Hella Haasse, rond 1950.

InterviewBiografe Aleid Truijens

Hella Haasse, de grande dame van de literatuur, wilde niets met feminisme te maken hebben

Hella Haasse, rond 1950.Beeld ANP / Nederlands Fotomuseum

Ze gold als de grande dame van de Nederlandse literatuur, rustig, wijs en gelijkmatig. Maar uit haar biografie blijkt dat Hella Haasse ook een turbulent gevoelsleven had en een heel moeilijk huwelijk. ‘Het gedoe met Jan was de motor van haar schrijverschap’, zegt haar biografe Aleid Truijens.

Iris Pronk

Feministisch mocht je haar niet noemen. “Oh nee, dan ging ze echt steigeren”, zegt biograaf Aleid Truijens. Toch was Hella Haasse haar tijd in sommige opzichten ver vooruit. Ze begon met publiceren vlak na de Tweede Wereldoorlog en schreef tientallen romans en essaybundels. Ze zat in literaire jury’s en commissies, trad op voor radio en tv. Altijd heeft ze kunnen leven van haar pen. Dat is echt bijzonder voor iemand van haar generatie, benadrukt Truijens in haar Amsterdamse beneden­woning. Haasse heeft dat gigantische oeuvre veroverd op de tijdgeest, op de heersende norm die voorschreef dat vrouwen zich geheel moesten wijden aan het gezin, aan dweilen, stoffen, wassen en koken.

Die alledaagse werkelijkheid kende Haasse óók, als moeder van drie kinderen. In het autobiografische Zelfportret als legkaart uit 1954 beschrijft ze het huishouden als een eindeloze reeks tijdrovende handelingen, een strijd tegen ‘etensresten, vet afwaswater, vuil zeepsop, haardotten, stofnesten, kapotte kledingstukken, van urine verzadigde luiers, kachelgruis, kruimels en schillen, ordeloze bedden, rommelige kamers (...)’ – de opsomming is nog veel langer. Intussen dacht ze na over een boek of essay dat ze wilde schrijven. Overigens viel de combinatie haar wel heel zwaar.

Truijens werkte ruim zeven jaar in deeltijd aan haar zojuist verschenen biografie Leven in de verbeelding. Hella S. Haasse 1918-2011. “Een belangrijke drijfveer was mijn grenzeloze bewondering voor een vrouw die tegen de stroom in 55 jaar gepubliceerd heeft”, vertelt ze. “Hella is van de leeftijd van mijn moeder, een generatie die alles nog moest bevechten. Hoe weinigen hebben haar dat nagedaan? Annie M.G. Schmidt, misschien Anna Blaman en Aya Zikken. Maar die laatste twee hebben lang niet zoveel geschreven als zij.”

Maar met feminisme wilde ze dus niet geassocieerd worden.

“Nee, haar verhouding met de feministen in de jaren zeventig en tachtig was een beetje ingewikkeld. Ze hoorde er niet bij, ook doordat ze een traditioneel huwelijk had, met griffier en later rechter Jan van Lelyveld. Ze was de schrijfster Hella Haasse, maar ook mevrouw Van Lelyveld. Zelf zei ze: ‘Ik heb het toch ook op eigen houtje gered, ik heb alles wat ik gedaan heb zelf bevochten, dat kunnen jullie toch ook doen?’ Ze had een soort weerzin om te denken in sociale structuren, alles was bij haar een individueel ontwikkelingsproces.”

Haasses rustige, beschaafde imago paste ook niet bij de Dolle Mina’s en Anja Meulenbelts van de jaren zeventig.

“Dat klopt. Ik studeerde Nederlands in die tijd en vond mezelf een feministe. En Haasse, ja, dat zal vast tuttig zijn, meer iets voor mijn moeder. Ik ben haar boeken pas gaan lezen toen zij in 1983 de P.C. Hooftprijs kreeg en ik voor de krant een profiel van haar mocht schrijven. En toen vond ik ze heel erg goed. Ze kon echt fantastisch schrijven.”

Haasse hoorde niet bij de feministen, maar ook niet bij haar mannelijke collega’s. Haar boeken werden welwillend besproken, maar ze werd nooit tot de Grote Drie of Vier van de Nederlandse literatuur gerekend. Speelde seksisme daarbij een rol?

“Het was seksisme, ja, maar ook de tijdgeest. Mulisch, Hermans en Reve, dat waren de Grote Drie volgens de literaire scherprechters van die tijd. En als er een vierde bij kwam, dan Wolkers of Nooteboom. Nooit Haasse, zij was altijd ‘een categorie apart’: ja, heel interessant en goed maar haar werk werd nooit tot de top gerekend. Behalve in het buitenland. In Frankrijk werd zij wel gezien als de grote Nederlandse auteur.

“Je had die grote mannen, daar draaide alles om in de Nederlandse literaire wereld. Als er een nieuw boek van Hermans uitkwam, dan kwam er een groot stuk in de krant. Een nieuwe Haasse kreeg een derde ervan. Een nieuwe Reve was een landelijke gebeurtenis, een nieuwe Haasse niet.

“Haasse schreef prachtige essays over Vestdijk, Wolkers en met name Hermans, met wie ze in de jaren tachtig ook bevriend was. Die mannen lieten zich dat welgevallen, zeiden ‘goh wat heb je mijn werk goed gelezen’. Maar haar werk lazen ze niet. Zij interviewde hen ook weleens, maar dat werd nooit een gesprek tussen twee schrijvers. Zij werd door die mannen niet als een gelijkwaardige collega beschouwd. Dat vond ik pijnlijk om te zien.”

Met Gerard Reve en Hugo Claus in 1997. Beeld
Met Gerard Reve en Hugo Claus in 1997.

Is Haasse wel even goed als die mannen?

“Zeker. En ik vind haar véél beter dan bijvoorbeeld Mulisch. Maar ik hou helemaal niet van Mulisch. Ik kan iedereen aanraden om haar werk te herlezen. Romans als Sleuteloog bijvoorbeeld, Nieuwer testament, Een gevaarlijke verhouding of Daal- en-Bergse brieven. Ik hou er niet zo van om schrijvers van wie ik houd in een hiërarchie te zetten. Maar ik vind haar een van de beste van haar generatie. En de Grote Een onder de schrijfsters.”

Dankzij Ellen en Marijn van Lelyveld, de dochters van Haasse en Jan, kreeg u toegang tot haar persoonlijke archief, met daarin veel brieven en dagboeken. Wat was uw belangrijkste ontdekking?

“Ik ben altijd geïntrigeerd geweest door de manier waarop Haasse zichzelf aan de buitenwereld presenteerde: rustig, een beetje wijs, bezadigd, bescheiden, intellectueel. Ze praatte weloverwogen en genuanceerd, het was enerzijds, anderzijds. Dat beeld werd tot in de puntjes geperfectioneerd toen ze beroemd werd en steeds meer werk van haar in het buitenland werd vertaald. Uiteindelijk werd ze de grande dame van de Nederlandse literatuur. En in elk interview vertelde ze hetzelfde, ook aan mij, ik heb haar ook een paar keer geïnterviewd. Ik dacht: wat is die vrouw toch gelijkmatig, zou dit haar werkelijke persoonlijkheid zijn?

“Op grond van alle egodocumenten die ik heb gelezen weet ik nu dat ze niet alleen rationeel en verstandig was, maar ook emotioneel, dat zeggen haar dochters ook. Heel emotioneel, depressief soms.”

Tussen alle documenten zat ook ‘het zwarte schrift’, een kasboek waarin ze persoonlijke notities kriebelde. Dat schrift blijkt een sleutel tot haar werk en leven te zijn.

“Ja, je voelt aan alles dat ze naar dat zwarte schrift greep als ze wanhopig was. Ze schreef erin over de ruzies thuis – het huwelijk van Jan en Hella was verre van harmonieus. En ook de relatie met haar dochters was niet altijd makkelijk. Dat hele gezinsleven was moeizaam. Dat had ook te maken met haar behoefte om zich op te sluiten in haar werk, ze wilde leven in de verbeelding. Ze was ook een moeder, ze hield van haar kinderen, maar ze vond het heel moeilijk om die beide rollen te combineren.

“Ze schrijft in haar zwarte schrift: ‘ik ben gaan schrijven omdat ik niet kan leven’. Daar is ook de titel van mijn biografie uit voortgekomen. Zo los klinkt die uitspraak misschien pathetisch, maar ik denk dat het echt een waarheid was.”

Hella Haasse

Hella Serafia Haasse (1918-2011) bracht haar jeugd door in Nederlands-Indië. Verschillende van haar boeken grijpen terug op die periode, waaronder Oeroeg (1948) en Heren van de thee (1992). Oeroeg verscheen als boekenweekgeschenk, daarna schreef ze nog twee keer het geschenkboekje: Dat weet ik zelf niet (1959) en Transit (1994). Haar oeuve bestaat uit zo’n zestig titels, essays, toneelstukken, veel romans, vooral historische.

Bijna alle grote literaire prijzen kreeg ze, van de P.C. Hooftprijs tot de Prijs der Nederlandse Letteren. Ze was getrouwd met jurist Jan van Lelyveld, samen kregen ze drie kinderen: Chrisje, Ellen en Marijn. Chrisje overleed in 1947 op 2,5 jarige leeftijd aan difterie.

Wat kon ze in haar werk wél verwezenlijken en in het echte leven niet?

“Al haar personages hebben moeite om emotioneel contact met anderen te maken, en ze willen het allemaal dolgraag. Dat ontroert mij heel erg, nu ik Haasses leven ken: die pogingen om met een ander een emotionele verbinding te krijgen. Echt contact maken, dat is haar in haar leven niet gelukt, dat was haar basisprobleem. Dat vind ik heel verdrietig.”

In het zwarte schrift gaat het vaak over Jan, met wie Haasse 64 jaar niet erg gelukkig getrouwd was. Ze fileert hem, is soms razend, beschrijft hem als een patiënt, verlangt naar hem terwijl hij voor haar onbereikbaar blijft. Waarom was hun huwelijk zo problematisch?

“Ze hadden het moeilijk met elkaar vanaf het allereerste begin. Dat zie je al in de verlovingsbrieven van Jan uit de Tweede Wereldoorlog. Het zijn poëtische, bevlogen brieven waarin hij Hella in abstracte termen bejubelt: je bent zo mooi, zo slim. Maar eigenlijk gaan ze niet over háár, hij oefent zijn stijl, hij wilde schrijver worden.

“Jan woont in die tijd bij zijn ouders in Oegstgeest, Hella zit op kamers in Amsterdam. En zij smeekt bijna: ‘Zullen we eens iets leuks afspreken, een bootje huren, gaan schaatsen?’ Gewoon iets gezelligs. Maar Jan is afhoudend, hij heeft geen tijd voor Hella, want hij werkt aan een toneelstuk, dat omvat hemel en aarde, hij kan zich daar echt niet van losmaken. Je krijgt het idee: ze is mooi en intelligent, eerder een soort catch dan dat hij echt verliefd op haar is.

“Hella schreef brieven naar haar ouders in Nederlands-Indië: ‘Ik heb een nieuwe verloofde en hij is ont­zettend moeilijk, ik kan moeilijk contact met hem krijgen’. Hun relatie begint in de verlovingstijd al met ingewikkeld zijn en dat verandert eigenlijk niet. Intussen blijft zij naar hem hunkeren. Dat vind ik zo tragisch: dat zij haar leven lang een ongelukkige liefde heeft gehad die ook haar grote liefde was. Ik snap ook wel dat vrienden en familie zich verbaasden: waarom blijven die mensen bij elkaar?”

Met echtgenoot Jan van Lelyveld en hun jong overleden dochter Chrisje, eind 1946. Beeld
Met echtgenoot Jan van Lelyveld en hun jong overleden dochter Chrisje, eind 1946.

En, waarom bleven ze bij elkaar?

“Zij bleef trouw aan haar keuze, dit was haar grote liefde, deze man, die moest het zijn. En tegen de klippen op. Hun eerste dochter Chrisje is vlak na de oorlog overleden aan difterie. Hella was toen net zwanger van Ellen. In hun verdriet zijn Jan en Hella elkaar een tijdje kwijtgeraakt, hun relatie was verbroken, de zwangere Hella woonde weer alleen. In die tijd schreef ze trouwens Oeroeg, in een paar weken tijd en in diepe rouw om Chrisje, maar ook om haar kapotte relatie. En in de paniek van: help, ik krijg een nieuw kind, kan ik dat wel aan? Dat was ook een heel erg moeilijk begin voor Ellen.

“Eind jaren veertig was een echtscheiding ongebruikelijk, misschien zijn Jan en Hella toen om conventionele redenen weer bij elkaar gekomen. Maar in de jaren zestig en zeventig had een scheiding echt wel gekund in hun intellectuele milieu. Toen ging het tussen hen ook heel slecht. Maar ze heeft het niet gewild. Ze hield van hem.

“Pas toen Jan met pensioen was en ze samen in Frankrijk woonden, kwam er een beetje rust. In emotioneel en erotisch opzicht was hun huwelijk geen succes, maar intellectueel vonden ze elkaar wel, ze konden goed praten over kunst en maatschappelijke onderwerpen.”

Op welke manier klinken Haasses relatieproblemen door in haar werk?

“Moeilijke relaties waren hét thema in haar werk. Dat ontdekte ik toen ik onderzoek deed naar haar egodocumenten en tegelijkertijd haar oeuvre herlas. In welke eeuw haar roman zich ook afspeelt, hoe verschillend haar personages ook zijn: elk boek, autobiografisch én fictie, is een echo van de conflictsituatie thuis. Al haar boeken gaan over een slecht huwelijk. En het is onmiskenbaar dat Hella Jan vaak heeft gebruikt als personage in haar werk.”

Vond Haasse zelf ook dat haar boeken over een slecht huwelijk gingen?

“Als je het aan haar vroeg, zei ze altijd: mijn werk gaat over het labyrint, de zoektocht, het bewustwordingsproces. Allemaal abstracte termen. Misschien is het ook niet aan een schrijfster om haar eigen werk te duiden.

“Opmerkelijk in dit verband is Zelfportret als legkaart. Daarin beschrijft ze Het Huwelijk, in algemene termen, als een enorme strijd. Ze maakt van haar eigen huwelijk hét huwelijk, alsof iedereen het op die manier beleeft. Het is allemaal niet leuk en niet prettig, zo redeneert ze, maar het is toch heel erg de moeite waard, want je kunt er veel van leren. Het huwelijk is als het ware een leerschool om in een hoger stadium van bewustzijn te komen. Dan denk ik: tsja. Mag het niet gewoon gezellig zijn?”

Hella Haasse signeert ‘Oeroeg’, op dat moment net verschenen, 1948. Beeld
Hella Haasse signeert ‘Oeroeg’, op dat moment net verschenen, 1948.

Zou ze ook zo’n groot oeuvre hebben geschreven als ze gelukkig getrouwd was geweest?

“Daar heb ik leuke gesprekken over gehad met haar – en mijn – redacteur, Patricia de Groot. Wij denken eigenlijk van niet. Dat gedoe met Jan was zo’n motor, het gaf zo’n thematiek, zo’n aandrift om daarover te schrijven. Misschien was ze een ander soort schrijfster geworden, meer essayistisch bijvoorbeeld. Maar haar romans wortelen heel erg in haar leven.”

U vertelde eerder dat Haasse welbewust een imago creëerde van wijze, rustige, gelijkmatige schrijfster. Dankzij uw boek én het intieme zwarte schrift kennen we haar nu ook als een vrouw met een turbulent gevoelsleven. Wat zou zij daar zelf van gevonden hebben?

“Vlak voor haar dood was ze heel druk met de papierversnipperaar. Ze wist dat er een biograaf zou komen, daar had ze het met haar kinderen en redacteur over gehad. Ze had het zwarte schrift makkelijk kunnen vernietigen, dan had ik dit allemaal niet geweten. Dus het was toch een poging om gekend te worden, gevonden te worden, aangetroffen te worden.”

Aleid Truijens

Aleid Truijens (1955) is neerlandica, journalist en moeder. Ze schrijft columns en literaire kritieken voor de Volkskrant en boeken, waaronder twee romans: Geen nacht zonder (2004), over het leven met een ernstig ziek kind, en Vriendendienst (2007). Haar lievelingsschrijver is F.B. Hotz, aan wie zij verschillende publicaties wijdde. In 2011 verscheen haar biografie Geluk kun je alleen schilderen. F.B. Hotz. Het leven. Het zojuist verschenen boek Leven in de verbeelding, over Hella Haasse, is haar tweede biografie.

Lees ook:

De biografie als spiegel voor zoekenden en rustelozen

Julie Phillips ontdekte het genre van de literaire biografie als twintiger, eerst als lezer, later ook als schrijver. Vanwaar die fascinatie voor andermans onvolmaakte levens? ‘Ik kon mezelf het middelpunt wanen en tegelijk veilig aan de kant blijven.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden