Review

Hermannus Collenius kende zijn klassiekenGeen Gronings portret zonder oranje avondlucht

GRONINGEN - Conservator Freerk J. Veldman is een bevoorrecht man, want hij 'heerst' over het met een fraaie tuin omgeven provincie-museum de Menkemaborg in Uithuizen.

Daar is te zien hoe de Groninger jonkers er in 17de en 18de eeuw leefden, nadat het kleine kasteel (borg) tot landhuis getransformeerd was. Toen begin 18de eeuw Unico Allard Alberda van Menkema zijn borg nog meer aanzien wilde geven, had hij de beschikking over vier ambachtslieden: bouwmeester Allert Meijer, glazenmaker Jacob Tewes, beeldhouwer Jan de Rijk en schilder Hermannus Collenius die vier schoorsteenstukken voor de borg vervaardigde. Het sprak vanzelf dat Veldman, die vanaf eind jaren zestig het museum nieuw leven ging inblazen, zich grondig in leven en werk van deze kunstenaars verdiepte. Een vrucht van deze noeste arbeid - vele archieven kregen een bezoek van de conservator - is de pas uitgekomen monografie over de schilder Collenius.

Het is wat vreemd gesteld met deze Hermannus Collenius (1650-1723), wiens werk centraal staat op de tentoonstelling 'Gouden Eeuw' die nu in het Groninger Museum en vier borgen in de provincie te zien is. Wie heeft er ooit van die schilder gehoord? Hij komt niet eens voor in kunsthistorische standaardwerken als 'Den Schouwburg der Nederlandsche schilders en schilderessen' van Arnold Houbraken of 'Leven der Nederlandsche schilders' van Karel van Mander. En toch was hij de belangrijkste Groningse schilder rond 1700. Veldman (63) vertelt tijdens een rondrit langs de borgen dat het hem moeite kostte om iets over het leven van de schilder te weten te komen. “Collenius is geboren in het Friese Kollum en het leek alsof hij zijn naam daarvan had afgeleid om een interessante Latijnse achternaam te hebben. Bij toeval vond ik in een archief dat zijn vader Pieter Douwes heette en dat de schilder bij zijn geboorte vrijwel zeker reeds Hermannus Collenius genoemd werd. Tamelijk uniek. Waarschijnlijk is hij uit eerbetoon vernoemd naar zijn overgrootvader, die predikant in Kollum was.”

Collenius had meer dan één predikant onder zijn voorouders en dat verklaart waarom zijn vader, een zilversmid, via nalatenschap een grote collectie boeken over theologie en klassieke werken in huis had. Reeds op jonge leeftijd moet de schilder, die in 1666 naar Amsterdam vertrok en later in Groningen werkte, met zijn neus in de boeken hebben gezeten; zijn historiestukken laten een uitgebreid scala aan mythologische onderwerpen zien. Het is zelfs zo, ook al een raadsel rond Collenius, dat sommige voorstellingen die hij schilderde nog niet geduid zijn. Zo hangt in Engeland (Newby Hall) een doek waarop een koning is afgebeeld die door een jongeman en drie vrouwen belaagd wordt, zijn ogen worden hem bijkans uit de kassen gekrabt. Veldman: “Ik heb deskundigen geraadpleegd, de voorstelling, het verhaal, is nog niet achterhaald.”

Nog steeds onduidelijk is ook of Collenius een reis naar Italië heeft gemaakt tijdens zijn 'Amsterdamse periode'. Veldman denkt van wel, want in 1672 zat de 22-jarige schilder in een van de commissies die de authenticiteit van een collectie schilderijen van Italiaanse meesters moesten beoordelen, die een Amsterdamse koopman aan de keurvorst van Brandenburg wilde verkopen. Veldman vermoedt dat Collenius ergens tussen 1666 - het jaar waarin hij zijn gehele familie door een pestepidemie verloren had en naar Amsterdam vertrok - en 1669 in Italië vertoefde. In dat jaar werkte hij namelijk tijdelijk in Groningen, en van de tussenliggende periode is niets over het leven van de schilder bekend. Collenius' werk lijkt ook op een kortstondig verblijf in Italië te wijzen. Toen hij eind 17de en begin 18de eeuw, werkend in Groningen, voor het Groningse stads- en provinciebestuur de hoog aangeschreven historiestukken vervaardigde (met titels als 'Allegorie op het Goede Bestuur'), schilderde hij voor zijn broodwinning ook vele portretten van Groningse jonkerfamilies. Het opvallende aan deze portretten is dat op de achtergrond meestal een Italiaans fantasie-landschap en een oranje gekleurde lucht te zien is. Italiaanse zonsondergangen.... je ziet zo of een portret van Collenius is of niet.

Collenius' portretten zijn te bezichtigen in de Fraeylemaborg, zijn historiestukken (ook met oranje luchten) in het Groninger Museum. In het Nationaal Rijtuigmuseum in de borg Nienoord te Leek zijn drie van zijn overgebleven wandschilderingen uit de vroegere danszaal van de borg te zien. Want ook hierin toonde Collenius zich bedreven: behalve de zalen van de borg Nienoord bevatte ook menig Gronings huis een wand- of plafondschildering of deurstuk van zijn hand. In het Groninger Museum is een reconstructie te zien van een kamer van het zogeheten Huis met de Dertien Tempels die door Collenius gedecoreerd werd. Vier van de schilderingen zijn speciaal uit de Verenigde Staten - waarheen ze in 1910 via verkoop verdwenen - naar Groningen gehaald.

Veldman toont zich in zijn uitstekende en rijk geïllustreerde studie over Collenius een eerlijk onderzoeker. Het boek geeft geen volledig beeld van de schilder Hermannus Collenius, zo geeft hij aan, maar is 'een overzicht' van zijn leven en werk. Er zijn nog vele vragen te beantwoorden, zoals: hoe is de relatie tussen Collenius en zijn medeschilders in Groningen en elders geweest, wie waren zijn leermeesters en leerlingen, wat waren precies de bronnen voor zijn historiestukken, en, is er wellicht invloed van andere (Italiaanse) schilders in zijn werk aan te wijzen? Voorts heeft Veldman van zijn studie bepaald geen hagiografie gemaakt: “De anatomische kennis van Collenius liet soms te wensen over. Op zijn schilderijen zijn verkeerd geplaatste benen, onmogelijke houdingen, putti met scheef op de romp geplaatste hoofden en dergelijke te zien. De neiging om dit als leerlingenwerk te bestempelen, is onjuist omdat we zien dat een enkele keer ook een gesigneerd werk deze mankementen vertoont.” Alweer een raadsel rond Collenius, die toch ook een aantal prachtige historiestukken en portretten heeft gemaakt waar niets mis mee is. Veldman, staande voor een van de werken van de schilder, haast zich dan ook te zeggen: “Hermannus Collenius zat niet op het topniveau van Rembrandt of Vermeer maar een niveau lager, toch van goede kwaliteit.” En met deze typering van zijn belangrijkste schilder uit de Gouden Eeuw zal Groningen het toch moeten doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden