Review

Heksen vinden dat ze wel bestaan

Een paar jaar geleden werd er een vrouw van middelbare leeftijd bij een randstedelijke spoorlijn weggehaald, omdat ze voor de trein wilde springen. Ze dacht dat ze door de duivel bezeten was. Ze was drie weken in Egypte geweest, vertelde ze, om zielen die onder de aarde 'gebonden' waren naar het licht te brengen. Toen ze daar in Egypte een kat aaide, had ze zich suf voelen worden. Haar eigen verklaring luidde dat er een geest in de kat huisde, die op haar was overgegaan en haar vervolgens liet spreken en heen en weer liet bewegen. De demon had haar zelfs neergegooid, waardoor ze blauwe plekken had opgelopen. Ze vertelde dat men haar sinds vier jaar als medium beschouwde.

Volgens de psychiater was sprake van schizofrenie. Hij achtte opname en het toedienen van antipsychotische medicijnen nodig. Zo'n vierhonderd jaar geleden zou deze vrouw een serieuze kans hebben gemaakt voor de rechter te worden gesleept om als heks te worden veroordeeld tot de brandstapel. Wie in het ene tijdvak 'ziek' of 'godsdienstwaanzinnig' heet, heet op een ander moment of een andere plaats 'heks' of 'bezeten door de duivel'.

De Engelse Margery Kempe (1373-1440) leefde net te vroeg om van hekserij te worden beschuldigd. Tot haar dood was zij zeer gezien vanwege haar innige contact met de Maagd Maria, Jezus en God de Vader. Toch was niet iedereen even enthousiast. Op haar pelgrimstocht in Jeruzalem wekte zij grote ergernis door haar overdreven gedrag en onbedaarlijke huilpartijen. Ze was zo blij toen ze voor het eerst de heilige plaatsen zag dat ze bijna in zwijm van haar ezel viel.

Onlangs verscheen 'The Book of Margery Kempe' in een spiksplinternieuwe Engelse vertaling. In 177 pagina's zien we hoe het verschijnsel 'godsdienstwaan' zich ontwikkelt bij een jonge vrouw uit King's Lynn in East-Anglia. Het boek geeft en passant een prachtige inkijk in het laat-middeleeuwse stadsleven en de religieuze rituelen. Volgens de Britse historicus Roy Porter is dit de allereerste in het Engels geschreven autobiografie, met de aantekening dat Margery haar 'openbaringen' dictéérde, omdat ze net als de meeste vrouwen uit die tijd ongeletterd was.

Kort na de bevalling van haar eerste kind liet de twintigjarige Margery haar biechtvader komen, omdat ze vreesde voor haar leven. Ze raakte buiten zinnen, uit angst verdoemd te zijn, zwaar op de proef gesteld door de duivel, naar ze zelf zegt. Ze werd een halfjaar, acht weken en een aantal dagen door geesten gekweld. Margery kreeg veertien kinderen, waarvan er maar één in de tekst verschijnt. Vermoedelijk uit welbegrepen eigenbelang onderhield ze intensiever contact met geestelijken dan met haar eigen gezin. Hoewel sommigen haar geëxalteerde geloofsuitingen niet zo vertrouwden, doorstond haar geloof de toets van het bisschoppelijk onderzoek.

Ofschoon de Oxford-historicus Robin Briggs in 'Witches & Neighbours'(nu vertaald onder de titel 'Heksenwaan') beweert dat heksen nooit echt hebben bestaan, laten ze ons niet echt met rust. De jongste versie van de film 'The Exorcist', bijvoorbeeld, trekt opnieuw veel publiek. Over de historie van de heksenvervolging bestaat een omvangrijke literatuur, waarvan ik hier slechts noem: 'Europe's Inner Demons, An Enquiry Inspired by the Great Witch-Hunt' (1975) van Norman Cohn en 'Witchcraft and Hysteria, in Elizabethan London: Edward Jorden and the Mary Glover Case' (1991) van Michael MacDonald.

In 'Heksenwaan' -een dubbelzinnige titel die uitdrukt dat de samenleving meer last had van een waan dan de heksen zelf- presenteert Briggs opmerkelijk nieuw materiaal over bijna vierhonderd heksenprocessen die omstreeks 1600 in Lotharingen werden gevoerd, waarvan hij zelf de stukken uitvoerig heeft bestudeerd. Doordat hij nagenoeg zijn gehele casuïstiek in het boek heeft willen persen is het helaas een nogal droge opsomming geworden. Jammer is ook dat hij zoveel aandacht schenkt aan de sociale en culturele context waarin de heksenwaan kon gedijen, dat de rol van de kerkelijke autoriteiten en de artsen volledig ondergesneeuwd is geraakt.

Meer licht op het geschrift 'Heksenhamer' (1486), het handboek voor heksenvervolgers door de dominicaanse monniken Sprenger en Kramer, en het felle protest -al uit 1563!- tegen heksenvervolging door Johannes Wier uit Grave, de eerste psychiater uit de geschiedenis, had geen kwaad gekund. Volgens Wier waren de vrouwen die voor heks werden uitgemaakt veelal ongelukkige vrouwen, die leden aan 'melancholie'. Ze hadden geen straf nodig, betoogde hij, maar behandeling. In aanmerking genomen dat melancholie eeuwenlang de aanduiding was voor alle grote psychosen (dus ook schizofrenie), denk ik dat Wier gelijk had.

Briggs denkt er anders over. Het is de vooropgezette mening van de schrijver, dat alle 'heksen' voor de rechtbank met afgedwongen, stereotiepe bekentenissen kwamen over de manier waarop ze in dienst waren getreden van de duivel. Gedreven door angst voor marteling, stelt hij, uitten ze spontaan de wildste zelfbeschuldigingen volgens het toenmalige verwachtingspatroon. Daarbij gingen ze net zolang door tot de rechters tevreden waren. Zo werd in 1596 de 60-jarige Barbe Malherbe opgepakt nadat ze kort daarvoor publiekelijk voor heks was uitgemaakt. Ze probeerde zich in de gevangenis te verhangen en smeekte om zonder martelingen ter dood te worden gebracht, zegt Briggs. De auteur poneert zijn eager to please-idee met zoveel aplomb dat je hem nog bijna gaat geloven. Maar zou het niet mogelijk zijn dat de 'heksen' of een deel van de 'heksen' de rechters over authentieke waanideeën vertelden? Dat zij of sommigen van hen net als de hedendaagse patiënte uit het begin geestesziek waren? Briggs oppert deze mogelijkheid nergens.

Niettemin prikt de auteur de nodige mythes door, bijvoorbeeld over het vermeende verband tussen vroedvrouw en heks. Statistisch blijken vroedvrouwen juist ondervertegenwoordigd, terwijl kinderverzorgsters juist veel voorkwamen. Niet alle heksen waren trouwens vrouwen: een kwart was van het mannelijk geslacht. En dat er in Europa ongeveer negen miljoen vrouwen als heks zouden zijn verbrand, zoals wordt beweerd in de feministische literatuur, is onjuist. Tussen 1450 en 1750 werden er ongeveer honderdduizend heksenprocessen gevoerd, die resulteerden in veertig- tot vijftigduizend feitelijke terechtstellingen.

Interessant is Briggs' opmerking dat het geloof in heksen niet voorkomt in de nomadencultuur. Daarvoor is een hechte samenleving en een aanlooptijd van vijftien tot twintig jaar nodig. Nomaden schieten nergens wortel. Zodra er ergens conflicten ontstaan zijn ze vertrokken.

Na de 'stereotypen' uit de bekentenissen allemaal uitvoerig behandeld te hebben, over weerwolven, heksenpoeder en de ijskoude verkrachting van een aanstaande heks door de duivel, stelt Briggs met klem dat 'heksen' (vrouwen die ervan overtuigd waren 'heks' te zijn) nooit hebben bestaan. De historie, zegt hij, kent lieden die met het occulte experimenteerden -op zoek naar rijkdom, macht of wraak- maar geen van hen beschouwde zichzelf als lid van een duivelse sekte, zegt Briggs. De psychiatrische praktijk leert anders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden