Interview Xander en Henny Vrienten

Henny Vrienten en zoon Xander over muziek, het leven en de dood: ‘In de hel zitten de leuke mensen’

Henny en Xander Vrienten. ‘Ik wilde nooit basgitaar spelen, omdat Henny dat al deed.’ Beeld Patrick Post

Vader Henny brengt vandaag zijn nieuwe album 'Tussen de regels' uit. Zoon Xander stapte uit de schaduw van Jett Rebel om tijd te maken voor eigen projecten. Samen zijn de Vrientens dit seizoen huisband bij De Wereld Draait Door. “Als vader wil je het liefst altijd je kinderen om je heen hebben.”

Hij is fan van ‘De Wereld Draait Door’ en hij mag Matthijs van Nieuwkerk ontzettend graag. En ja, er is een nieuw soloalbum waar hij erg trots op is. Geweldig om daar zeven keer live op televisie een liedje van te mogen spelen. Goed voor de exposure ook. Maar de echte reden dat Henny Vrienten ‘ja’ zei toen de redactie van DWDD hem vroeg om huismuzikant te worden, was dat hij het samen met zijn zoon Xander kon doen. “Als vader wil je het liefst altijd je kinderen om je heen hebben.”

We zitten in de annex van Henny’s thuisstudio in Amsterdam, waar tientallen bassen en gitaren ons vanaf de muren aankijken. Xander komt iets later dan afgesproken – “hij is van een andere generatie”. En zo komt het gesprek al snel op ‘Pa’, de Doe Maar-hit waarin Henny de relatie met zijn eigen vader beschrijft.

“Knoop je jas dicht, doe een das om, was eerst je handen.”

“Wat ik toen zag als bemoeizucht, zie ik nu als bezorgdheid. Maar zoals Xander mij kent, zo kende ik mijn vader niet. Die kwam als het ware uit de negentiende eeuw. Hij trouwde laat en wist niet goed wat hij met kinderen aan moest. Ik was dol op hem, maar we hadden weinig contact. Laatst bedacht ik dat ik één keer met hem ben gaan zwemmen op een warme zomerdag. Toen we samen in een kleedhokje stonden zag ik voor het eerst zijn geslacht. Ik was al twaalf of zo. Wat was dat voor een tijd?”

Voor zover je daar na een uurtje interview iets zinnigs over kunt zeggen, is de relatie tussen Henny en Xander inderdaad anders. Liefdevol. Gelijkwaardig. Ze geven elkaar alle ruimte om te praten, ze maken geregeld complimenten en discussies worden met een glimlach gevoerd.

32 jaar

Xander is dit jaar 32 geworden. Precies de leeftijd die zijn vader had toen hij met Doe Maar doorbrak. Juist nu stapt Xander in de spotlights, na tien jaar lang bij Jett Rebel letterlijk op de achtergrond te hebben gebast. Er is dus die DWDD-huisband, hij toert met Trijntje Oosterhuis en hij gaat een reeks eenmalige concerten organiseren bij de Westergasfabriek in Amsterdam. 

“Die leeftijd, ach ja. Volgens mij is het toeval, laten we het niet groter maken dan het is. Het is wel waar dat ik lange tijd heb geprobeerd dingen te bereiken zonder mijn achternaam te gebruiken. Ik wilde ook nooit basgitaar spelen, omdat Henny dat al deed. Dat was kennelijk nodig.”

In zekere zin zaten vader en zoon in hetzelfde schuitje. Doe Maar was mateloos populair toen de band in 1984 stopte. Ook Henny moest een manier vinden om zich tot zijn eigen verleden als popster te verhouden. Henny: “Ik weet niet of dat waar is. Ik hou ervan de dingen te regisseren. Na Doe Maar knipte ik mijn blonde kuif af, zette een hoornen bril op, deed een trenchcoat aan en ik was iemand anders. Ik kon zo over straat lopen, terwijl dat twee weken daarvoor onmogelijk was. Daarna heb ik dertig jaar in een studiootje filmmuziek zitten maken.”

Xander: “Dat was de tijd waarin ik opgroeide. Natuurlijk kwam er wel eens iemand naar ons tafeltje om een handtekening vragen, maar Henny’s roem maakte geen groot deel uit van ons gezinsleven.”

Onvermijdelijk einde

Henny’s nieuw album ‘Tussen de regels’ is het laatste deel van een autobiografische trilogie, en net als op de eerste twee platen speelt ook hier de Doe Maar-tijd bepaald geen hoofdrol. In de terugblik op zijn leven, focust Henny op zijn prille jeugd (‘Karnemelk en bitterkoekjes’) en zijn adolescentie (‘Paradijs verloren’). Het nummer ‘Carnaval’ is een vooruitblik naar het onvermijdelijke einde. Lachend kijkt Henny de naderende dood in de ogen.

“Kom nu naar het carnaval / van mijn feestelijk verval.”

“Nee, ik hou mezelf niet voor de gek. Voor de dood heb ik geen angst. Ik zie het als iets vermakelijks dat je langzaam het gevecht met de zwaartekracht verliest.” “Als zoon wil ik hier natuurlijk niet over nadenken,” zegt Xander, “maar als luisteraar vind ik het mooi dat je er zo tegenaan kunt kijken. Ik hoop dat ik dat later ook kan.” De eerste zin van het liedje luidt: “Een lange smalle weg / meandert naar de horizon” – het lijkt een verwijzing naar de Bergrede uit de Bijbel, waarin gezegd wordt dat de brede weg naar de ondergang leidt en de smalle naar het leven. Op basis van de rest van Henny’s oeuvre zou je zeggen dat hij zich in het leven veelvuldig op de brede weg begaf.

Henny: “Ik snap dat je de link legt, maar om eerlijk te zijn kwam dit verhaal niet in mij op.” Xander: “Jij gaat toch gewoon via de brede weg naar de hemel?” Henny: “Ik hoop niet in de hemel te komen, dat lijkt me zó saai. Alle leuke mensen zitten in de hel. Wat in het katholicisme het kwaad is, zijn dingen waar iedereen van houdt: veel eten, buitenechtelijke seks, noem het maar op. Dan kom je in de hel. Daar zitten dus de leuke mensen.”

Xander: “Het zou humor zijn als God Herman Brood in de hemel zou toelaten. Dat hij zegt: je hebt het goed gedaan, vriend. Je bent dicht op je gevoel gebleven.” Henny: “Laten we ons geen illusies maken, niets van dit alles. Het licht gaat gewoon uit.”

In zijn eentje

Met het afsluiten van de trilogie heeft Henny alles verteld wat hij wilde vertellen. “Ik hoop nu van het gezeik van biografen af te zijn,” zegt hij, niet eens voor de grap. Anders dan bij de rest van zijn oeuvre nam hij dit keer alle zangpartijen in zijn eentje op. “Ik merkte dat ik dan het beste zing. Triest genoeg dat je daar na vijftig jaar muziek maken achter komt.” Xander hoorde het meteen. “Je zing veel beter. Ik was zelfs een beetje pissig op je, omdat ik dacht dat je autotune gebruikt had.” Henny: “Ik kan niet zo goed zingen als Marco Borsato. Altijd heb ik moeten roeien met de riemen die ik heb. Ik ben wel steeds meer van die riemen gaan houden. Het klink koket, maar voor het eerst ben ik tevreden over mijn zang.”

Des te spijtiger dat Tussen de regels het laatste Henny Vrienten-album ooit zal zijn. Of is er hoop? “Het plan was inderdaad dat ik hierna nooit meer een album zou maken. Maar vandaag denk ik er anders over. In een biografie van Nietzsche las ik dat hij in een buitenwijk van Wenen liep, aan het einde van de negentiende eeuw. Uit een open deur klonk pianomuziek. Hij heeft daar drie kwartier in vervoering staan luisteren. Muziek bestond toen alleen op het moment dat iemand het speelde. Tegenwoordig word je gebombardeerd met muziek, overal, altijd. Toen ik dat las, dacht ik: ik ga een album maken zonder het op te nemen. Ik wil het alleen live uitvoeren.”

De Zwolse rapper Sticks heeft iets dergelijks gedaan. Zijn nieuwe album is alleen tijdelijk in een museum te beluisteren. Kennelijk hangt er iets in de lucht. Xander: “Het is duidelijk waar dat een reactie op is. Bij liveconcerten zie je meer telefoontjes dan gezichten. Ik snap de reflex dat je een moment zo graag wil bewaren dat je het opneemt, maar ik vraag me af of die filmpjes ooit bekeken worden. Waarschijnlijk niet. Dat is absurd. Dan zie je het alleen via een schermpje en daarna nooit meer. Je maakt het moment dus überhaupt niet mee.”

Lees ook:

Eén keer naar ‘Onrust’ luisteren en dan nooit meer, is een onverteerbare gedachte

Het nieuwe album van rapper Sticks is te beluisteren in museum De Fundatie in Zwolle. Alleen daar, en nog tijdelijk ook. Na vier maanden verdwijnt ‘Onrust’ voorgoed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden