Review

Heinrich Schiff vaart evenwichtige koers

Gehoord: Rotterdams Philharmonisch Orkest olv Heinrich Schiff (cello en dirigent), werk van Haydn, Schreker, Mahler. Concertgebouw Amsterdam, za 21/10.

Het was wel een vrolijk gezicht, de manier waarop Heinrich Schiff tijdens het Tweede celloconcert van Joseph Haydn zaterdagavond voor het uitgedunde Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) zat. In een dubbelrol: als dirigent had hij hij weliswaar plaatsgenomen op de bok, maar hij was tegelijkertijd solist en zat dus met zijn neus (en vooral zijn cello) in de richting van de zaal.

Speelde Schiff even niet tijdens het celloconcert, dan maakte hij gedecideerde gebaren met zijn vuist in de lucht, alsof hij het publiek dirigeerde. Hij keek bemoedigend zijwaarts naar de eerste violen, gaf een knikje aan de hoorns achter zich, of schudde gewoon zijn hoofd om het orkest te laten volgen.

Nomen est omen: het tafereel op het podium van de grote zaal van het Amsterdamse Concertgebouw zag eruit als een wendbaar schip. Kapitein Heinrich op de voorplecht, zijn instrument als stuurgerei, het bescheiden strijkorkest plus twee hoorns en hobo’s als matrozen.

Noch in Haydns Celloconcert, noch in de weinig gehoorde ‘Kammersinfonie’ van Franz Schreker, noch in Gustav Mahlers ‘Todtenfeier’ (het zelfstandig gemaakte eerste deel van de Tweede symfonie) koos Schiff zaterdag voor woelige baren. Van het podium spatten geen golven van emotie die het publiek een nat pak zouden kunnen bezorgen. De kapitein nam de evenwichtige route, met uitzicht tot aan de horizon.

In de onder chefdirigent Valery Gergjev zo woelig door het RPhO gespeelde Mahler heerste zaterdag onder Schiff een Meeresstille, naar het Walküre-motief dat Mahler in ‘Todtesfeier’ verstopte. De normaal zo ruig gepunte opening in de bassen nam Schiff te snel en te licht. Geen woedende storm maar dansende beren in het bos, naast bedeesde blazers die nergens over de top werden gejaagd.

Schiffs evenwichtigheid boven alles pakte goed uit in Schrekers ‘Kammersymfonie’, een bovenmaats ensemblewerk met de gebaren van een symfonieorkest. De later door de nazi’s verboden Schreker schreef het werk in de wereldoorlog daarvoor in 1916 voor de docenten van de Weense muziekacademie.

Dat verklaart de vreemdsoortige bezetting met de destijds voor handen zijnde strijkers, piano, harmonium, celesta en veel slagwerk. Schiff legde de nadruk op de hijgende opbouw, op de expressieve orkestkleuren en hun verschuiving in contrasterende vlakken. Schreker als een mini-Mahler, in alle opzichten.

De stap van de post-romantische Schreker naar Haydns classicistische Celloconcert uit 1783 werd door de eenvoud van Schiffs gebaren ineens verrassend klein. Alsof de dirigent een geheime vaarroute langs de Duitse muziek had gevonden. Haydns breekbare concert klonk zaterdag niet alleen helder en evenwichtig; het RPhO gedroeg zich als een flexibel ensemble dat als één man met de solist-dirigent mee musiceerde.

In het adagio voeren cellist en orkest mooi intiem in elkaars kielzog. In het virtuoze slotdeel leek Schiff zichzelf van de grond te strijken en fladderde hij speels de wolken in. Als een Raumschiff, zeg maar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden