Heerlijk, een brief van Herman Koch!

Herman Koch (links) en Wanda Reisel op het Spinoza Lyceum Amsterdam in 1970, respectievelijk 17 en 15 jaar. Beeld Trouw/RV

Wie corresponderen er tegenwoordig nog met elkaar? Schrijvers Herman Koch en Wanda Reisel schreven elkaar jarenlang soms intieme brieven die nu zijn gebundeld. Een gedeeld verleden op papier.

Al vroeg kon ik een beetje lezen en schrijven en dat bleek opwindend. De kiem hiervoor moet ik zoeken bij de letterstempel die mijn moeder met een scherp mesje van een rauwe aardappel sneed. Ik voel nog de opwinding van de eerste afdruk: het veren van het stempelkussen, het aandrukken van de aardappel op het papier, het verschijnen van de letter A. De andere aardappelletters van mijn naam volgen.

Niet veel later krijg ik op mijn verjaardag grote rubberen letterstempels. In de eerste klas van de lagere school de concentratie om letters binnen twee fijne luchtblauwe lijntjes in een nieuw, fris ruikend schrift te schrijven, juf De Boer die groot op- en neerhalend op het schoolbord de letters meeschrijft en ze hardop en zangerig rekkend uitspreekt. Schrijven is een soort zingen van binnen.

Vijfde klas 

In de vijfde klas van de lagere school krijg ik een penvriendin van mijn leeftijd toebedeeld. Ze heet Carla en woont in Canada. Waar we als vreemden precies over schreven, zou ik niet meer weten, maar ik stuur haar met Kerst wollen handschoenen en krijg een Rednose Reindeer-wintermuts terug. Op de middelbare school schrijven klasgenote Carolien en ik een ‘humoristies-ironies’-melige kaartwisseling, elkaar met ‘mevrouw’ en dubbele achternaam aansprekend.

Op mijn zeventiende ontmoet ik in de trein Oslo-Gothenburg-Amsterdam-Parijs door een pakje Gauloises een knappe Franse jongen, Gilles, met wie een liefde op papier opbloeit. Maar na een jaar blijkt de werkelijkheid weerbarstiger. (Als ik hem en zijn voornaam meer dan veertig jaar later gebruik in mijn roman ‘Liefde tussen vijf en zeven’, schrijft hij me plots een mail: hij heeft via internet zijn naam gespot in een voorpublicatie).

Het leven en de wereld 

In mijn studietijd correspondeer ik met Bert in Wales over het leven en de wereld, met mijn oom Rudi over de politiek van Israël en Zuid-Afrika, Frederik schrijft me zijn poëtische blik, Otto verhaalt over mijn Amsterdamse Van Eeghenstraat, waar hij in de jaren zestig op kamers heeft gewoond, toen ik er nog een kind was. Met Willem-Jan gaat het over beter kijken en beter denken. Bas prikkelt me tot beantwoording van zijn erotische poëzie die hij over me uitstort,

Stefan toont me zijn tastend universum en ontroert me, Thom ontwerpt al grappend zijn utopie met mij.

Vrijwel alleen mannen zijn het die hun gedachten met mij willen delen, en ik de mijne met hen. Met vrouwen neemt de correspondentie de vorm aan van een ironisch rollenspel met talige humor op een ansicht. Voer voor psychologen?

Jaren tachtig 

Herman Koch en ik schrijven elkaar in de jaren tachtig, in de tijd dat hij Amsterdam verruild heeft voor Barcelona. Wij ontmoeten elkaar al in 1970 op het Spinoza Lyceum waar we in de pauzes samenklitten met een clubje vrienden dat hetzelfde gevoel voor ironisch-sardonische humor deelt. Al gauw komt het clubje elk weekend bij elkaar over de vloer om gezegend te ouwehoeren over het leven voor en na de dood onder het drinken van sloten thee.

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

Beeld RV

De kerstvakanties brengen we door in een huisje in Zeeuws-Vlaanderen. De ballotage voor het lidmaatschap van dit ‘Zeelandclubje’ voldoet aan ongeformuleerde, geheime eisen. Anderen die hun neus nieuwsgierig naar binnen steken mogen dan wel eens een tijdje met ons oplopen, maar worden na een kort tribunaal meestal te licht bevonden. Niet leuk genoeg of geen gedeeld levensgevoel. Wat dat levensgevoel precies inhoudt weet niemand, dat is ook de kern van een club (zie Gerard van het Reve’s onvolprezen ‘Werther Nieland’).

Er groeit een onuitgesproken verwantschap en Herman en ik volgen elkaar door de jaren heen. Het Zeelandclubje blijft in diverse samenstellingen tot op de dag van vandaag met elkaar bevriend. Ik bezoek Herman in 1986 als hij in Barcelona woont, we maken tochten op zijn motor en delen al een paar jaar onze eerste schreden op schrijversvoeten.

Barcelonabrieven 

In de Barcelonabrieven die we in de jaren tachtig sturen, schrijven we elkaar over ons dagelijks leven en de laatste roddels in beide steden. En ook houden we elkaar op de hoogte van de vorderingen met onze debuten en, wat later, onze eerste romans (‘Het blauwe uur’ van mij, ‘Red ons Maria Montanelli’ van hem).

Over waarom Herman Nederland eigenlijk heeft verlaten en zich in die avontuurlijke afzondering stort, hebben we het niet. Maar het is een reden om elkaar brieven te schrijven en die zijn voor ons een gesprek dat doorloopt: op het leven op de nieuwe en de oude plek kan smakelijk en geestig worden ingezoomd.

Wederzijdse moeite 

Wederzijds de moeite nemen om de pen/typemachine/laptop op te pakken en voor niemand anders dan elkaar zinnen te formuleren (hoe het regende/onweerde die nacht, hoe het cafébezoek/de affaire afliep, hoe mooi/wreed de wereld is/hoe eenzaam alles in de nacht/hoe fijn schrijven met een kater is en waar je het lekkerst kan eten). Het wordt allemaal ineens ‘materiaal’. In 2011 besluiten we onze correspondentie weer op te pakken. Onafhankelijk van elkaar bedenken we dat we op het begin van onze vriendschap en het Zeelandclubje willen terugkijken. We naderen allebei de zestig.

Al schrijvend vragen we ons na een tijdje af waar die brieven uit Barcelona toch zijn gebleven. We beloven te gaan graven in dozen en koffers die na talloze verhuizingen op verschillende plaatsen terecht zijn gekomen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Herman Koch Wanda Reisel voor TIJD Beeld RV

Elke brief die ik ontvang, wekt bij mij een gulzig verlangen: openratsen die envelop! (zo jammer dat die specifieke sensatie van ‘verwachting’ is verdwenen; nu gaan alleen rekeningen en de Belastingdienst nog schuil in een papieren envelop). Een brief- of mailwisseling is van een heel andere dynamiek dan een gesprek in een café. Voor sommige schrijvers is het het warmdraaien voor het échte werk. Een goede correspondentie moet voor mij ook altijd een onderhuidse spanning hebben, een geheim vuurtje dat me opstookt. En als dat vuurtje wederzijds is, levert het bij de een poëtische, filosofische, bij de ander politieke of anekdotische en grappige, bij een derde liefdevolle, aandachtige brieven op. Misschien zijn het wel twee monologen en schrijven we elkaar steeds een pagina uit het boek dat ieder van ons in zich draagt, maar dat nooit af komt.

Intenser en grootser 

Zoals mijn vriendschappen - en als puber een vrijwel permanente staat van verliefd-zijn - mij door de saaie middelbareschooltijd sleuren, zo zorgt een briefuitwisseling ervoor dat je leven intenser en grootser beleefd wordt dan het is. Brieven schrijven is voor mij de weerslag van een verwantschap die me lief is.

Met Herman blijkt het samen de tijd hervinden, onze geheugens op elkaar aansluiten, sporen nalopen, elkaars blik aanvullen en dan ontstaat er iets nieuws. Ineens daagt het besef dat je alleen samen volledig, of in elk geval vollediger kan zijn. We zijn bij voorbaat onaf en laat dat vooral zo blijven. Niemand is een open boek. Er zal altijd iets ontbreken of iets verhuld blijven, iets wat aan jezelf onbekend is, of iets wat je niet wilt prijsgeven.

Verzonnen of niet

Of we het verzonnen hebben of niet, ik heb de overtuiging dat je gedroomde en parallelle leven óók tot de werkelijkheid horen. Daar ben je schrijver voor.

‘Hoe zat dat ook alweer?’ vroegen we elkaar. Die zwijgende wandeling door het Zwin toen met z’n allen, waarom deden we dat? Wat was dat levensgevoel van ons? Weet jij dat nog?

Samen omkijken is een genot.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Of heb ik het verzonnen Beeld RV

Herman Koch & Wanda Reisel: ‘Of heb ik het verzonnen?’, uitgeverij Das Mag, €21,99, in de winkel op 15 november.

Schrijversvriendschap

Herman Koch (1953) is Nederlands succesvolste schrijver van het moment. ‘Het diner’ is in meer dan vijftig talen vertaald. Dit jaar schreef hij het Boekenweekgeschenk. Wanda Reisel (1955) schrijft romans en toneelstukken, was winnaar van de Anna Bijns Prijs 2007 en werd genomineerd voor de AKO- en de Libris Literatuurprijs.

Reageren?

Schrijft u nog brieven of is contact met vrienden via mail of whatsapp net zo waardevol? Laat het ons weten in max. 120 woorden o.v.v. naam en woonplaats naar tijdpost@trouw.nl.

Spinoza Lyceum Amsterdam, 1970 Beeld Herman Koch (17) en Wanda Reisel (15)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden