Hermine Deurloo.

InterviewHermine Deurloo

Hermine Deurloo was de melancholie even beu: ‘Ik wil muziek die hoopvol is’

Hermine Deurloo.Beeld Merlijn Doomernik

Hermine Deurloo, heldin op de mondharmonica, mocht een plaat opnemen met Steve Gadd, held op drums. 'Riverbeast’ is het soelaas van een innige groep geworden, precies wat Deurloo wilde. 

Plotseling, vrijwel uit het niets, kreeg harmonicaspeler Hermine Deurloo (1966) de vraag of ze er misschien voor voelde een plaat op te nemen met drummer Steve Gadd (1945). Het is zo’n aanbod waar een musicus van droomt, want Steve Gadd is niet zomaar een drummer, maar een wereldster van het bescheiden soort. Ook zij bij wie zijn naam niet onmiddellijk een bel doet rinkelen, hebben hem zeker gehoord. Bij zanger Paul Simon bijvoorbeeld, op wiens platen Gadd schijnbaar achteloos partijen speelde waar tot op de dag van vandaag nog talloze drummers zwoegend op studeren.

Die Steve Gadd dus. Deurloo zei meteen: “Ja, heel graag”.

Nu is Deurloo zelf ook een held op haar instrument, de chromatische mondharmonica. Het instrument dat vooral door Jean ‘Toots’ Thielemans bekend is gemaakt en dat met zijn zangerige indringende klank uitermate geschikt is om een weemoedige sfeer te creëren. Alleen zocht Deurloo dit keer iets anders. 

Ongedwongen en vrolijk gevoel

“Toen het plan om met Gadd te gaan spelen er eenmaal lag, ging ik natuurlijk eerst veel naar zijn muziek luisteren, vooral uit de jaren zeventig. De open, losse sfeer die zijn muziek toen had, sprak me bijzonder aan. Haast vanzelf ging ik daardoor nadenken over wat ik destijds zelf deed. Daardoor kwam het beeld boven van mijn vakanties als kind. Een zorgeloze tijd waarin ik samen met mijn zus, twee neven en een nicht eindeloos buiten speelde en in de rivier ravotte. Dat ongedwongen, vrolijke gevoel wilde ik op deze plaat vangen.”

Vanwege de drukke agenda’s van Gadd en Deurloo duurde het lang, maar nu is de plaat er dan, eind deze maand gevolgd door een Nederlandse tournee. ‘Riverbeast’, zoals het album getiteld is, overtuigt zonder meer, maar op een onnadrukkelijke manier. Geen van de geweldige musici die Deurloo voor dit album bijeen bracht, is er op uit de luisteraar met technisch machtsvertoon te imponeren. Ook Gadd niet, die zich toelegt op grooves die veel eenvoudiger klinken dan ze te spelen zijn. Van dergelijke subtiliteit is de muziek doordesemt. Riverbeast lijkt perfecte muziek voor bij een feestje – tot je echt gaat luisteren en hoort hoe intens fijngevoelig er wordt gemusiceerd.

Wat wel meteen opvalt, is dat Riverbeast exact de sfeer ademt die Deurloo voor ogen had.

Deurloo: “Eerlijk gezegd was ik de melancholie even beu. De nare dingen die je in het leven onvermijdelijk overkomen, wil je niet steeds weer herhalen. Tenminste, ik niet. Mijn zus, neven en nicht en ik waren heel hecht samen. Wel wat nostalgisch ook, zo zijn we bijvoorbeeld een keer gezamenlijk naar zo’n vakantiehuis van weleer teruggegaan, maar...” Ze pauzeert even. “Twee van ons zijn overleden. Eerst schreef ik, als een soort ode, heel zware, heel droevige muziek, tot ik dacht, dit wil ik niet. In plaats daarvan wilde ik muziek maken die levenslustig en hoopvol is.” 

Alle melodielijnen komen tot hun recht

Als uit de muziek van Riverbeast iets spreekt, is dat het soelaas van een innige groep. Vooral ook omdat die muziek zo compact gespeeld is. Niemand die het collectief in de steek laat door met een uitbundige solo te proberen de aandacht naar zich toe te halen. Ieders oren staan hoorbaar voor de ander open.

Deurloo: “Samen met bassist Tony Scherr, met wie ik al vijfentwintig jaar bevriend ben, heb ik de plaat opzettelijk zo geproduceerd. In het klankbeeld zit de hele band in het midden, bij elkaar. Weet je wat opmerkelijk was? Dit is geen bestaande band, maar een gelegenheidsgezelschap. Toch kan ik me niet herinneren eerder zo snel en goed in de studio te hebben gewerkt. Omdat er zo zorgvuldig geluisterd werd. Voor mij was het een geweldige les om te zien hoe Steve Gadd werkt. Eerst rustig inspelen en dan bij ieder nummer heel aandachtig zoeken naar de groove die het beste past. Hij sprak niet veel, maar wat hij voorstelde, heb ik bijna altijd overgenomen. Van zo’n uitstekende, door de wol geverfde musicus kun je zoveel leren, dus heb ik heel goed geluisterd naar het weinige dat hij zei. Zodoende is een aantal nummers net een fractie trager uitgevoerd dan ik ze op voorhand had bedoeld. Omdat Gadd terecht dacht dat niet alleen de groove zo beter tot zijn recht zou komen, maar ook mijn melodielijnen.”

Verbonden blijven

Dat gebeurt ook. Er is niets dat afleidt van Deurloo’s melodieën, waarop ze, naar eigen zeggen, heel hard heeft gewerkt. Melodieën die pakkend, maar niet oppervlakkig zijn, instrumentale zanglijnen eigenlijk, waarin Deurloo zonder woorden iets zegt dat de luisteraar direct begrijpt. Vooral omdat Deurloo’s muziek persoonlijke verhalen vertelt. Zoals het ontroerende ‘So Long, Redhead’, waarin ze op aangrijpende wijze afscheid neemt van haar overleden neef. Of het openingsnummer ‘The Man With The Hat’, over haar overgrootvader die steeds met iedereen gesprekken zocht en vreemden in de trein met levensvragen bestookte. Precies dat spreekt, subtiel maar niet te missen, uit de muziek die Deurloo met Gadd heeft gemaakt: iemand aanspreken, verbonden blijven.

Hermine Deurloo en Steve Gadd - Riverbeast (Zennez records). Tournee: Alkmaar (26/2), Hengelo (27/2), Apeldoorn (28/2,  Amsterdam (29/2), Zoetermeer (1/3). Special guest: Alain Clark.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden