Review

Hemelse muziek in Japans vrouwenkamp

De eerste keer dat ze de muziek hoorde, viel Helen Colijn er “zeker niet van om.” Dat ze later een boek zou schrijven over het vrouwenorkest in het gevangenkamp Belalau op Sumatra, besefte ze toen nog niet. Dat er, mede dankzij haar inzet, een speelfilm over gemaakt zou worden, evenmin.

De speelfilm gaat dinsdag in Nederland in première. 'Paradise Road' vertelt het verhaal van het unieke 'stemmenorkest' van Norah Chambers en Margaret Dryburgh. Met dertig vrouwen voerden zij in de jaren 1943-1945 een aantal concerten uit in het interneringskamp, met slechts hun stemmen als instrument. In het koor zongen ook Nederlandse vrouwen mee, onder wie de zusjes van Helen Colijn. Het orkest zong klassieke muziek, uit het hoofd omgewerkt tot een vierstemmige partituur. De vrouwen voerden uiteindelijk meer dan dertig stukken op, waarvan de partituren bewaard zijn gebleven.

In de film is het eerste concert een dramatisch hoogtepunt. Temidden van de doffe ellende in het kamp, tussen de honger, de ziekte, de uitputting, klinken opeens serene klanken. De Boleró van Ravel. Schuberts 'Unvollendete'. Mozart, Bach. Zelfs de Japanse bewakers vallen stil. Zingen was eigenlijk verboden in het kamp. Bijeenkomsten waren dat zeker.

“Er is me later vaak gevraagd wat ik voelde toen ik voor het eerst de muziek hoorde”, zegt Helen Colijn (77), die voor de première is overgekomen uit de Verenigde Staten, waar ze na de oorlog met haar Nederlandse familie ging wonen. “Iedereen veronderstelt dat het een heel bijzondere ervaring moet zijn geweest om in het kamp zulke hemelse muziek te horen. Dat we meteen voelden: deze muziek sleept ons er doorheen, nú kunnen we er weer tegenaan. Maar het was geen film. De omstandigheden in het kamp waren er niet naar om nog dingen 'gewoon' of 'ongewoon' te vinden.”

“Voor ons was het stemmenorkest iets absurds, zoals alles in het kamp absurd was. We leefden met honderden vrouwen hutje-mutje op elkaar. Muziek maken zonder instrumenten - dat was een zoveelste manier om iets te maken uit niets. Zoals je een matras maakte door beetjes gras te verzamelen. Of zoals je zelfs geen eierschaal weggooide. En het was weer iets om de tijd mee te vullen.”

De werkelijke waarde van de muziek bleek haar pas later, toen ze voorzichtig weer emoties durfde toelaten. Voor Helen Colijn werd de herinnering aan de concerten uiteindelijk een manier om haar trauma's te verwerken. “Ik ontdekte dat ik niet alleen narigheid had meegemaakt in het kamp. Dat er ook iets heel moois verscholen heeft gelegen in de ellende: de muziek. Dat de oorlog iets goeds kan brengen, ook al kon ik me dat, toen ik er midden in zat, niet voorstellen. Die boodschap wil ik uitdragen. De vrouwen die het orkest oprichtten, verdienen een eerbetoon. Dit is mijn manier om hen te bedanken.”

Haar zussen vinden het nog steeds moeilijk om aan de concerten terug te denken. “Voor hen is het te dichtbij. Ze zongen zelf in het koor. Ik niet, want ik was 'Helen die niet kan zingen'.”

Helen Colijn bracht drieënhalf jaar door in Japanse kampen. Het woord 'Jappenkampen' wil ze niet meer gebruiken. “Jappen is een denigrerend woord. De oorlog met Japan is al meer dan vijftig jaar voorbij.”

Ze was twintig toen Nederlands-Indië werd bezet. Een meisje uit een gegoed milieu, kleindochter van de vooroorlogse premier Hendrik Colijn. Op vakantie bij haar ouders bleek ook Indië niet meer veilig: haar moeder werd als gijzelaar door de Japanners gevangen genomen en bijna geëxecuteerd. Pas na de oorlog zagen Helen en haar zusjes Antoinette en Alette haar terug.

De rest van het gezin probeerde naar Australië te ontkomen. De Japanners torpedeerden het schip tewijl ze al halverwege waren. Als een van de weinigen overleefden Helen, haar zussen en vader de schipbreuk. Maar ze belandden vervolgens in Sumatra in Japanse kampen. Vader Colijn kwam er in maart 1945 om.

In het laatste kamp waar Helen en haar zussen verbleven, stierf meer dan een derde van de vrouwen door ziekte en uitputting. Van het stemmenorkest overleefde de helft van de leden de oorlog niet.

Het is dat het erbij hoort, het opsommen van “de narigheid”, zoals Helen Colijn kortweg de traumatische gebeurtenissen noemt. Ze houdt er eigenlijk niet zo van om er over te vertellen. In haar boek 'De kracht van een lied' beschrijft ze de gebeurtenissen met afstand.

“Het gaat me om de boodschap die ik wil uitdragen, niet om mijn eigen ervaringen”, zegt ze. In de speelfilm is voor de persoon van Helen slechts een kleine rol weggelegd, en dat vindt ze prima. “Bovendien is de Helen uit de film slechts ten dele op mij gebaseerd.”

Ze vond het “opwindend” en ook emotionerend om het verhaal van het stemmenorkest uiteindelijk in een grote speelfilm terug te zien. In de VS ging de film al in het voorjaar in première, met sterren als Glenn Close en Frances MacDormand in de hoofdrollen. Het Nederlandse vrouwenkoor Malle Babbe, uit Haarlem, zong de soundtrack van de film.

Zonder de inzet van Helen Colijn zou de film er niet zijn gekomen. Ze is al zestien jaar bezig met het project. Het idee dat ze op bejaarde leeftijd met haar aanhoudende brieven en telefoontjes de schrik werd van menige tv- en filmproducer, doet haar grinniken. In 1981 waren de ambities nog niet zo groot. “Het begon heel simpel met mijn zus Antoinette die de dertig originele partituren wilde laten conserveren en ze daarom schonk aan de universiteit van Palo Alto.” De archivaris wilde de muziek 'wel eens horen', en zo kwam er een bandopname van een optreden van een plaatselijk koor. Uiteindelijk wisten de zussen Colijn een tv-producer te interesseren en geld bij elkaar te brengen. Dat leidde in 1985 tot een documentaire waarvoor Helen voor het eerst terugging naar Sumatra. Ze schreef in dezelfde periode een boek, waarvoor ze “helaas” alleen een Nederlandse uitgever wist te interesseren.

Haar zussen moesten uiteindelijk afhaken - het werd te zwaar voor ze. Uiteindelijk kwam het bericht dat de Australische regisseur Bruce Beresford een speelfilm wilde maken. Helen Colijn kon haar geluk niet op: “We hebben er zoveel ingestopt, samen met een hele groep mensen. Ik heb het zeker niet alleen gedaan. Het is een aaneenschakeling geworden van positieve gebeurtenissen. En dat kan niet anders, want de muziek van het stemmenkoor raakt iedereen.” Voor zover ze weet, is het de eerste keer dat er een grote speelfilm is gemaakt over de vrouwenkampen in Azië.

Ze is teleurgesteld over de matige ontvangst van de speelfilm, die in de VS maar kort heeft gedraaid. “De kritiek was dat er geen duidelijke hoofdpersoon in de film was, en dat er te weinig gebeurde in de film. Maar wat willen ze dan, vraag ik me af. Zo was de werkelijkheid in het kamp: er waren geen duidelijke heldinnen, en alle dagen waren hetzelfde.”

Gelukkig komt de film wel uit op video. Maar Helen Colijn zit nog steeds niet stil: “Een Amerikaanse amateurtoneelgroep heeft het verhaal van het stemmenorkest bewerkt tot een toneelstuk. Het zou jammer zijn als het bij een eenmalige opvoering bleef, vind ik.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden