'Hebzuchtige' verzamelaar

Het liefst had Dirk Nienhuis zijn expositie in het Larense Singer Museum de titel 'Hartstocht en hebzucht' gegeven. Want hij verzamelt uit pure passie, gekoppeld aan de sterke wil om elk voorwerp dat zijn smaak uitdraagt te bezitten. ,,Maar dat vond het Singer toch te ver gaan.'' Nu heet de tentoonstelling 'Leven in een verzameling' en dat slaat volgens hem helemaal op de wijze waarop hij en zijn vrouw met de verzamelde kunst omgaan. Dirk en Liesbeth Nienhuis wonen en werken te midden van de door hun verzamelde objecten, ze gebruiken ze dagelijks of kijken er met enige bewondering naar. Maar vooral met kennis en verstand van zaken, want Nienhuis heeft zich sinds hij deze kunst begon te verzamelen er helemaal in gespecialiseerd. Dat is uitgelopen op een studie die hem de mogelijkheid geeft om als officiële makelaar-taxateur op te treden.

Cees Straus

Nienhuis schaamt zich niet voor zijn hebzucht, maar hij is veel meer een hartstochtelijk verzamelaar. Niet het 'hebben' maar de liefde voor de kunst dreef hem in het begin van de jaren tachtig ertoe zijn aandacht als verzamelaar te richten op wat 'de nieuwe kunst' heet. Dat is de kunst, maar veel meer nog de toegepaste kunst, die aan het begin van de vorige eeuw werd gemaakt. De kunstenaars en ontwerpers in die tijd zetten zich af tegen de in hun ogen vastgelopen tradities die nog uit de 19de eeuw dateerden. Het echtpaar Nienhuis woonde destijds al in het huis waarnaar later hun collectie is genoemd. 'Meentwijck' is een villa in het Gooi die in 1911 door de later beroemd geworden architect K.P.C. de Bazel werd ontworpen. ,,We vinden het wel jammer dat De Bazel toen nog niet zijn eigen stijl had gevonden (het expressionisme, zoals het bankgebouw in de Vijzelstraat in Amsterdam - C.S.), anderzijds is dit huis, in de Engelse landhuisstijl, zeer geschikt om er met deze kunst te wonen.''

Aanvankelijk hadden de beide Nienhuizen voor een inrichting met veel antiek gekozen. ,,Ik vond op een bepaald moment een bureautje dat bleek te zijn ontworpen door Jac. van den Bosch, een bekende Amsterdamse binnenhuisontwerper die voorman van de moderne beweging was. Het meubel paste van geen kant in deze klassiek-antieke omgeving, maar ik viel er zo op, dat we besloten hebben om het te kopen. Vanaf dat moment was het gedaan met het verzamelen van antiek en ging onze aandacht uit naar de periode waarin het bureautje was gemaakt. Dat kwam in de kamer te staan, we zitten er nog altijd aan.''

Gaandeweg heeft Nienhuis, die in het dagelijkse leven effectenbankier in Amsterdam is -zijn kantoor is met een collectie Amsterdamse stadsgezichten al evenzeer een levend museum geworden-, zijn favoriete periode uit de Nederlandse kunstgeschiedenis wel iets opgerekt. ,,Ik verzamel nu Nederlandse kunst en toegepaste kunst uit de periode 1890-1940. De nadruk ligt op de eerste twee decennia. Van Rietveld heb ik bijvoorbeeld een salontafel, maar niet uit zijn latere periode.''

Is er op dat gebied nog een redelijk aanbod te vinden?

Nienhuis: ,,Ja, al wordt het wel schaars, hoor. Toen we in de jaren tachtig begonnen, was dit soort kunst nog helemaal niet in trek. Elke zaterdag schuimden we de antiekzaken in Amsterdam af, in de Looier (het grote antiek- en bric à brac-centrum in de Jordaan - C.S.) en op de Waterloomarkt. Tegenwoordig zien de handelaren me al aankomen en weten ze wat ik zoek. Dat heeft het karakter van het verzamelen natuurlijk veranderd. Ik struin geen markten en zaken meer af. Maar ik kijk wel wat er wordt aangeboden, of ik word getipt. Frans Leidelmeijer, echt een expert op het gebied van art nouveau en art déco, heeft me aanvankelijk wegwijs gemaakt en bij hem heb ik ook veel gekocht. Tegenwoordig ben ik een beetje een concurrent van hem geworden.'' Leidelmeijer beaamt dat desgevraagd: ,,Als hij een bepaald object eerder onder ogen krijgt dan ik, dan kan hij het gemakkelijk voor mijn neus wegkapen.''

En dan die hebzucht.

Nienhuis, met gevoel voor understatement: ,,Hoeveel stukken de collectie omvat, weet ik niet eens. Het zullen er vele honderden zijn. Neem alleen al die vitrines met aardewerk, dat is echt mijn specialisme geworden. Maar ook de collectie sieraden, die doorgaans wordt opgeborgen, begint enige omvang te krijgen. Ik denk dat ik algauw aan zo'n vijf- tot zeshonderd stukken kom.'' Maar een rondwandeling door het huis, dat letterlijk in alle hoeken kunst bevat, leert dat die cijfers veel hoger uitvallen.

Nienhuis mag zichzelf als hebzuchtig verzamelaar betitelen, het blijkt ook dat hij zijn stukken moeiteloos uitleent. Juist omdat zo veel van zijn objecten een hoog museaal niveau hebben, zijn ze vaak te zien op tentoonstellingen. Onlangs besloot hij zelfs om een bijzonder ameublement in langdurig bruikleen aan het Gemeentemuseum in Den Haag te geven. ,,Om die reden wilde ik mijn collectie ook eens in haar totaliteit laten zien. Ik vond het jaar 2000 een goed moment. Het is nu honderd jaar geleden dat deze kunst is ontstaan, dat is een soort jubileum. Daar komt bij dat de meeste musea op dit gebied nauwelijks hebben verzameld, het heeft lange tijd nauwelijks aandacht getrokken.''

U koopt veel aan, maar wordt dat nooit te veel?

Nienhuis: ,,Ik verkoop wat kwalitatief niet meer voldoet. Ik ben begonnen in een tijd, dat ik er niet zo veel van wist. Dan kun je wel eens een zeperd halen. Ik heb zaken gehad die veel te zwaar gerestaureerd waren. Die moeten eruit. En je loopt tegen vervalsingen op. Deze periode is zo in trek geworden, dat het loont om er goede vervalsingen van te maken. Dat geldt met name voor het aardewerk.''

Voor de verzamelaar is het postzegelalbum op een gegeven moment vol.

Nienhuis: ,,Ik heb niets tegen verzamelen van postzegels, maar deze kunst is iets anders. Anders dan bij postzegels weet je niet wat er allemaal nog is. Er komen nog steeds onbekende stukken in de handel. Als ik die mooi vind, wil ik ze hebben.''

Nienhuis' opvattingen worden door zijn 'vaste' handelaar Frans Leidelmeijer gedeeld. Ook hij merkt dat er nog veel onbekende zaken worden aangeboden: ,,Er zitten onder de mensen nog heel wat zaken die we nog nooit hebben gezien. Kijk maar eens naar 'Tussen kunst en kitsch' (waar Leidelmeijer een van de experts is - C.S.), in elke uitzending heb je verrassingen.''

Leidelmeijer vindt dat Nienhuis als verzamelaar op het goede spoor zit. ,,Hij weet er veel van af. En hij is op het goede moment met verzamelen begonnen. De periode van de vernieuwde toegepaste kunst in Nederland begint in het buitenland aan te slaan. Ik heb onlangs aan het Victoria & Albert Museum in Londen verkocht, dat zegt wel wat. Ook in in Miami en New York zijn er musea en verzamelaars die op Nederlandse kunst vallen. In Europa ken ik belangrijke verzamelingen in Darmstadt en in Kopenhagen. Dat betekent dat de waarde van de Nederlandse kunst uit de vooroorlogse periode internationaal wordt erkend.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden