Herinneringen aan een interview met David Bowie

Bloemen en kaarten bij een muurschildering ter ere van David Bowie in zijn geboorteplaats Brixton. Beeld epa

'How cute,' zei David Bowie toen ik het op 14 april 1997 niet kon laten mijn allereerste singletje te laten zien. Bowie kende het hoesje van de Nederlandse persing niet en keek er enigszins ontroerd naar. Zo kreeg de fan zijn handtekening. Pas toen zag ik ook dat ene linkeroog dat altijd bruin kleurde sinds hij er in zijn jonge jaren na een vechtpartij vol op was geraakt.

Het was meer dan een ding. Het hele gesprek had ik mijn best gedaan Davids ogen in werkelijkheid te kunnen aanschouwen. Maar dat was lastig aangezien hij ondanks de schaarse verlichting, in de voor de gelegenheid gehuurde suite van Halkin Hotel het hele gesprek lang gewoonweg weigerde zijn kleine ronde zonnebrilletje af te zetten. Hoe onbeleefd voor een gentleman, dacht ik nog. En ik maar wippen op de zwartleren bank in de hoop over zijn blauwe glaasjes heen die twee verschillende pupillen te kunnen zien.

Groot genot
Nu David Bowie Lazarus definitief is nagevolgd, mag ik wel bekennen dat het hele interview een reis vol 'guilty pleasures' was. Zo vloog ik op en neer naar Londen op kosten van de platenmaatschappij op voorwaarde dat ik hem uitsluitend vragen zou stellen over zijn laatste, nog te verschijnen album 'Earthling'. Heel normaal in de popwereld, maar niet voor een ethische krant als Trouw. Het zou mijn positie als onafhankelijke verslaggever...

Maar gelukkig betrof het hier verreweg de slechtste plaat die de meester ooit heeft gemaakt, waardoor ik alle ruimte kreeg om het over van alles en nog wat te hebben, behalve over 'Earthling'. Bowie had me snel door en schaterde al vroeg tijdens het gesprek: 'Dus jij vindt het maar niks!'

Persoonlijker
Die lach werkte bevrijdend. We hadden het over 'Space Oddity' en Major Tom, maar met name ook over Bowie's erfelijk belaste halfbroer Terry, die zwaar psychotisch was en in 1985 onder een trein liep.

Bowie's liefde voor Terry en angst voor eenzelfde lot, bezongen in 'The Bewley Brothers' (Hunky Dory, 1971), had mij altijd gefascineerd en leek een belangrijk motief in zijn even wereldvreemde als buitenaardse werk. Bowie bevestigde dat als volgt: "De geschiedenis van mijn moeders familiekant is sterk bepaald door buitengewone geestelijke problemen, een lijn vol zelfmoorden tref je aan. Lange tijd heb ik gedacht dat ook mijn lot wel door die erfelijke fobie bepaald moest zijn. Ik werd dus al vroeg naar de buitenkant gedreven, gevoed door het idee dat het heel plausibel was zoals ik me voelde... altijd een outsider."

A few minutes more
Dit was wat mij met The Thin White Duke verbond. Toen de Britse pr-medewerker na twintig minuten de hotelkamer binnenkwam en aangaf dat de tijd om was, knikte Bowie mij vriendelijk toe en zei: "Ah, give the boy a few minutes more.."

Dat later bleek dat er van mijn terloops op de voorpagina van 24 april 1997 aangekondigde primeur ('David Bowie begint platenmaatschappij') nooit meer iets is vernomen, heeft mij nooit gedeerd. Soms moet je wetten overtreden om tot de kern te komen - Bowie 'has just slipped away'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden