Review

Help, een schelp! Maar wat voor één? Gelukkig is er nu ook een gids voor ons Hollandse strand.

Wat is het strand toch heerlijk Hollands! En dan hebben we het even niet over de zandkastelen, de kleurige vliegers tegen een blauwe zomerlucht, de zomerse geur van Nivea en eierkoeken met zand - maar over al die zaken die de zee schijnbaar achteloos bij haar terugtrekkende beweging in het natte zand achterlaat.

Wat te denken van de 'smalle trapgevel', het 'slanke traliehorentje, het 'mosselslurpertje', het 'fijngestreept speldhorentje, het 'schepje', de 'geknotte oubliehoren' en het 'witte muizenoortje'. De opsomming dreigt te lang te worden, maar het 'vergeten brakwaterhorentje' en het 'ovale nonnetje' móeten worden genoemd. Prachtige namen, kloek Hollands, allemaal door opgewonden biologen bedacht, alsof zij zich vol genegenheid bezighielden met de naamgeving van hun eerste kind: we noemen hem mosselslurpertje!

Alleen al om het overzicht van 252 soorten is de nieuwe Veldgids Schelpen van Rykel de Bruyne een must voor eenieder die ook maar iets met zee of strand heeft, of met de Nederlandse taal. Maar vooral rapers en verzamelaars hebben lang op deze gids gewacht. Zeven jaar, om precies te zijn, heeft hij op de plank van de uitgever gelegen, terwijl strandland Nederland het zonder standaardwerk over schelpen moest doen. Ja, je had de Waddenwaaier van de Waddenvereniging, maar die was incompleet. Wie verder wilde zoeken moest overstappen naar de Tirion Schel-pengids van Gert Lindner of Het Schelpenhandboek van Kenneth Wye, maar dat zijn vertaalde werken over het schelpenaanbod op de gehele wereld, zie daar het 'vergeten brakwaterhorentje' maar eens in te vinden. Een enkeling wist zich te behelpen met het vorige Nederlandse standaardwerk van Bob Entrop - de Koning der tweekleppigen - maar dat verscheen meer dan dertig jaar geleden.

Inmiddels is het strand veranderd, heeft Rykel de Bruyne bij zijn onderzoek gemerkt. Zeker de laatste paar jaren. ,,Of het door de opwarming van de aarde komt, kan ik niet wetenschappelijk aantonen”, zegt hij voorzichtig, ,,maar oude soorten zijn aan het verdwijnen, en er komen nieuwe - vooral zuidelijke - voor in de plaats.”

De goeie ouwe kokkel wordt steeds minder aangetroffen, het nonnetje verdwijnt en de platschelpen nemen fors af. Daarentegen is de tapijtschelp die het jaren minder deed bezig aan een comeback, en liggen de stranden inmiddels vol met de Amerikaanse zwaardschede. Hele banken hebben zich hiervan gevormd.

,,En, niet te vergeten: de ane-moon is in opkomst.”

Je ziet tegenwoordig wat minder soorten op de vloedlijn, zegt De Bruyne, die werkzaam is bij het Zoölogisch Museum in Amsterdam. ,,Het is er wat kaler op geworden, maar het strand is door al die veranderingen interessanter dan ooit.” Bijna wekelijks struint hij langs de vloedlijn op zoek naar studiemateriaal, staat hij even stil en buigt zich voorover om bijvoorbeeld een 'noordkromp' zeker te stellen, die wel tien centimeter groot kan worden.

Maar vaker nog doet De Bruyne aan 'thuisjutten'. ,,Ik ben dan al met een emmer het strand op geweest, heb die op de juiste locaties volgeschept met schelpengruis, en haal die berg thuis door een aantal zeven. Kijk, en dan wordt schelpenzoeken pas écht interessant. Ik ga zelf helemaal voor de kleine soorten. Mijn favoriete wenteltrapjes en spoelhoorntjes zie ik nog wel met het blote oog op het strand liggen, maar toppers als het amonietslakje of het koffieboontje: daar heb ik echt de microscoop bij nodig. Het slakje is bijvoorbeeld nog geen 1 millimeter groot. Tja, dan begint het echte werk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden