heb geen ambities meer, behalve dan zo walgelijk mogelijk rijk te worden met schrijven.”

Of het nu een interview, een boek of een column betreft, Herman Brusselmans grijpt elke gelegenheid aan om tegen gevoelige schenen te schoppen. En om flink te kankeren. Waar komt al die irritatie vandaan?

“Ergernis en woede zijn bij mij de logische opvolgers van wat jarenlang mijn drijfveer is geweest: angst. Angst voor de dood, waarschijnlijk, maar die is nu minder. De energie die door het verlies van angst is vrijgekomen, zet ik om in woede en ergernis. Mededogen en liefde stuur ik naar die hele kleine groep van mensen die ik persoonlijk ken en die ik in de ogen kan kijken. Woede en ergernis zijn voor de mensheid, het beest met de vele koppen.”

“Zo erger ik me enorm aan al die mensen die steeds klagen. Dat zijn gewoon zwakkelingen, met wie ik steeds minder consideratie krijg. Tegen al die vetzakken die in talkshows klagen dat de toiletten in vliegtuigen te klein zijn, zou ik zeggen: vreet gewoon wat minder.”

“Nog iets waar ik me aan erger: dat de helft van het aantal parkeerplaatsen in de stad is gereserveerd voor gehandicapten. Ik vind: als je gehandicapt bent, dan kun je geen auto rijden. Als je met de auto kunt rijden, al is het met je stompje aan de versnellingspook en met je neus op het stuur, dan ben je niet gehandicapt. Maar let op: ik predik niet het recht van de sterkste, ik predik dat ik het vertik continu slachtoffer te zijn van positieve discriminatie. Is dat rechts? Nee, dat is niet rechts. Waarom heb ik niet het recht om te zeggen dat deze maatschappij te permissief is? Voor iedereen wordt wel een verontschuldiging gezocht om goed te praten wat die mensen fout doen.”

“Waar ik me het meest aan erger is, dat mensen nooit tevreden zijn. Neem de homo's. Nu willen ze ineens allemaal trouwen. Let op mijn woorden: straks willen ze ook nog allemaal kinderen. Voor het jaar 2050 gaan de straten vol lopen met zwangere homo's, daar ben ik zeker van.”

Brusselmans ontkent dat zijn negativisme een imago is dat hij omwille van de buitenwereld ophoudt.

“Ik weet ook wel dat ik altijd loop te kankeren. Maar wat wil je dan? Dat ik nu eens vertel hoe fantastisch ik het allemaal vind en dat die depressies en zwartgalligheid in mijn boeken eigenlijk maar een imago zijn? Nee, ik ben niet het zonnetje in huis, ik vind niet iedereen lief. Goed, die gevoelige kant in sommige boeken, die is er ook. Maar dat gevoelige wordt de laatste jaren meer en meer gefnuikt. Hangt trouwens ook af van de dag dat je mij spreekt.”

“Neem nou het nieuws. Als je hoort dat er in ex-Joegoslavië nog steeds geen doorbraak is, dan denk ik: jullie zitten daar op 25 000 kilometer afstand tussen de kaviaar en de hoeren te beslissen over het lijden van mensen. Kijk, dat soort berichten brengt mij nog altijd uit mijn evenwicht. Wat dan weer een bewijs is dat ik toch een gevoelige kant heb.”

“Ik zal altijd het schuim om de mond krijgen, als iemand mij in verband brengt met iets als het Vlaams Blok. Ik ben een compleet links persoon. Wat ik ook beweer, verdraagzaamheid, liefde, vriendschap en al die positieve shit, dat te geven en te ontvangen blijft mijn hoogste prioriteit. Ik ben voor vrijheid en blijheid voor alles en iedereen. En voor beleefdheid. Dat je een deur openhoudt voor een blinde, al moet die blinde niet meteen gaan klagen, als je met die deur per ongeluk tegen zijn hoofd stoot. Ik denk dat het openhouden van deuren voor mensen die na jou komen leidt tot de wereldvrede. Of, zoals J.H. Leopold het in een enorm mooi gedicht zei: 'De druppel leidt tot de zee'.”

“Maar wat de wereldvrede in de weg staat, is de domheid van de mens. En de wetenschap dat een positieve instelling nooit zal leiden tot een soort paradijs of utopia, maakt de mens cynisch en woedend, en soms ongenuanceerd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden