Trouw BoekenclubUit het leven van een hond

Henk is een man om verliefd op te worden, vonden de lezers van de Boekenclub

Beeld Suzan Hijink

De Trouw Boekenclub was enthousiast over ‘Uit het leven van een hond’, al kwam er ook kritiek. Waarom belandt hoofdpersoon Henk met zijn dronken kop samen met zijn 17-jarige nichtje op een bed? Schrijver Sander Kollaard geeft antwoord.

De hamvraag luidt: heeft de schrijver zelf een hond? En zo ja, is dat ook een kooiker, compleet met witte bles en pluimstaart?

Het antwoord op die vraag springt halverwege het video-interview in beeld, enthousiast kwispelend. “Dit is Floris”, zegt Sander Kollaard. Inderdaad een kooiker, drie jaar oud: “Ik ben hopeloos verliefd op dit beest.”

Die liefde klinkt door in ‘Uit het leven van een hond’, de roman waarover de Trouw Boekenclub zich heeft gebogen. Daarin beschrijft Kollaard een vrije zaterdag uit het leven van de 56-jarige Henk, ic-verpleegkundige van beroep, én zijn oude, zieke hond Schurk.

Schrijver Sander Kollaard met hond Floris en poes Miedema, genoemd naar voetbalster Vivianne Miedema.Beeld Susanna Erlandsson

Schurk heeft het benauwd, hij hijgt, zijn hart hapert – tot zover geen gelijkenis met de kerngezonde Floris. Maar het wezen van de hond, hoe hij kijkt, dribbelt, blaft, likt én zijn baasje onvoorwaardelijk liefheeft, dát keek Kollaard wel bij zijn eigen kooiker af.

De redactie ontving tientallen vragen van lezers: over de hond en zijn baasje Henk, over de schrijver en dit boek. “Ik ben blij verrast”, zegt Kollaard, die alle e-mails las ter voorbereiding op dit gesprek. “Wat me opvalt, is dat veel mensen de roman betitelen als liefdevol, warm, moedgevend, een hart onder de riem. Ik was zelf ook ingenomen met de lichtheid ervan. Ik denk dat lezers oppikken hoe ik me voelde tijdens het schrijven.

“Ik vind het ook heel leuk om te zien hóe mensen lezen. ‘Uit het leven van een hond’ begon met een inval, het groeide in mijn hoofd. En dan krijgt het opnieuw gestalte in de hoofden van mensen die ik helemaal niet ken. Ik vind dat mooi, ontroerend bijna. Het is alsof de lezer het boek afmaakt.”

Kollaard zegt dit vanuit Zweden, waar hij ooit vanwege de liefde is beland. Met zijn Zweedse vrouw Susanna en hun drie kinderen bewoont hij een oude pastorie op het platteland, tussen velden en bossen. Zijn videodecor bestaat uit een goedgevulde boekenkast: de schrijver is ook een lezer. Opmerkelijk is verder de tijdelijke ‘coronabaard’. “Ik heb een hekel aan scheren. Ik heb ook een hekel aan baarden. Ja, nu wint de hekel aan scheren het, tot ergernis van Susanna.”

Waarom heet uw boek ‘Uit het leven van een hond’? De echte hoofdpersoon is Henk. Was ‘Uit het leven van Henk’ geen logischer titel geweest?

“Ja, maar een titel moet wel aantrekkelijk klinken. Daarbij komt dat de hond heel goed past bij de centrale vraag van het boek: hoe behoud je de zin om te leven, in een wereld die vol verdriet is? Een hond is een toonbeeld van levenslust, hij heeft altijd zin: als je met ‘m wilt wandelen, als hij eten krijgt, als je hem op zijn buik of rug wilt aaien.”

Verschillende lezers werden een beetje verliefd op Henk. Ook al is hij iets te dik, raakt hij maar niet aan het sporten en drinkt hij te veel wijn op een feestje; dat vergeven ze hem graag. Is hij uw alter ego?

“Nee (lacht), hij is een verzonnen figuur. Ik heb geen overgewicht, ben geen ic-verpleegkundige, ik ben niet gescheiden en ik heb ook geen dode broer. Maar Henk lijkt in bepaalde opzichten wel op me, hoor: zijn filosofische aard, het soort vragen dat hij zichzelf stelt. Henk heeft een groot talent voor somberheid, er zijn genoeg verdrietige dingen in zijn leven, daarom gaat hij juist op zoek naar de andere kant: de levenslust.”

Heeft u zelf ook veel meegemaakt, wilde een lezeres weten?

“Het ergste wat mij is overkomen is de dood van mijn beste vriend, die was vijftig. Dat was een echte klap. Verder verbroken relaties, nog wat mensen die ik liever niet had zien sterven, maar geen traumatische dingen. Ik heb niet te klagen, ik heb veel minder meegemaakt dan Henk.”

De eindigheid van het leven is een belangrijk thema in al uw boeken. Waar komt die fascinatie vandaan?

“De sterfelijkheid komt inderdaad altijd terug, wat ik ook probeer. Het is een onontkoombaar thema voor veel schrijvers, denk ik. Als je schrijft over hoe het is om mens te zijn, om te leven, hoe dat voelt, dan ontkom je niet aan schrijven over ouder worden, ziek zijn, iets van je gezondheid verliezen en uiteindelijk ook onder ogen moeten zien dat je komt te sterven.

“Juist de sterfelijkheid maakt dat we al die ingewikkelde vragen stellen. Wat betekent het leven nou eigenlijk, wat is de zin ervan, waarom zou ik mijn best doen als ik toch dood ga? Daar zijn veel mensen mee bezig, dat viel me ook op in de reacties ven lezers.”

Henk is ic-verpleegkundige, een vitaal beroep, maar over zijn werk komen we niet veel te weten. Waarom houdt u dat vaag?

“Omdat ik daar eigenlijk niks van afweet. Toen ik dit boek schreef, wist ik trouwens niet dat er een crisis zou uitbreken waarin ic-verpleegkundigen zo’n cruciale rol spelen.

“Voor de roman doet zijn werk er niet toe; waar het om gaat is dat hij een medische achtergrond heeft. Henk ziet mensen als machines die stuk kunnen gaan, dát perspectief is voor mij belangrijk. Zijn werk heeft ook een menselijke kant, maar de kern is dat hij die zachte machines in leven moet houden.”

Wie is Sander Kollaard?

Sander Kollaard wordt vandaag, 13 mei, 59 jaar. Met ‘Uit het leven van een hond’ maakt hij kans op de Libris Literatuurprijs die op 22 juni wordt uitgereikt. Hiervoor schreef hij twee verhalenbundels: ‘Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde’ (2012) en ‘Levensberichten’ (2018). Zijn romandebuut ‘Stadium IV’ (2015), over liefde, dood en terminale kanker, werd uitgeroepen tot Boek van de Maand bij het tv-programma ‘De Wereld Draait Door’.

Heeft u zelf een medische achtergrond?

“Nee, ik heb geschiedenis gestudeerd, maar medische zaken interesseren me wel. Ik heb er ook veel over gelezen toen ik als redacteur bij een medische uitgeverij werkte. Veel van mijn personages hebben een medisch beroep, omdat ik hun visie op het leven boeiend vind.

“Henk probeert het zo te verwoorden: ‘We zijn alleen maar spul, maar wel poëtisch spul’. Daarmee bedoelt hij dat je ontzettend veel verhalen kunt vertellen over dat spul, zonder te ontkennen dat het spul is. Je kunt het hart zien als een pomp, je kunt het hebben over spieren en contractie, maar ook over het hart als zetel van liefde, over liefdespoëzie, het hooglied en Madame Bovary. En zo kun je dat spul bedekken met verhalen, laag na laag. Daarin schuilt de poëzie van het leven.

“Ik heb nooit begrepen waarom sommige mensen deze visie kil vinden. Ik geloof niet in een ziel, dát is pas een kil idee. Stel je dat voor: je sterft en moet als onsterfelijke ziel lijdzaam toekijken hoe je kinderen en je kleinkinderen verder leven. Dat lijkt me afschuwelijk: je bent alleen, je bent afgesloten van degenen die belangrijk voor je waren. Hoe mensen daaruit troost putten, is me een raadsel.”

U vertelt het verhaal soms vanuit Henk zelf, soms zoomt u uit, lijkt u boven hem te zweven. Dat bijzondere perspectief viel veel lezers op.

“Het is alsof ik met een klein cameraatje om hem heen draai, als in een vlog. Ik film tamelijk losjes, soms dicht op Henk, soms verder weg, soms stel ik hem een vraag, soms zwenk ik weg naar iemand anders, of naar iets dat nog staat te gebeuren of al is gebeurd.

“Dat had ik vooraf niet zo bedacht, dat zwenkend perspectief is ontstaan tijdens het schrijven. Ik vond het leuk om daarmee te spelen. Als schrijver moet je jezelf eigenlijk verborgen houden, dat is de regel, maar regels zijn er om te worden doorbroken. Acteurs stappen ook wel eens door de vierde wand heen, zo gek is het niet. De schrijver: je ziet hem net niet, maar hij is voelbaar aanwezig in mijn roman.”

Gertien Oosterhoff uit Eelderwolde wil graag weten: waar en hoe heeft u geleerd om zo’n goede schrijver te zijn?

“Een deel is gewoon aangeboren talent. Het volgende ingrediënt is heel veel lezen en proberen daar iets van op te steken. En het derde is heel veel schrijven en niet tevreden zijn over wat je schrijft, streng zijn voor jezelf. Goed kunnen verdragen dat het vaak mislukt en toch niet de moed verliezen. Ik schrijf elke dag minstens driehonderd woorden, daar streep ik twee derde weer van weg. Die honderd woorden die ik overhoud, herschrijf ik nog minstens twintig of dertig keer. Ja, misschien zijn mijn boeken ook daarom zo dun. Ik hou als lezer ook niet van dikke boeken, ik word er ongeduldig van.”

De lezers kraakten ook kritische noten. Sommigen vonden het onprettig dat Henk met zijn dronken kop samen met zijn 17-jarige nichtje op een bed belandde.

“Daar ben ik me wel van bewust geweest, dat dit een ongemakkelijke situatie was. Maar Henk en zijn nichtje Rosa hebben het er even over en daarmee lost het probleem zich op. Volgens mij zijn er geen lezers afgehaakt bij deze scène.

“Als schrijver wil ik het lezers niet alleen maar naar de zin maken, ze mogen best een beetje nerveus worden. Dan letten ze beter op. Als Henk, nog steeds dronken, verliefd wordt op Mia, heeft hij het ineens over ‘penetreren’. Dat vind ik een zeer afschuwelijk woord, maar ik gebruik het bewust om het oncomfortabel te maken, om de lezers als het ware een por tussen de ribben te geven.”

Een paar lezers vonden Henk onsympathiek, platvloers of tobberig. En sommigen zeiden: Henk maakt op die ene dag wel héél veel bijzondere dingen mee, dat is ongeloofwaardig.

“Ja, die laatste kritiek vind ik wel vervelend, want dan faal ik als schrijver. Je hebt altijd een stille afspraak met de lezer: die weet ook wel dat het verhaal verzonnen is, maar schort zijn of haar ongeloof op. Dat moet je als schrijver wel voor elkaar zien te krijgen. Kennelijk is me dat bij deze lezers niet gelukt.”

Henk mijmert ook over zijn echtscheiding. Ziet u het als uw taak om lezers te laten nadenken over hun eigen relatieproblemen?

“Nee, mij moet je niet vragen naar het geheim van de liefde, want ik heb er vaak genoeg een potje van gemaakt en ik snap er nog steeds niks van. Ik knijp me in mijn handjes dat mijn huwelijk goed gaat.

“Als ik als schrijver al een taak heb, dan is het om iets te laten zien van de complexiteit van het leven. De werkelijkheid is nooit simpel en enkelvoudig en gemakkelijk te begrijpen. Het is belangrijk om je te realiseren hoe ingewikkeld het is om de wereld überhaupt waar te nemen. Laat staan te begrijpen.”

De Trouw Boekenclub gaat morgen verder met ‘Confettiregen’ van Splinter Chabot.

De Trouw boekenclub

Bij dit interview is dankbaar gebruik gemaakt van vragen en opmerkingen van: Femke de Slegte, Jos van Eijden, M.J. de Boer, Gertien Oosterhoff, Majorie Mulder, Peta Eisberg, Nel van Zijderveld, Karel Th. Eisses, Hans Dorsman, Diny van Haeringen, Anke Munnik, Marjan Bakker, Kari van Weeren, Agaath Schilder, Arja Schipaanboord-Karman, Petra Verzaal, Betty Vermeulen Zijderveld, Marleen Hogerheide, Hennie van Muijen, Carla van de Kamp, Marielle Nollen, Marijke Poortstra, Geert de Bruin, Lea en René Geurts, Arend van Maanen en Paul Blokland.

Lees ook:

Sander Kollaard beschrijft de mens op zijn mooist, aarzelend, maar ook vol goede moed

Boekrecensie: Van Sander Kollaard (1961, Nederlander, woonachtig in Zweden) had ik tot nu toe niks gelezen maar dat gaat met ingang van zijn jongste roman ‘Uit het leven van een hond’ veranderen. 

De Trouw Boekenclub besprak eerder: ‘Lichter dan ik’ van Dido Michielsen. Leest u mee?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden