Hoe begin je?

Hans Croiset wil een wereldrecord spelen: ‘Ik wil de beste zijn, geen gezeur’

Hans Croiset ondergaat een première onder verdoving: ‘Je maakt jezelf ­immuun voor je ­zenuwen. Iets ervoor slikken? Nee, zeg.’ Beeld Judith Jockel

Trouw onderzoekt in een korte serie hoe kunstenaars aan een nieuw werk beginnen. Aflevering 4: Hans Croiset vindt dat elke voorstelling een nieuw begin moet zijn. ‘Het publiek herkent routine feilloos.’

Beginnen?” Diepe zucht. Hans Croiset (83) mag dan decen­nialang aan het toneel werkzaam zijn en vorig jaar een Louis d’Or hebben gekregen voor zijn rol als dementerende in ‘De Vader’, het eerste stadium van het veroveren van een rol vindt hij nog altijd verschrikkelijk moeilijk. “Dat is het voor iedereen,” zegt hij. “Ga maar eens vanaf die deur op mij toelopen. Dat lukt niemand de eerste keer. Ik ben soms een maand op de toneelschool ­bezig om het de studenten te leren. Ja, lopen als jezelf, dat is geen punt. Maar als je je bekeken weet, dan krijg je het meteen benauwd als je rol nog niet is uitgekristalliseerd. Ook Paul Steenbergen, de grootste acteur die Nederland ooit heeft gehad, had moeite aan het begin van een nieuwe rol. Dan zei hij: ‘Nee jongens, jullie moeten me niet ontzien. Ik sta ook maar aan de start en weet niet of ik de eindstreep haal’.”

Totale onzekerheid noemt Croiset de eerste fase van het repetitieproces. “Zelfs na een goede voorbereiding. Al ken je de tekst van je rol nog zo goed, op een eerste repetitie kan een regisseur je helemaal onderuithalen en dan moet je opnieuw beginnen.”

Of dat erg is, is nog maar de vraag, want een acteur móet bij elke nieuwe rol helemaal opnieuw beginnen, vindt Croiset. “Zodra je refereert aan wat je eerder hebt gedaan, ligt routine op de loer. En dat herkent het publiek feilloos. Je mag nooit de indruk wekken dat je aan het herhalen bent. De Vader heb ik wel honderd keer gespeeld, en ik ga er prat op dat het elke keer anders was. Ik haat mezelf als ik ook maar één zinnetje op dezelfde manier heb gezegd als de vorige keer. Elke voorstelling moet de eerste keer zijn. Dat is zo moeilijk, en daar zijn geen wetten voor.”

Introverte slager

Croiset is deze dagen bij Theater Rotterdam aan het repeteren voor het stuk ‘Heisenberg’ van de Engelse schrijver Simon Stephens. Een stuk over een ontmoeting tussen een 75-jarige man en een vrouw van begin veertig. Zijn tegenspeelster is Elsie de Brauw, de regisseur is Johan Simons.

Croiset speelt een slager. Een introverte, voorzichtige man die na een eerste liefde in zijn jonge jaren niets meer heeft meegemaakt, maar wel elke dag vijftig woorden in zijn dagboek schrijft. Deze Alex ontmoet op een dag de springerige, ongrijpbare Georgie. Zij brengt hem tot leven, hij geeft haar rust.

Croiset en De Brauw zijn begonnen met samen de tekst door te nemen, veertien dagen lang. “De ene keer bij mij, de andere keer bij haar. Dit is geen voor de hand liggende tekst, hij is ­ongrijpbaar als een Pinter. Alex is slager, dat vindt Georgie gek. Maar zij liegt haar hele leven bij elkaar. Bestaat de zoon over wie zij praat? Ik weet het niet. Daarvan mogen we denken wat we willen.”

Het is de kunst om uit die tekst een levend mens tevoorschijn te toveren. Croiset: “Ook van Hitler of van welke klootzak ook, moet ik een mens op twee benen maken. Dat vind ik leuk om te doen. In dit stuk zegt de slager als verklaring voor zijn vak: “Ik hou van de dieren. Ik hou ervan hoe dieren in ­elkaar zitten. Ik hou ervan dat ze naden hebben. En ik hou van messen.” Dan komt de binnenkant van die man naar buiten, je ziet zijn fascinatie.” 

Trage acteur

Ontdekken hoe die man in elkaar zit, is volgens Croiset een geleidelijk proces. Iedere acteur doet dat anders, maar bij hem gaat het zo: “Ik verzamel op de ­repetitie gegevens over de rol. Die sla ik op in een bureautje vol ordners in mijn hoofd. Na de eerste week gooi ik de eerste ordner weg. Hoe verder ik kom, hoe minder gegevens ik nodig heb, omdat ik dan in de buurt van die mens ben gekomen. Ik begrijp in dat stadium nog niet alles, pas na zo’n zestig voorstellingen weet ik waar het eigenlijk over gaat. Er zijn acteurs die na twintig voorstellingen zeggen: “Nu weet ik het wel met die rol”, maar die hebben het nooit echt geweten.”

Croiset heeft altijd veel geregisseerd, maar valt de laatste jaren meer en meer op als acteur. Hij noemt zichzelf een trage acteur, die zich heel langzaam een rol eigen maakt en lang worstelt met onzekerheid. “Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik alleen maar ­bezig was mijn collega’s teleur te stellen,” zegt hij daarover. Maar nu hij door Johan Simons wordt geregisseerd, maakt hij voor de eerste keer mee dat hij grote stappen maakt. “Bij Johan ging ik na twee repetities al door roeien en ruiten. Dat komt doordat hij mij de verzekering geeft dat hij mij geschikt vindt voor de rol. Dat straalt hij uit en dat geeft vertrouwen. Ik dans op het ­toneel! Dat heb ik nog nooit gedaan. ­Elsie en ik leveren de verfstreken die Johan als een kunstenaar modelleert tot een voorstelling. Je moet je daarin wel beschermd voelen, ik weet dat ­Johan het zal zeggen als ik te ver ga. Maar of het een goede voorstelling wordt, moet nog blijken, hè. We staan nog maar aan het begin. Ik heb nog geen idee waar we gaan uit­komen.”

Altijd samen

“Toneel is en blijft ‘ensemblekunst’, het is altijd samen, het is altijd met anderen, altijd. Ik haal veel uit de ogen van mijn tegenspelers, in dit ­geval trek ik mijn gedachten uit de ogen van Elsie, maar probeer haar ook met mijn ogen iets te bieden. Als we eenmaal in de voorstelling staan is het een pas de deux met ogen. Dat hoeft niemand letterlijk te zien, maar het verhevigt ons spel, hopelijk.”

Deze nieuwe ervaring maakt het spelen voor Croiset enorm de moeite waard. “Ik ben op mijn 83ste met de eindstreep bezig, en ik wil gewoon dat de mensen iets gaan zien dat ze nog nooit gezien hebben. Het moet een wereldrecord worden. Ik wil de beste zijn, geen gezeur. En als het mislukt, dan is dat pech gehad. Ja, ik leg de lat hoog. Op 2 meter 23. Ik wil alleen nog wereldrecords spelen.”

Of het een wereldrecord wordt, weten we pas op de première, die verschrikkelijke eerste keer dat het stuk officieel gespeeld wordt. Croiset kan er nu al tegenop zien. Hij ondergaat die eerste keer onder verdoving. “Je maakt jezelf immuun voor je zenuwen. Iets ervoor slikken? Nee, zeg. Maar je probeert uit alle macht om indrukken van buitenaf buiten te houden. Ik geef die eerste keer alles wat ik heb. Maar als ik dan de tweede voorstelling meer ontspannen bent, ben ik bang dat ik de eerste keer ­verknald heb. Die eerste keer ben ik mijn eigen hindernis. Gelukkig ­spelen we het ruim veertig keer.”

Lees ook de eerdere afleveringen uit deze serie

Aflevering 3: 

Hoe Mirthe van Doornik haar jeugd met een alcoholistische moeder omzette in een succesvolle roman. Hoe vat je zo’n persoonlijk thema bij de hoorns?

Aflevering 2: De blik in de ogen is de essentie van een portret

Beeldend kunstenaar Iris Kensmil schildert altijd eerst de ogen. ‘Die zijn de essentie van een portret en moeten er goed op staan. Daarom schilder ik ze als ik nog fris ben.’

Aflevering 1: Liedjes uit een autistisch hoofd: ‘Nerd zijn is the way to be’

‘Ik ben eigenlijk altijd moe en sombertjes', zegt cabaretier Chris Verlaan. ‘Maar als ik optreed, ben ik helemaal in het moment.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden