Review

Herhaling maakt aandachtig, afwisseling banaal

,,Ik heb gewerkt met drie paintboxen: de eerste is in een arcadisch groen met donkere vlekken geschilderd. De tweede heeft weet-ik-veel-wat-voor-vieze-kleur, jaren-zeventig-lila met bloedspatten, zoiets. En de derde is heel donker. De sacrale schemer, daar gaat het verhaal het zwarte gat in.'

Dit zei de dichter, filosoof, essayist en romancier Stefan Hertmans op 5 april in Trouw over de stijl waarin zijn nieuwe boek 'Als op de eerste dag' geschreven is. Een prachtige uitspraak, waardoor ik anders ging aankijken tegen deze nogal cryptische 'roman in verhalen'.

'Als op de eerste dag' valt in drieën uiteen: het eerste deel roept in rustige zinnen het kalme leven van de jaren vijftig op. Geen lieflijke wereld overigens, meer een 'beeld van een aards paradijs waarin de schaduw van de erfzonde reeds lag vervat', zoals Hertmans het zelf zegt in het openingsverhaal, 'Landschap met vogels'.

Dit verhaal draait om een donker schilderij 'dat een soort neerhof voorstelde'. Alleen al het woord 'neerhof', dat in de eerste zin van het boek gebruikt wordt en volgens Van Dale een bijgebouw van een hofstede is waar huisdieren gehouden worden, geeft dit verhaal zijn heerlijke nostalgische, wat oubollige sfeer.

Deze duistere neerhof met 'een warreling van vogels' op de voorgrond is geschilderd door de grootvader van degene die het verhaal vertelt. Deze verteller heeft het schilderij zijn leven lang meegesleept naar zijn opeenvolgende werkkamers, zonder het ooit goed te bekijken: ,,Het neerhof behoorde niet tot het soort schilderkunst waar hij zich opinies over vormde; het hoorde bij de muren, de schemer en de herinnering'.

Pas wanneer hij op een dag in het museum van Salzburg ontdekt dat zijn grootvaders werk slechts een slechte kopie is van een groot schilderij van Melchior de Hondecoeter, gaat hij het schilderij bestuderen. Juist dan, op het moment van zijn grootvaders ontmaskering, komt het verleden tot leven. De hoofdpersoon loopt het museum uit: ,,zag het plein dat straalde in de morgenzon, en hij treurde voor het eerst om de dood van zijn grootvader - die lang geleden gestorven was in een periode toen zijn kleinzoon niet eens tijd maakte voor dit soort verdriet'.

Het eerste deel van 'Als op de eerste dag' geeft een mooi beeld 'van een wereld die verloren moest gaan door hem in te nemen.' Met die wereld gaat ook de nostalgische stijl verloren, want het tweede deel is dus geschreven in jaren-zeventig-lila met bloedspatten.

In de verhalen die dit deel tot een eenheid maken, staan pubers centraal die het leven van hun docenten tot een hel maken, geobsedeerd als ze zijn door seks en Jimi Hendrix. Niks geen neerhof in de eerste regel van dit verhaal. Hier luidt de opening: ,,Omdat de dag tevoren Jimi Hendrix jammerlijk in zijn kots was gestikt, besloot ik mijn namaak-Fender Stratocaster die hele schooldag lang op mijn rug te dragen'.

We zijn in een andere tijd terechtgekomen, een tijd die -helaas- een taalgebruik vereist dat de gezapige sfeer van landerige jongens met heftige gevoelens, diepe angsten en slechte manieren weet te vatten. Daarom staan er nu zinnen als: ,,We bestelden allemaal nog iets en er viel een stompzinnige stilte aan het tafeltje. Djiepie zat uit zijn neus te eten. Hij sperde zijn neusgaten daartoe zo ver mogelijk open door zijn bovenlip in een berggorillagrijns te plooien. Het opgeviste materiaal leek hem zeer te smaken.'

Deel twee van de roman staat bol van de plastische zinnen, veel kots en drank die een 'weet-ik-veel-wat-voor-vieze-kleur' moeten oproepen. Toch vraag ik me af of de kleur niet smeriger was uitgevallen wanneer er minder goors beschreven was. Een pagina nadat Djiepie zijn neus heeft leeggehaald -het gezelschap zit nog steeds aan het tafeltje- hangt er ,,iets van jeuk op het terras. Iedereen krabde en pulkte tot er rode sporen over halzen armen en kaken gloeiden.' Een paar regels verder plukt Dreete met zijn spitse ,,vuile vingertjes enkele schilfertjes roos van zijn jasje'. Weer een regel verder 'sproeien' er 'troebele speekselbelletjes' uit Djiepie's mond. Dit is te veel, alleen door streng te doseren is een lichamelijke reactie op te wekken. Door het ontbreken van deze dosering is het tweede deel van 'Als op de eerste dag' kluchtig geworden, in plaats van walgelijk.

Dat geldt niet voor het slot van 'Als op de eerste dag'. Met ijzingwekkend proza roept Hertmans hier een godverlaten duistere onderwereld op, waarin levens ontsporen van personages die op vleselijke kicks jagen. Het angstaanjagende van deze personages is dat ze in staat zijn tot prachtige filosofische passages over, bijvoorbeeld, de herhaling. ,,Mensen die elke dag iets anders doen hebben andere ogen, naïever, banaler en opener, ze geloven in dingen waar de asceet van de herhaling nooit in zou geloven: de banaliteit van avontuur. Inprenting daarentegen leert je aandachtig worden voor de geringste verschuiving. Afwisseling maakt mensen oppervlakkig; herhaling maakt ze stil en aandachtig.'

Het is onzinnig 'Als op de eerste dag' te kwalificeren als mooi of niet-mooi. Geeft het begin van de roman een beeld van een aards paradijs waarin de schaduw van de erfzonde reeds lag vervat, het boek eindigt in de hel, waarin hooguit nog een sprankje licht doet herinneren aan het zonnige paradijs. Op de ongeloofwaardige, kluchtige passages na is dit een knap beschreven ondergang van een avondland, waarin de wereld van een grootvader die zijn leven lang één handeling herhaalde, een schilderij kopieerde, voorgoed vervangen is door een banale, op avonturen gerichte cultuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden