Column

Heesto San terug in Japan: Moderne ramptoeristen

Schrijver Detlev van Heest reist door Japan kort na de kernramp, het land waar hij twaalf jaar woonde. In deel 2 van zijn serie literaire columns ontmoet hij een collega-schrijver.


"Je gaat toch niet uit liefdesverdriet naar Tokio?", vroeg mijn beste vriendin bezorgd.

Ik zei dat ik het niet wist. Ik wist alleen dat ik naar Japan, mijn oude liefde, terug moest.

Ze nam een slokje van haar Verhoeven en stelde vast dat het hoe dan ook een therapeutische reis zou worden.

In de lucht dacht ik erover na hoe het mogelijk is dat ik mijn motieven niet eens ken bij deze waaghalzerij, om weer eens tot de slotsom te komen dat ik genetisch veroordeeld ben tot levenslang geknoei. Ik klom over mijn slapende buurman heen, een jonge Japanner met een deken over zijn hoofd. De latrine in de toeristenklasse was smerig. Voor de wc van de eerste klasse stonden drie luchtreizigers. Ik sloot aan. Opeens zag ik hem. Of was hij het niet? Het brilletje was anders. Hij zat in de achterste stoel en tuurde in zijn scherm. Hij bekeek een nieuwsprogramma.

Ik stapte uit de rij. "Hallo. Bent u het?", vroeg ik verlegen. "Ik ben een fan."

Hij zette zijn koptelefoon af. "Wat is er?"

"Ik vroeg of u het bent. Ik ben een fan."

"Ik ben het. Jij bent het toch ook?"

"Ja, ja, ik ben het ook." Ik meende altijd dat ze mij alleen aan mijn parkeercontroleursuniform herkenden. "Ook naar Tokio?"

"Naar Fukushima. Voor een reportage. Embedded, Tepco", lichtte hij toe. "En jij?"

"O, ik ga een paar mensen bezoeken. Ik had u, eh, je bijna niet herkend. Dat brilletje."

"Kruidvat, drie vijfennegentig. Draag ik als ik incognito reis." Hij draaide zijn hoofd naar het scherm. "Moet je zien. Daphne Lammers. Verdomd intelligent en nog mooi ook. Ken je die?"

"Nee, ik heb geen televisie."

"De moeder van Puck", voegde hij er raadselachtig aan toe.

"Nou, dan veel sterkte daar in Fukushima. Je blijft daar toch niet te lang, hè?"

"Nee. Volgende week Libië." Hij nam me op. "Wij zijn moderne ramptoeristen. Het is de kunst zelf deel te worden van de ramp, om er dan over te schrijven."

"Ja, ja", stamelde ik. Goeie genade, waar haalde hij die diepzinnigheid vandaan? Zoiets schoot mij nou nooit te binnen.

"Ik zie je bij de Librisprijsuitreiking."

"Dag Arnon."

Hij schoof zijn koptelefoon weer op zijn oren. "Dag Gerbrand." Daphne bewoog haar lippen.

Boven Siberië schudde en schokte het toestel. Ik trok mijn stoelriem strakker. Mijn buurman zakte tegen me aan. Ik kreeg neerstortvisioenen. Te pletter in Kolyma. Bij min 24 zou ik nog uren leven. Poolvossen zouden hun honger stillen met mijn bevriezende vlees, terwijl ik mijn bewustzijn maar niet verloor. Mijn gedachten verdeelde ik toen maar tussen Kootje, Emmie, Klaasje, Jan en Pippi. Dat werkte.

Bij het dalen deelde de co-piloot alleen in het Nederlands mee dat het weer op de luchthaven 'prachtig' was, met een 'noordelijke bries'. Ik wist wat dat betekende. Waar kreeg ik zo gauw een jodiumpil vandaan?

"Hebt u iets aan te geven?", vroeg een dikke douanier met mondkapje.

"Zes liter Hollands kraanwater."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden