null Beeld

ColumnKlassiek&zo

Herinnert u zich uw laatste Matthäus-Passion nog?

Herinnert u zich uw eerste keer? De ­allereerste confrontatie met die muzikale mammoet van Bachs Matthäus-Passion? Was het een onvergetelijke kennismaking, of voelde u zich geïntimideerd? Hield u het vol? Ik was dertien jaar, en ik hield het vol. De uitvoering door het Amsterdams Oratorium Koor onder leiding van organist en dirigent Piet van Egmond werd door de EO op televisie uitgezonden vanuit het Amsterdamse Concertgebouw. Op Goede Vrijdag, ’s middags. Waarschijnlijk na drie uur, het tijdstip waarop Jezus volgens de vier evangelisten Mattheüs, Johannes, Lucas en Marcus de geest gaf.

Waarom ik op die middag in april 1973 gebiologeerd voor de buis zat, dat weet ik niet meer. De Bach-passies waren toen in het katholieke Brabant geen gemeengoed. Die schier ontelbare uitvoeringen van amateurkoren in het protestantse land boven de grote rivieren, die kenden wij in Brabant niet. Misschien dat mijn gedreven muziekleraar Beusekom op school het erover had gehad. Hoe dan ook, iemand of iets had mijn belangstelling gewekt. Op Witte Donderdag had ik op de typemachine van mijn vader – met zo’n doorslagvel – een soort van synopsis met wat achtergrondinformatie geschreven. Een voor mezelf en een voor mijn iets oudere buurjongen die ook geïnteresseerd was in muziek. Vlak vóór de uitzending begon, bracht ik die naar hem.

De ruim drie uur heb ik zonder moeite uitgezeten, en legde het geheel vast op een oude bandrecorder. De uitleg van Van Egmond vooraf hielp. Hoe ik precies op de muziek reageerde kan ik niet meer helemaal terughalen. Maar ik herinner me levendig dat ik na een paar minuten ineens rechtop zat toen het eerste theatrale volksoproer in de passie klonk: Ja, nicht auf das Fest!, zong een opgewonden meute. Het tumultueuze koor duurt amper een halve minuut, maar Bach had me. Als kind ben je waarschijnlijk ontvankelijker voor dit soort beeldend drama, zoals ruim een uur later bevestigd werd in het hel-en-verdoemenis-koor Sind Blitze, sind Donner. Voor de uitgebeende en pure schoonheid van Aus Liebe was ik denk ik nog te jong. Toch heb ik in de dagen erna wel vaak en gefascineerd naar Buß und Reu geluisterd, de eerste aria in de Matthäus met die twee prachtige fluiten. Flarden herinneringen van bijna vijftig jaar geleden.

Een aardschok

Dit jaar is het ook vijftig jaar geleden dat de baanbrekende, in Wenen opgenomen Matthäus-Passion onder leiding van Nikolaus Harnoncourt op plaat verscheen. Een aardschok bracht die teweeg. In zo ongeveer alles tegengesteld aan die grootse en ‘romantische’ uitvoering van Van Egmond in Amsterdam. Bij Harnoncourt zongen alleen jongens en mannen, zoals in de tijd van Bach. Het instrumentarium klonk heel anders. De strijkers speelden op darmsnaren zonder vibrato, de fluiten die de wonderbaarlijke stem van de mannelijke alt Paul Esswood in Buß und Reu begeleidden waren van hout. Als dat uw eerste Matthäus was, dan is uw referentiekader heel anders dan dat van mij. Al heb ik alles wat aan vernieuwingen in de uitvoeringspraktijk in al die jaren langskwam liefdevol omarmd.

En er kwam veel langs! Misschien wel te veel. Jos van Veldhoven – ‘de zaakwaarnemer van Bach op aarde’ – opperde niet zo lang geleden om de partituur voor een tijd in de kast te laten. Zijn opmerking was gekscherend bedoeld, maar niemand had kunnen vermoeden dat de oud-leider van de Bachvereniging onbedoeld en ongewild al zo snel zijn zin kreeg. Voor het tweede jaar op rij geen live passies in kerk of concertzaal. Herinnert u zich uw laatste Matthäus nog?

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden