Poëzie

Herinneringen aan Poetry International. ‘Spruitjeslucht, is daar eigenlijk een woord voor in het Noors?’

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw. Beeld Maartje Geels

Poetry International viert zijn 50ste verjaardag, van 13 juni tot en met 15 juni met een extra feestelijke festivaleditie in de Doelen in Rotterdam. Janita Monna, die van 1999 tot 2007 bij het festival werkte, haalt zoete herinneringen op aan een festival zonder eigenwaan en met Jules Deelder in het Russisch.

‘Spruitjeslucht, is daar eigenlijk een woord voor in het Noors?’ In de grote lichte hal van de Rotterdamse Schouwburg zit een klein groepje mensen rond een tafel. Dichters van overal vandaan. Anne Carson, Eva Jensen, Boris Ryzji en Umberto Fiori hebben ieder een stapel gedichten van Jules Deelder voor zich. Rob Schouten leest een paar regels voor:

(…)
de Componistenbuurt waar
1950 nog ongestraft voort
En de geschiedenis zich op
Enkele meters boven de grond
Als een vertraagde film ont-
Rolt in beklemmende leegte
(…)

Het is maandagochtend en Schouten heeft zojuist de vertaalworkshop van het Poetry International Festival geopend. Vier ochtenden zullen de dichters uit Canada, Noorwegen, Rusland en Italië Deelders werk naar hun eigen taal vertalen. Die ritmisch strakke en tegelijk vloeiende regels, vol humor, oorlog en Rotterdam.

Deelder - ik had hem in de jaren negentig eens zien optreden tijdens Poetry - vertelt op deze maandag in juni aan een met woordenboeken bezaaide tafel ongedwongen over zijn poëzie en over zijn stad, waar bommen diepe kraters sloegen. Over de jaren vijftig, de tijd van de spruitjeslucht, over zijn vader: ‘Er werd geen woord gesproken / De stilte was genoeg / We werden opnieuw geboren / We waren in korte broek’.

Knusse huiskamer

In 1999 was ik bij Poetry International komen werken, het festival bestond toen dertig jaar. Ik stapte in een traditie. Nobelprijswinnaars als Joseph Brodsky en Seamus Heaney waren hier geweest, roemruchte dichters als Allen Ginsberg hadden er op het podium gestaan, Remco Campert was er zo’n beetje vaste gast.

Een indrukwekkende staat van dienst, maar eigenwaan was Poetry vreemd. De sfeer was gemoedelijk, de grote Rotterdamse Schouwburg voelde tijdens de festivalweek aan als een knusse huiskamer.

Anne Carson ligt languit op een bankje in de hal. Naast haar een stapel woordenboeken. ‘Dat ritme, daar kom ik wel uit, maar of ik iets vind voor die sfeer van ‘spruitjeslucht’?’ Carson, classica, heeft besloten Deelder naar het Latijn te vertalen.

Het loopt tegen twaalven. Op een andere plek in de schouwburg wordt zo de lunch geserveerd. Hollandse broodjes. Vrijwilligers draaien de bar. Dichters komen er graag. Niet alleen voor die broodjes, de koffie, of ’s avonds een biertje, maar ook gewoon voor een praatje. Over het weer, hun jetlag, of met vragen als waar ze in de buurt ergens een tandenborstel kunnen kopen, want ook koffers van dichters raken zoek op Schiphol.

Jules Deelder Beeld Pieter Vandermeer/Tineke de Lange

’s Middags maak ik een kleine wandeling in de buurt van de schouwburg. In straten waar ik me doorgaans anoniem beweeg, ken ik ineens bijna iedereen. ‘Hello!’ ‘Hi!’ een hoofdknik, een glimlach. In een klein hoekje Rotterdam groet iedereen elkaar: één week in juni is deze plek een dorp van dichters, vertalers, festivalmedewerkers en poëzieliefhebbers.

Het is avond en warm. De deuren van de Schouwburg gaan open, het publiek stroomt binnen. De Russische Boris Ryzji leest zo zijn gedichten voor.

We gaan leven en luieren tot het gaat sneeuwen.
En als zoiets niet lukken mocht eventueel -
nou, dan stuur ik, mijn zoon, je uit Nederland Lego,
en dan bouw je maar zelf een fantastisch kasteel.

Ryzji is een talent. Jong, niet in toom te houden. Hij drinkt, bier, wodka, wordt dronken, drinkt nog meer, stapt het podium op en leest voor.

Handen en voeten

Het optreden wordt een farce, maar Ryzji heeft iets geraakt. Zijn gedichten zullen blijven, worden opnieuw vertaald, op muziek gezet. Boris Ryzji wordt een legende, er komt zelfs een film, maar zelf maakt hij dat niet meer mee. Een jaar na zijn bezoek aan Rotterdam stapt hij uit het leven.

Als ik de volgende ochtend weer tussen de vertalende dichters zit, maak ik in mijn hoofd een rijtje van alle talen die er deze week in de schouwburg klinken. Noors, Deens, Sranantongo, Pools, Grieks, Spaans, Hebreeuws, Italiaans, Jiddisch, Russisch. En Engels natuurlijk, al is dat lang niet voor iedereen de lingua franca. Vaak zijn handen en voeten nodig, soms stokt de conversatie. Bijvoorbeeld als een dichter slechts Chinees spreekt, zoals Sun Wenbo, over wie oud-festivalprogrammeur Erik Menkveld schreef:

Door god weet welke ingewikkeldheden
zitten ze plotseling samen aan tafel:
een vriendelijke, goedgeklede Chinees
die Chinees spreekt als geen ander
maar niets anders en een goedgeklede
vriendelijke Nederlander die zijn talen kent
maar geen woord Chinees.
(…)

Er zijn momenten in de week waarop je hoopt dat het festival zal blijven duren. Dat zijn die momenten dat er op het podium iets gebeurt waarvan je weet dat je het nooit meer zo zult meemaken. Een optreden is eenmalig, even word je opgenomen in iets groters, even nemen de woorden van de dichter, de muziek van zijn taal je mee naar elders.

Zo was het dat jaar dat de Sloveense Dane Zajc optrad en hij samen met accordeonist Janez Škof gedichten voordroeg waarvan de melodie nog altijd in mijn hoofd rondzingt en de kale, vervreemdende, soms duistere teksten me nog steeds kippenvel bezorgen.

Zo was het die avond met de Zweedse Tomas Tranströmer. Hij las niet zelf, spreken ging moeilijk na een hersenbloeding. Hij speelde piano, composities voor één hand. Vertaler Bernlef las voor:

Een blauw schijnsel / stroomt mijn kleren uit./ Midwinter./ Tinkelende tamboerijnen van ijs./ Ik sluit mijn ogen./ Er bestaat een geluidloze wereld/ er bestaat een kier / waardoor doden/ de grens over worden gesmokkeld.’

Maar het festival gaat voorbij. Aan het eind van de week bestaat Deelder in het Noors, het Italiaans, is het Anne Carson gelukt om een Latijnse versie van ‘Orakel’ te maken en heeft Boris Ryzji de Deelder-klassieker ‘Voor Ari’ naar het Russisch vertaald. Zou het gedicht hem hebben herinnerd aan zijn zoon?

Lieve Ari
Wees niet bang

De wereld is rond
en dat istie al lang

Zeven dagen lang was er bijna alleen poëzie, dan komt het afscheid en gaat iedereen weer naar zijn eigen land, zijn eigen taal, zijn thuis. Maar niet voordat er cadeaus zijn uitgedeeld, souvenirs van ver, een sjaal uit Egypte, een boek met opdracht uit Ghana, een tas uit Georgië. Of zelfs een paar schoenen. Uit Angola.

Deze vrijdag deelt de Griekse dichter Titos Patrikios zakjes pistachenoten uit. Als we ’s avonds, thuis bij festivaldirecteur Tatjana Daan, een glas wijn drinken op de mooie week, gaat het eerste zakje open. Nooit heb ik zulke lekkere pistachenootjes gegeten.

Voor Martin Mooij *, van Alen Ginsberg

In Rotterdam verrijst de Toren van Babel
niet-gebombardeerd in de regenhemel"
vandaag vele babbelende tongen
doen hun beklag onder grijze wolken.

Een Indonesische dichter kwam zingend uit zwarte gevangenis
Een dichter uit Oost-Berlijn moppert medeklinkers
Een of twee dichters uit Rusland in stilte afwezig.
Dichters uit Amerika vergiftigd door plutonium
nog altijd Whitmans klinkers verklankend
Dichters met Frans als moedertaal, Hollands sprekend,
liederen zingend in het Japans of Roemeens,
mompelend in het Duits, waarzeggend in
Afrikaanse lettergrepen -

Welke menselijke muziek ontstijgt aan de Toren van Babel?
In BREIN-museum zwijgt de Babel Toren
door eeuwen van hemel-adem.

Vertaling: Simon Vinkenoog*Martin Mooij was medeoprichter van het Poetry International Festival. Hij was tot 1996 directeur.

Gedichten van Boris Ryzji, Tomas Tranströmer en veel andere dichters die ooit te gast waren bij het Poetry International Festival, zijn te lezen in: ‘De mooiste gedichten uit 50 jaar Poetry International’ Podium; 160 blz. € 22,50.

Oud-directeur Bas Kwakman schreef ‘In poëzie en oorlog. Vijftig jaar Poetry International’ De Arbeiderspers; 466 blz. € 27,50

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lange tijd op Bonaire waar ze als correspondent werkte. Monna werkte als redacteur Poetry International festival en was initiatiefneemster voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden