Review

HET BEDREIGENDE HET AANTREKKELIJKE HET ONTROERENDE

"Neem nu zo'n 'lelijke' emotie als jaloezie. In alle stichtelijke tractaten van de filosofie wordt daar negatief over geschreven. Maar jaloezie zet ons ertoe aan alerter om te gaan met degenen die ons dierbaar zijn." Donderdag promoveerde de filosofe Heleen Pott op een proefschrift over emoties en rationaliteit. 'De liefde van Alcibiades' van Heleen Pott verschijnt dit najaar bij de uitgeverij Boom.

GER GROOT

Een typisch voorbeeld van een emotionele reactie, en als zodanig een filosoof onwaardig. Zo hebben twintig eeuwen wijsbegeerte er althans over gedacht. Maar, zegt de filosofe Heleen Pott, emotionele reacties hoeven helemaal niet zo irrationeel te zijn. "Vaak zijn ze juist uitermate slim: gepaste antwoorden op moeilijke situaties. Zo kan woede een manier zijn om niet te hoeven toegeven dat je ongelijk hebt, wanneer je daartoe op dat moment niet in staat bent. Je gaat dan plotseling ontdekken dat de tegenstander een zeer abject persoon is, een slecht mens. En vervolgens gedraag je je daar ook naar. Zo maak je een onaanvaardbare situatie voorjezelf acceptabel."

Afgelopen donderdag promoveerde zij op het proefschrift 'De liefde van Alcibiades. Over emoties, rationaliteit en de transformatie van de filosofie'. De wijze waarop de filosofie van deze eeuw emoties heeft leren beschouwen staat haaks op wat zij er eeuwenlang over gedacht heeft, zo constateert Heleen Pott. Wat zij al die tijd krampachtig buiten de deur gehouden heeft, is in deze eeuw met open armen binnengehaald. Dat kon alleen maar gebeuren doordat de filosofie zelf een gedaanteverandering heeft doorgemaakt. De wijze waarop zij vroeger tegen het bestaan en tegen haar eigen pretenties aankeek, heeft niets meer van doen met wat filosofen vandaag de dag nog durven beweren.

Wie de grote werken van de filosofiegeschiedenis doorbladert, zal weinig moeite hebben die vijandigheid tegen de emoties op het spoor te komen. Direct bij Plato is het al raak. In zijn Gastmaal voert hij een Socrates ten tonele die ongevoelig is voor kou en vermoeiheid, wijn kan drinken zonder dronken te worden en de hevigste sexuele verleidingen kan weerstaan, aldus Pott in haar proefschrift. Hij is niet helemaal menselijk meer.

Dat laatste wordt opgemerkt door Alcibiades, die het feestmaal binnenvalt: een mooie, geestige aristocraat, die - hevig aangeschoten - het genot van de liefde bezingt: de passie, de hartkloppingen, de pijn en de uitzinnigheid ervan. Het zal slecht met hem aflopen. Na een ander dronkemansfeest moet hij vluchten en wordt tenslotte vermoord. Socrates, daarentegen, wordt de aartsvader van de filosofie - al zal ook hij daardoor geen natuurlijke dood kunnen sterven.

De boodschap is duidelijk: filosofen houden zich verre van passies en emoties. Deze vertroebelen het oordeel en maken de mens tot slaaf van irrationele driften. Vanaf de Grieken tot ver in de negentiende eeuw zullen rede en emotie als vijanden tegenover elkaar staan.

Maar in de twintigste eeuw gaat dat veranderen. Filosofen ontdekken dat de ratio zich wel heel koel kan voordoen, maar in werkelijkheid doortrokken is van vooroordeel en retoriek. En psychologen weigeren emoties nog langer te beschouwen als primitieve resten van dierlijk driftleven of hinderlijke opspelingen van onze stoffelijke natuur. Emoties zijn niet dom en onaangepast, maar functionele reacties op gebeurtenissen die ons overkomen, vatbaar voor rede en zelfs voor culturele invloed.

"Neem nu zo'n 'lelijke' emotie als jaloezie" , zegt Heleen Pott. "In alle stichtelijke tractaten van de filosofie wordt daar heel negatief over geschreven. Terwijl jaloezie ook een een positieve sociale functie heeft. Jaloezie zet ons ertoe aan alerter om te gaan met degenen die ons dierbaar zijn, en is onverbrekelijk met de liefde verbonden. Want stel je eens voor dat het ons niets zou kunnen schelen dat onze geliefden door rivalen weggeroofd worden."

"Iets dergelijks zou je ook van haat kunnen zeggen, of van wrok. Er kunnen zich situaties voordoen waarin alle andere levensdoelen wegvallen, maar haat een negatief soort continuteit in het leven mogelijk maakt. Soms kunnen mensen daaraan een laatste levenskracht ontlenen. Een ethicus zou dat natuurlijk afkeuren, maar vanuit een psychologisch standpunt is het wel te verdedigen."

Zo was het ook met Wittgensteins woede, en zijn vlucht uit een onmogelijk geworden situatie. Niet dat emoties altijd de beste oplossing aanreiken, zegt Heleen Pott. Wittgenstein had misschien beter een geestige opmerking kunnen maken. Paniek kan ons gevleugelde voeten geven, maar ook maken dat we de beste vluchtweg over het hoofd zien. En zenuwachtigheid kan mensen tot op het toppunt van hun kunnen brengen, maar ook tot klunzen maken, zoals al die promovendi die van louter nervositeit niets van hun verdediging terecht brengen.

Maar daarin verschillen emoties niet van de redelijkheid. Ook het verstand trekt tenslotte regelmatig verkeerde conclusies, maakt fouten en slaat flaters. Het belangrijkste is volgens Heleen Pott dat rede en emotie in de hedendaagse filosofie niet langer tegenover elkaar staan, maar elkaar wederzijds omarmen en weten dat zij elkaar nodig hebben.

Want emoties vertellen ons iets over de werkelijkheid waarin we leven. "Ze vormen een soort overkoepeling tussen subject en object. Daarin leren we het bedreigende, het aantrekkelijke, het ontroerende van de werkelijkheid ervaren. Dat zijn geen zaken die alleen maar in ons innerlijk zitten. Ze behoren tot onze leefwereld: de wereld waarin we ons bewegen en die meer is dan een subjectieve projectie. De manier waarop de werkelijkheid jou raakt: dat leer je in de emotie."

De aandacht voor de verwevenheid van mens en wereld is pas in het denken van deze eeuw ontstaan, zegt Heleen Pott. De hele geschiedenis door heeft de filosofie een strenge scheiding gemaakt tussen het innerlijk van de mens (de geest of de ziel) en het uiterlijk: zijn materiele bestaan. De harde, 'positivistische' wetenschappen doen dat nog steeds: zij zien aan de ene kant een observeerbare materiele werkelijkheid en aan de andere kant de mens. Zelfs de psychologie ontkomt daar niet aan; ook zij ziet emoties vaak als irrationele stormen in een gesloten binnenwereld.

Maar waarom is er in de twintigste eeuw plotseling zo'n positief beeld van emoties ontstaan, vroeg Heleen Pott zich af. "Kennelijk was er al die eeuwen daarvoor een filosofisch belang mee gemoeid dat de emotie scherp met de rede werd gecontrasteerd. Dat kwam doordat de filosofie steeds heeft gepretendeerd een weg te zijn waarlangs ware en eeuwige kennis kon worden bereikt. Dat was wat men 'rede' ging noemen, ratio, logos. Die werd geassocieerd met onbevooroordeeldheid, belangeloosheid, zuivere kennis, algemeen geldige inzichten, objectiviteit. Terwijl de emoties het toonbeeld waren van toevalligheid, van de menselijke wispelturigheid, van zijn eindigheid en het feit dat het bestaan een onoverzichtelijke chaos was."

Om dat contrast scherp aan te zetten, spreken de klassieke filosofen dan ook altijd over heftige emoties, die het verst van de rede verwijderd zijn. Het gaat, zoals bij de dronken Alcibiades, over stormachtige gevoelens van haat, van liefde, van verwarring. Nauwelijks om de meer alledaagse gevoelsbewegingen als vertedering, verbazing, ontroering.

"Je kunt eigenlijk pas begrijpen wat Plato of Cicero of Kant - al die 'vijanden' van het gevoel - echt bedoeld hebben, zegt Heleen Pott, wanneer je nagaat in welke context ze over emoties spreken. En dan zie je dat ze een beroep doen op een heel ander soort emoties dan het huidige denken doet. Zij kiezen de aspecten die tegenover de rede staan. Terwijl de twintigste eeuw het omgekeerde doet en allereerst kijkt naar de - veel minder spectaculaire - emoties die een intelligente reactie vormen op onze omgeving, en door de cultuur beinvloedbaar zijn."

Niet dat mensen vroeger andere emoties hadden. "Als je gaat kijken wat vroegere auteurs over specifieke emoties zeggen, zie je frappante overeenkomsten: onderling en met ons. Wat Aristoteles schrijft over woede - het soort situaties waarin die optreedt, het soort gedrag dat erbij hoort en het soort gedachten dat ermee wordt geassocieerd - is onmiddellijk toepasbaar op wat wij daarbij denken. En hetzelfde geldt voor andere culturen. Dat andere beschavingen er een totaal ander emotie-repertoire op na zouden houden, vind ik dan ook een twijfelachtig idee. Het is wel zo, dat de concrete aanleidingen om boos te worden of bang te zijn, sterk kunnen verschillen, net als de uitingsvormen."

"Waar waren middeleeuwers bang voor? Voor pestepidemieen, of voor de straf Gods. Dat zijn niet dezelfde dingen als waar wij bang voor zijn. Maar als je daar een structurele beschrijving van probeert te geven, komt daarin altijd het woordje 'gevaar' of 'bedreiging' voor. Mensen worden bang als ze zich bedreigd voelen. Mensen worden treurig als ze een verlies hebben geleden, of menen dat ze dat hebben geleden. Dat is overal en in alle tijden hetzelfde. En op grond daarvan kun je vanuit de twintigste eeuw best vragen: wat is er aan de hand met de emoties van Plato en Aristoteles? Als je je er maar bewust van blijft in welke context ze daarover spraken."

De negatieve houding van deze filosofen, en van velen na hen, is volgens Heleen Pott ingegeven door de rol die de filosofie (als hoogste roeping van de mens) te spelen had. "Het was voor hen belangrijk het rationele oordeel af te zetten tegen niet-rationele oordelen. Juist omdat een filosoof bij uitstek in staat was om zich boven het subjectieve te verheffen, en het eeuwige te bereiken. Dat konden politici, dichters, sofisten en retorici niet. Het vermogen de geest volledig los te denken van alle contexten en vooroordelen was voorbehouden aan de filosofen - zegt de filosofie. Maar daarom moest ze zich wel afkeren van de wispelturige, 'aardse' emotionaliteit. En dus kon gevoelsarmoede eeuwenlang een beroepsdeformatie van filosofen lijken."

Dat veranderde pas toen de filosofie op een andere manier over zichzelf begon te denken. Vanaf het begin van deze eeuw drong in allerlei stromingen het besef door dat het de filosofie niet gegeven is eeuwige waarheden te ontdekken en te behoeden. Wat mensen 'waarheid' noemen is iets dat behoort tot een bepaalde cultuur, een bepaalde manier van spreken, een bepaalde situatie of tijdperk. Men wordt zich ervan bewust dat het denken nooit van een nulpunt kan beginnen, maar altijd al verwikkeld is in een wereld, een situatie, een traditie van waaruit het denken vertrekt.

"Vanaf dat moment wordt er op een heel andere manier gedacht over kennis. Vrijwel alle interessante hedendaagse stromingen gaan uit van een kennismodel waarin het begrip interpretatie een veel grotere rol speelt dan in de traditionele filosofie. Daarin is filosofie belangeloos contempleren, alleen maar kijken, je geest vrij maken. De hedendaagse filosofie zegt: er is geen waarneming die niet tegelijk interpretatie is. Dan heb je het over de praktische vertrouwdheid met de eigen historische leefwereld, en heb je begrippen als betrokkenheid, belanghebbendheid, en dergelijke onvermijdelijk al in je filosofie opgenomen. Er is geen waarneming die zich niet laat leiden door verwachtingen, vooronderstellingen, die typisch de vooronderstellingen en verwachtingen zijn van je eigen cultuur, van je eigen historische traditie. De filosofie neemt niet langer een absolute positie in, zwevend boven de wereld en de geschiedenis, als een soort God die de volstrekte waarheid in pacht heeft."

"En als dat zo is, dan is het voor haar ook helemaal niet interessant meer om zoveel afstand te houden tot de emotie. Als de rede zelf historisch gesitueerd is, en verwikkeld in de wereld, dan hoeft ze zich helemaal niet meer zo krampachtig vrij te houden van al die 'wispelturigheid' die de emotie belichaamt. Integendeel, deze brengt haar juist dichter bij het milieu waarin ze vanaf dat moment geworteld is: de concrete leefwereld. Zo zie je de belangrijkste thema's van de filosofie van deze eeuw naar voren komen: de hermeneutiek gaat na hoe interpretatie werkt, het existentialisme vraagt naar het concrete bestaan van mensen, de cognitie-theorie onderzoekt de rol van emoties in het kennen, en van de rede in de emoties; en het postmodernisme benadrukt keer op keer dat het tijdperk van de absolute waarheden definitief achter ons ligt. Al die dingen houden direct met elkaar verband."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden