Dagboek van Anne FrankBeeld ANP

Klassieker75 jaar bevrijding

‘Het Achterhuis’ is veel meer dan een oorlogsooggetuigenverslag

Tot Bevrijdingsdag bespreekt Letter&Geest wekelijks een oorlogsklassiekers. Deze maand  zijn dat boeken over Jodenvervolging in Nederland. Vandaag: Anne Franks ‘Het Achterhuis’. 

Meubels waren omvergeworpen, kasten en lades overhoopgehaald, de vloer lag bezaaid met van alles en nog wat. Op vrijdagmiddag 4 augustus 1944 ging Miep Gies ontredderd het Achterhuis aan de Amsterdamse Prinsengracht 263 binnen. Zo deed ze dat iedere dag, bepakt met boodschappen voor de acht onderduikers. Maar ditmaal werd ze niet aangeklampt door een stuiterende tiener die alles wilde weten van het leven buiten de schuilplaats. Een paar uur eerder was Anne Frank door de Sicherheitsdienst weggevoerd, samen met haar zus Margot, haar ouders Otto en Edith Frank, de familie Van Pels en Fritz Pfeffer.

In de chaos op de grond lag een rood-witgeruit dagboekje. Twee jaar eerder had Anne het voor haar 13de verjaardag gekregen. Direct was ze begonnen te schrijven. “Ik zal hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen, zoals ik nog aan niemand gekund heb, en ik hoop dat je een grote steun voor me zult zijn.”

Een steun was het. Het dagboek ging een paar weken later mee naar het Achterhuis en was na een half jaar al vol. Maar Anne bleef verslag doen van haar leven in onderduik. In schriften, op doorslagpapier. Schrijven bracht wat afleiding en ontspanning. Schrijven was ook van zich afschrijven. De spanningen, de irritaties, de ruzies: alles wat er gebeurde, hoe negatief ook, kon altijd nog als inspiratie dienen als Anne aan haar tafeltje zat. ‘Tenminste alweer iets voor mijn dagboek,’ zou ze meermaals hebben gezegd.

Eind maart 1944 was daar die uitzending van Radio Oranje. Vanuit Londen riep minister Bolkestein luisteraars op om egodocumenten te bewaren die na de bevrijding licht konden werpen op de bezetting. Anne: “Natuurlijk stormden ze allemaal direct op mijn dagboek af. Stel je eens voor hoe interessant het zou zijn als ik een roman van het Achterhuis uit zou geven; aan de titel alleen zouden de mensen denken, dat het een detectiveroman was.”

Beeld ANP

Anne begon haar dagboek te bewerken. Op gekleurde vellen maakte ze een nieuwe versie. Ze schaafde, liet fragmenten weg en vulde aan uit haar herinnering. In feite ging ze daarmee enigszins voorbij aan de bedoelingen van Bolkestein: hier werd van dagboekaantekeningen literatuur gemaakt. Anne’s werk hoort niet alleen thuis op de plank met boeken over de Holocaust, maar is veel meer dan een oorlogsooggetuigenverslag.

De bewerking is geschreven in een volwassener stijl: Anne ontwikkelde zich in haar onderduiktijd als schrijfster. In het rood-wit geruite dagboek had ze zich gericht tot personages van haar favoriete auteur Cissy van Marxveldt – ‘Beste Pien’, ‘Lieve Pop’, ‘Lieve Kitty’. Na verloop van tijd bleef alleen Kitty over en op het moment dat Anne ging herschrijven was Kitty zelf het dagboek geworden. Er is wel beargumenteerd dat wij als lezers allemaal Kitty zijn. Kitty is onbekend met het oorlogsverloop en de situatie in bezet Nederland, zodat Anne van alles inzichtelijk moet maken en buitenstaanders met literaire stijlmiddelen toelaat tot haar wereld.

Van alle onderduikers uit het Achterhuis overleefde alleen Otto de kampen. Na zijn terugkeer werkte hij Anne’s beide dagboekversies om tot een derde editie, de uitgave die nu tot de best gelezen boeken ter wereld behoort. En dat terwijl hij er eerst maar niet in slaagde een uitgever te vinden. Nederland had genoeg van die oorlog, dacht uitgeefland.

Halverwege 1947 lagen dan toch de eerste exemplaren van ‘Het Achterhuis’ in de winkel. Dat was mede te danken aan een stukje over het belang van de dagboekbrieven, dat historicus Jan Romein schreef op de voorpagina van Het Parool, waarna uitgeverij Contact bij Otto aanklopte.

Romein: “Voor mij is in dit schijnbaar onbetekenende dagboek van een kind, in dit door een kinderstem gestamelde ‘de profundis’, alle afzichtelijkheid van het fascisme belichaamd, méér dan in alle processtukken van Neurenberg bij elkaar.” Zijn vrouw Annie Romein-Verschoor in het voorwoord van de eerste druk: “Dit dagboek is zo zuiver, zo precies, zo zonder op- of omzien naar wie of wat ook, het ontwaken van een mensenziel getekend als we het maar zelden in het herinneringsbeeld, ook van de zeer groten, aantreffen.”

Niemand had toen kunnen indenken dat Anne Frank en haar dagboek zo iconisch zouden worden. Maar de reden dat ze 75 jaar na haar dood in Bergen-Belsen zo beeldbepalend is geworden ligt al in deze zinnen besloten.

Anne Frank
Het Achterhuis. Dagboekbrieven
Prometheus

Lees ook:

‘Het bittere kruid’ leest als een dystopie

Tot Bevrijdingsdag bespreekt Letter & Geest wekelijks een oorlogsklassieker. In januari: de Jodenvervolging in Nederland. Vandaag: ‘Het bittere kruid’.

Nooit meer buitenstaander

Tot Bevrijdingsdag bespreekt L&G iedere week een klassiek oorlogsboek. Allereerst ‘Quarantaine’ van G.L. Durlacher uit 1993. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden