Review

'Hegemonie is maximale veiligheid.' Hoezo?

John Mearsheimer, een gezaghebbende politicoloog uit Chicago, moet een man zonder illusies zijn. Zijn beschrijving van de wereld laat geen ruimte voor idealen of verbetering. Erger nog, Mearsheimer gelooft ook niet in de matigende werking van beschaving, verdragen of supranationale instellingen. Wat hem betreft geldt in het internationale verkeer slechts één wet: de wet van de jungle.

HELLA ROTTENBERG

Spelregels en afspraken zijn hooguit dekmantels voor de lagen en listen waarmee landen hun strategische positie proberen te versterken. De Verenigde Naties en hun voorloper, de Volkenbond, zijn niet meer dan instrumenten, die door de machtigen der aarde naar believen worden gebruikt.

Mearsheimer wijdt in zijn boek nauwelijks een woord aan zulke internationale instellingen. Hij negeert ze, want in zijn denken zijn ze waardeloos. Het uitgangspunt van deze Amerikaanse politicoloog is dat in de internationale betrekkingen anarchie de dienst uitmaakt.

Veiligheid, de wil tot overleven, is uiteindelijk de enige beweegreden voor het handelen van staten. Bij gebrek aan garanties voor hun veiligheid -want er is alleen maar anarchie- voelen grootmachten zich gedwongen, aldus Mearsheimer, om zich agressief jegens elkaar te gedragen. Hun voornaamste drijfveer is verhinderen dat een rivaal machtiger wordt. Als het nodig is oorlog te voeren om dit doel te bereiken, en als ze denken die te kunnen winnen, zullen grootmachten zich niet laten remmen door welke andere overweging ook.

Grootmachten zijn bovendien haast nooit tevreden met wat ze hebben, ze streven maximale macht na, ze streven naar hegemonie. Dat is begrijpelijk, betoogt Mearsheimer, want een wereld zonder echte rivalen is een wereld zonder bedreiging.

Zijn theorie, die hij 'offensief realisme' noemt en een grimmige variant is op de school van de Realpolitik, past hij toe op de geschiedenis van de laatste tweehonderd jaar en het gedrag van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, Rusland en Japan. Aan de hand van een paar graadmeters (zoals bevolkingsaantal, rijkdom, geografische ligging) bepaalt Mearsheimer de potentiële militaire macht van landen, hij gaat na wie er op een zeker moment sterker is (staalproductie, bewapening, en dergelijke). Hij laat zien hoe het evenwicht verschuift en verklaart met behulp van deze gegevens vervolgens de conflicten en veroveringen.

In dit raamwerk laten staten zich slechts leiden door machtspolitieke en strategische factoren. Bewapenen en aanvallen doen leiders van grootmachten na een nuchtere afweging van de mogelijkheden en kansen. Bij oorlogvoeren komt niets irrationeels kijken, als we Mearsheimer mogen geloven.

Veroveringsoorlogen kunnen weliswaar uitmonden in een totale nederlaag, maar statistisch gezien loont een oorlog vaker wel dan niet. Ook ideologie of de aard van een regime heeft geen noemenswaardige invloed op het al dan niet uitbreken van oorlogen. Niet het feit dat Hitler een gefrustreerde, dolgedraaide chauvinist was en van Duitsland een dictatuur maakte, leidde tot de Tweede Wereldoorlog, maar het verschoven militaire evenwicht. Duitsland, elk Duitsland, zou zich hebben bewapend en agressief expansie hebben gezocht, betoogt Mearsheimer.

Analoog hieraan is zijn overtuiging dat de Verenigde Staten geen haar beter zijn dan andere grootmachten, waar het hun optreden in de internationale arena betreft. De omstandigheid dat de VS een democratisch bestuur kennen en het ideaal van een vrije, democratische wereld propageert, maakt de Amerikanen nog niet tot vredesapostelen. Het gedrag van Washingtonse politici wijkt in wezen niet af van hun collega's in Moskou, Peking, en Berlijn. Zijn en schijn zijn twee, waarschuwt Mearsheimer.

Het moge duidelijk zijn dat Mearsheimer mensen die denken dat vrijheid, democratie, welvaart en nauwe handelsbetrekkingen de kans op het uitbreken van oorlogen verminderen, als hopeloze naïevelingen beschouwt. De Duitse filosoof Kant die een ontwerp maakte voor 'eeuwige vrede' tussen volken van vrije staten, had ongelijk. Zijn idealistische volgelingen geloven tot op de dag van vandaag dat democratieën niet geneigd zijn een oorlog tegen elkaar te beginnen. Dit klopt niet, meent Mearsheimer. Valt het optreden van de VS tegen de gekozen regeringen in Chili en Guatemala in de jaren zeventig en tachtig soms niet onder de definitie van gewapende acties van de ene democratie tegen de ander? En wie kan bewijzen dat vrijheid en democratie de vrede in West-Europa heeft bewaard, en niet de Koude Oorlog waarin een perfect machtsevenwicht werd gehandhaafd?

Mearsheimers verklaring voor het gedrag van grootmachten -enig richtsnoer: elkaar uitschakelen en de alleenmacht veroveren door oorlogvoeren, bondgenootschappen of concurrenten tegen elkaar uitspelen- heeft de charme van de eenvoud en rechtlijnigheid. Mearsheimer maakt korte metten met illusies en laat morele categorieën buiten beschouwing. Hierin lijkt Machiavelli hem tot voorbeeld te hebben gediend. Zijn manier van schrijven werkt bijna net zo dwingend: of je het leuk vindt of niet, zo zit de mens in elkaar, zo gedragen landen en regeringen zich, ik zal je de schellen van de ogen rukken.

Maar er zitten te veel zwakke kanten aan het betoog om net zo overtuigend te zijn als de klassieke handleiding over hoe een vorst zijn gezag kan behouden. Mearsheimers theorie is te nauw voor de feiten. Hij lost dit op door de feiten in de mal van zijn theorie te gieten of door de theorie te verbuigen als de feiten er niet in passen. De auteur moet hiervoor soms zulke pirouettes draaien dat de lezer duizelig achterblijft. Een enkel voorbeeld hiervan: de watermassa stuitte Japan niet in zijn veroveringsdrang, maar de zee wordt op een gegeven moment door Mearsheimer wel opgevoerd als de factor die voorkwam dat de VS en Groot-Brittannië bepaalde gebieden an nexeerden. Deze stelling over de VS en Groot-Brittannië heeft Mearsheimer nodig om uit te leggen waarom deze landen, toen ze de potentie bezaten om gebied te veroveren, dit nalieten.

Een theorie moet het hebben van haar voorspellende en verklarende waarde. In voorspellingen is Mearsheimer geen profeet gebleken. In 1990 schreef hij dat, nu het bipolaire machtsevenwicht van de Koude Oorlog voorbij was, Europa snel instabiel zou worden. De Navo zou zichzelf opheffen, Amerika zou z'n troepen terugtrekken nu de sovjet-dreiging was geweken, Duitsland zou zich ontwikkelen tot een kernmacht en Europa gaan overheersen. Ruim tien jaar later houdt Mearsheimer niet alleen vast aan zijn theorie, maar ook aan zijn voorspelling. Het proces voltrekt zich alleen trager dan hij had gedacht.

In de doctrine van Mearsheimer is een staat altijd net zo sterk als zijn militaire slagkracht. Dit is moeilijk vol te houden nadat supermacht Amerika het verloor van de guerrillastrijders in Vietnam. De 11de september geeft de theorie van Mearsheimer, in mijn ogen, de genadeklap. Hegemonie levert géén maximale veiligheid op. Te veel overmacht wekt weerstand. De schijnbaar onkwetsbare kan in het hart worden getroffen. Met wat stanleymesjes in handen van fanaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden