Review

Hefboom voor Haagse renaissance

Bij de opening of ingebruikneming van een gebouw weerklinkt doorgaans feestgedruis. Maar daarna moet het gebouw zich gaan bewijzen, moeten de gebruikers er hun weg in vinden. In de zomerweken onderzoekt Trouw de status-quo van gebouwen die, al dan niet met functionele aanpassingen, hun leven weten te leven. Vandaag deel 6: het stadhuis van Den Haag.

Hans Schmit

Zelden zal een gebouw nog voordat de eerste paal werd geslagen een stad zo op haar grondvesten hebben doen schudden als het Haagse stadhuis.

Nadat wethouder Adri Duivesteijn (PvdA) in het midden van de jaren tachtig het idee op tafel had gelegd een nieuw stadhuis in het centrum van Den Haag te bouwen in plaats van het bestaande met nieuwbouw uit te breiden, is de stad meer dan tien jaar hopeloos verdeeld geweest en veranderde de gemeentelijke politiek in een uiterst giftige slangenkuil.

Toen die eerste paal in 1990 de grond inging, hadden zowel Adri Duivesteijn als zijn grootste opponent en partijgenoot Gerard van Otterloo het politieke strijdperk reeds moeten verlaten. Het idee om het steeds verder verpauperende gebied tussen het Spui en het Centraal Station met een stadhuis annex bibliotheek nieuw leven in te blazen, stuitte bij velen binnen en buiten de stad op grote scepsis.

Er kwam zelfs een comité van kopstukken dat, met het drama van de Amsterdamse Stopera nog vers in het geheugen, de financiële onderbouwing hekelde. En het voorzag ook dat de gekozen lokatie snel zou verworden tot (alweer) een dode plek in de stad. De uitkomst van een niet geheel vlekkeloos verlopen ontwerp-wedstrijd verhitte de gemoederen nog heviger: de gemeenteraad negeerde de voorkeur van een beoordelingscommissie voor het ontwerp van de Nederlander Rem Koolhaas en koos voor dat van de Amerikaan Richard Meier.

In zijn gebouwen wil Meier het daglicht optimaal zichtbaar maken en dat resulteert in een sterk overheersend gebruik van de kleur wit. Voor het Haagse stadhuis koos Meier voor twee in elkaar geschoven L-vormen met daartussen een monumentaal atrium - met een lengte van 130 meter en een hoogte van 47 meter het grootste in Europa. De kritiek overschreeuwde de waardering voor Meiers strakke witte creatie, zoals die onder meer in Trouw werd geuit: ,,Het gebouw is een sokkel voor het dartele schouwspel van zonlicht en schaduw dat zich op de wanden afspeelt.''

De volksmond maakte er volgens het plaatselijke dagblad 'het ijspaleis' van; critici schreven over 'een ijzingwekkend slagschip' en 'een esthetisch kadaver, bevroren door de witte almacht'. Een raadslid zei bij de opening, in 1995, een sneeuwbril nodig te hebben, zo'n pijn deed 't aan zijn ogen. En een Haags architect durfde te wedden dat het (openbare) atrium binnen de kortste keren op slot zou gaan.

De sombere verwachtingen zijn echter niet uitgekomen. Het stadhuis is inderdaad een hefboom gebleken voor de renaissance van de Haagse binnenstad. Er wordt meer dan vijf miljard gulden in het centrum geïnvesteerd, met als grote blikvanger 'De Resident', een gebied met ministeries, kantoren, woningen en winkels, tussen het stadhuis en het Centraal Station. De nieuwe wijk, met smalle straatjes, gebogen rooilijnen, gesloten bouwblokken en pleintjes, is onder supervisie van Rob Krier ontworpen door architecten als Michael Graves, Cesar Pelli, Sjoerd Soeters, Bert Dirrix, Gunnar Daan en Adolfo Natalini.

Daarnaast lieten de ambtenaren die van her en der in de stad naar het nieuwe stadhuis verhuisden zo'n twintig lege plekken achter die een nieuw leven gaan leiden. Op de grootste opengevallen plek, die van het oude stadhuis aan het Burgemeester De Monchyplein, worden woningen en kantoren gebouwd volgens een plan van de Spaanse architect Ricardo Bofill.

Op het voormalige terrein van Gemeentewerken aan het Zieken is een wooncomplex met appartementen en herenhuizen verrezen van de Luikse architect Charles Vandenhove. En de raadzaal (een blok van glas en beton) aan de Groenmarkt, die aan het oude stadhuis uit 1565 was geplakt, is gesloopt en vervangen door een kleurrijke 'bonbonnière' met winkels en restaurant van de Engelsman John Outram.

En het nieuwe stadhuis zelf? Er zijn, zoals gebruikelijk bij dergelijke grote gebouwen, aanloopproblemen geweest en er waren aanpassingen nodig, zegt John Schmitz, technisch directeur van de gemeentelijke facilitaire dienst. Zoals de toegangsdeuren die bij harde wind open bleven staan en voor tocht en kou in het atrium zorgden. Ze zijn vervangen dooor automatische (draai)deuren.

John Schmitz: ,,De trouwzaal werd als kil ervaren; we hebben die laten verfraaien door de kunstenaar Ben van Os, onder meer met wandpanelen, draperieën, een baldakijn en andere kleuren. De helling van de fietsenkelder bleek voor sommigen te steil en te glad; we hebben die aangepast en een toezichthouder aangesteld die een handje helpt. De verspreide fietsen buiten blijft een probleem. We hebben een paar weken terug een fietsenstalling op straat geopend, maar die biedt geen echte oplossing. We kunnen als gemeente nu eenmaal niet zomaar fietsen verwijderen.''

Nog voor de opening deden allerlei geruchten de ronde. John Schmitz: ,,De loopbruggen tussen de kantoorvleugels, op de elfde verdieping ruim veertig meter hoog, en de glazen liften zouden ambtenaren met hoogtevrees verlammen. We hebben daarover tijdens de bouw veel gediscussieerd, maar in de praktijk is het erg meegevallen. Niemand heeft een pasje voor de gesloten goederenlift aangevraagd.''

,,De loopbruggen zouden ook mensen met zelfmoordneigingen aantrekken. We hebben rapporten laten maken over wat we zouden kunnen verwachten, maar ik weet niet meer in welke la ze liggen. Er is niets gebeurd. De bezoekers mogen nog steeds vrij naar boven en kijken vanaf de elfde ademloos naar beneden. Het risico dat ze springen is niet groter dan in welk ander hoog gebouw. Het glazen dak zou van de onderzijde niet kunnen worden schoongemaakt. We hebben in Amerika geïnformeerd hoe je dat moet doen, maar daar zei men: dat hoeft niet. En we hebben inderdaad nog niets hoeven doen. De schoonmaakkosten van de gevel, waarover zoveel is gesproken, zijn niet hoger dan die van een gebouw dat niet zo wit is.''

Het atrium (waarin ter verlevendiging grote plantenbakken zijn geplaatst) is ondanks de sombere voorspellingen nog steeds vrij toegankelijk voor het publiek. Jaarlijks vinden er meer dan honderd evenementen plaats, zoals toneelvoorstellingen, concerten en tentoonstellingen.

Henk Kool, tot voor kort voorzitter van de Stichting Atrium: ,,Het atrium functioneert goed. De belangstelling om hier iets te organiseren is groot. Over de akoestiek lopen de meningen uiteen. De dirigent van een militaire kapel die hier zou optreden, klapte twee keer in zijn handen en liep weg. Maar het Requiem van Berlioz met een koor van 600 mensen en 200 musici klonk prachtig. In het begin waren er wat wrijvingen met burgerzaken over lawaai, maar we hebben toen afgesproken tijdens de openingsuren van de balies geen activiteiten met geluid meer te ontplooien.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden