Review

Het bedreigde strandlopertje heet kanóet

Niemand is meer betrokken bij het welzijn van dieren dan publicist Koos van Zomeren, en waarschijnlijk zijn er maar weinigen die dat sterker verwoorden dan hij. Dat blijkt na het lezen van het 'Klein Kanoetenboekje', een verzameling verhalen die Van Zomeren van 1980 tot 2002 over deze bedreigde vogelsoort schreef.

door Guus van Duin

De kanoet is een strandloper van 25 centimeter lengte. Zijn naam spreek je uit als kanóet. Van Zomeren: ,,Ik liet me pas nog een kánoet ontvallen en moest toen hevig blozen.'' De vogel is in Nederland met name op de wadden te vinden. En naar te vrezen valt, voor de zeer nabije toekomst: te vinden wás. Kanoeten broeden in Siberië en Noord-Amerika, en ze brachten tot niet zo heel lang geleden veel tijd door in ons grootste natuurgebied. Maar dat is door de mechanische schelpdiervisserij dermate overhoopgehaald, dat er intussen een voor de kanoet voedselarme woestijn is ontstaan.

Van Zomeren kwam met de kanoet in contact door onderzoeker Theunis Piersma, intussen hoogleraar dierecologie in Groningen. Ze gingen naar het wad van Mauretanië, de Banc d'Arguin, waar Nederlandse onderzoekers in de jaren tachtig een paar miljoen overwinterende steltlopers vaststelden. En naar al die andere plekken waar het leven van de kanoet te bestuderen viel. Naar Texel bijvoorbeeld, bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, waar kanoeten worden gehouden voor onderzoek. Dat mag niet zomaar, dieronderzoek is gebonden aan strikte regels, zelfs als het er -anders dan bijvoorbeeld bij ratten of muizen- om gaat kennis óver het dier te verzamelen. 'Maar wat dan toch weer volstrekt onverteerbaar is: jij, wetenschapper, moet heel je doen en laten op formulieren verantwoorden, terwijl een ander, buiten op het wad, gewoon zijn gang kan gaan bij het vernietigen van het leefmilieu van deze vogles. Jawel, de kokkelvissers!'

Van Zomeren en Piersma bouwden in de loop der jaren een vriendschap op, die tal van boeiende verhalen en discussies opleverde. Daarbij was niet alleen de kanoet onderwerp van gesprek, maar kwamen ook eidereenden, rosse grutto's en parasieten langs. Al die wezens die op het eerste lekengezicht niet veel met mensen te maken hebben, werden in een breder kader geplaatst. ,,Elk dier is in de eerste plaats zichzelf. Het zoekt zijn eigen oplossing voor zijn eigen probleem. Zo ongeveer als wij.''

Ook die typische plekken in het waddengebied bezocht Van Zomeren, zoals Engelsmanplaat en Griend, waarvan de omgeving zo verpest is, sinds de eeuwenoude mosselbanken er weggevist werden.

Van Zomeren beschrijft al deze intrieste zaken op prachtige wijze en de illustraties van Erik van Ommen maken de bundel compleet. Het leest als een roman met een afloop die nog uitsluitend goed kan worden als de overheid besluit de mechanische schelpdiervisserij aan te pakken. Van Zomeren: 'Merkwaardig, jarenlang hoor je iedereen over de rampen die in de Waddenzee kunnen gebeuren en dan gebeurt er een ramp en dan weten we met ons allen niks beters te bedenken dan afwachten hoe het verder gaat.'

Dat was elf jaar geleden. Valt er nog wat te redden of is intussen bewaarheid wat Theunis Piersma kortgeleden suggereerde: 'De Wadden zijn óp.'

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden