Denemarken

Hans Christian Andersen leefde niet lang en gelukkig, maar heeft nu wél een mooi museum

Het nieuwe Hans Christian Andersen Huis in Odense, Denemarken opent binnenkort zijn deuren.  Beeld Kengo Kuma & Associates
Het nieuwe Hans Christian Andersen Huis in Odense, Denemarken opent binnenkort zijn deuren.Beeld Kengo Kuma & Associates

Hans Christian Andersen is de nationale held van de Denen. Maar hebben ze nog wel waardering voor de gelaagdheid van zijn werk, of kennen ze hem vooral van Disney-sprookjes? Een nieuw museum moet de belevingswereld van de schrijver herscheppen.

Anne Grietje Franssen

Er was eens een jongen, Hans, die als eerste en enige kind van zijn ouders in het jaar 1805 ter wereld kwam in het Deense stadje Odense. Zijn vader, die ook Hans heette, beweerde af te stammen van een adellijk geslacht, maar de realiteit wilde dat hij een simpele schoenlapper was. Hans’ moeder was analfabeet en werkte als wasvrouw.

Vader Hans vocht in de Napoleontische oorlogen en stierf toen de jonge Hans elf jaar was. Hij had zijn zoon net op tijd kennis laten maken met literatuur; grote Hans had kleine Hans de Arabische Nachten voorgelezen en toen de jongen zeven was, hadden zijn ouders hem meegenomen naar het theater. Het was een universum dat de kleine Hans had betoverd.

Toch had niemand toen kunnen bevroeden dat deze jongen van simpele komaf vroeg of laat zijn stempel zou drukken op de literaire canon. Nee; zulke dingen gebeuren alleen in sprookjes.

Onsterfelijk schrijver

Hans zou onsterfelijk blijken als dichter en schrijver Hans Christian Andersen. Hij zou herinnerd worden om zijn sprookjes – en dan vooral de verdunde Disney-versies ervan: geanimeerde avonturen met platte karakters en gelukkige eindes.

Zeker niet zoals hij ze bedoeld had. Al bij leven had hij zich verzet tegen het idee dat hij enkel een jong publiek bediende. Verscheen zijn eerste bundel nog onder de titel Sprookjes voor kinderen, de tweede heette Sprookjes, de derde simpelweg Verhalen. Zijn talloze gedichten, romans en toneelstukken zijn intussen goeddeels in de vergetelheid geraakt.

Een splinternieuw museum, het Hans Christian Andersen Hus, moet nu de ervaring van Andersens literaire kosmos, in al zijn magie en merkwaardigheid, herscheppen. Het museum, dat nog in aanbouw is, ligt in zijn geboortestad Odense en opent 30 juni voor de eerste bezoekers zijn deuren.

De stad heeft zichzelf geprofileerd als de geboortegrond van de illustere schrijver. In Odense stond al een museum ter nagedachtenis aan Andersen, met zijn manuscripten, zijn papiersnijwerk, zijn hoed en andere persoonlijke bezittingen. Daarbij is zijn ouderlijk huis in originele stijl heringericht en opengesteld voor geïnteresseerden.

Maar het nieuwe museum is anders: het spreekt niet óver maar als H.C. Andersen, vertelt creatief directeur van het HCA Hus Henrik Lübker. De huls – het museumgebouw – is een serie ronde ruimtes, bovengronds en ondergronds, die als een parelketting aan elkaar geregen zijn. De curves, die ook terugkomen in de museumtuin, impliceren iets onverwachts: achter elke bocht schuilt een verrassing.

Geen dagboeken of bed

Binnen vind je geen originele dagboeken, of het bed waarin hij als jongen heeft geslapen; als bezoeker dwaal je hier door de kamers van Andersens fantasie, vormgegeven door twaalf kunstenaars. Zij kregen de opdracht een creatief universum te scheppen in de geest van Andersen.

De stem van de schrijver werd al gezocht bij het ontwerp van het gebouw en de tuinen, vertelt Lübker. “Wij wilden dat de architect uitging van Andersens waarden en vertelwijzen, niet van ontwerptrends in de museale wereld. Het ontwerp moest van binnenuit komen, niet van buitenaf.”

‘Onthoud goed dat dit allemaal echt is gebeurd’, is een type zin die je in Andersens werk dikwijls leest. ‘Ik hoorde het van de zwaluw, en die zat op de hoogste tak van de berkenboom waaronder dit voorval plaatsvond.’ “Ik heb gezocht naar een soortgelijke ervaring”, zegt Lübker. “Een speelsheid, niet de waarheid op een dienblaadje gepresenteerd.”

De vijf bekendste sprookjes:

De kleine zeemeermin

De nieuwe kleren van de keizer

Het lelijke eendje

De rode schoentjes

Het meisje met de zwavelstokjes

Het Japanse architectenbureau Kengo Kuma & Associates kreeg uiteindelijk de opdracht om die speelsheid op te nemen in een ontwerp. De cirkelvormen, legt Kengo Kuma in een video uit, staan voor de afwezigheid van hiërarchie. Er is geen sprake van een logische volgorde; de bezoeker moet zich in het gebouw kunnen verliezen.

In de tuin fungeren gebogen heggen als ‘zachte grenzen’ die ‘plekken van afzondering’ creëren. Het doolhof van deze groene, meanderende muren volgt de lijnen van de ondergrondse kamers. “Een tuin met een heg is typisch Deens”, vertelt de architect. “Zoals Andersen wilden wij relateren aan het alledaagse, maar met een absurde draai.”

Perspectief van een kind

Creatief directeur Lübker was aanvankelijk niet per se een groot Hans Christian Andersen fan, vertelt hij. “Tot ik in zijn werk dook en ontdekte hoe gecompliceerd hij was. Hij is tegelijkertijd ironisch en realistisch. Speelt altijd spelletjes met zijn lezers. Gebruikt het perspectief van een kind om het begrip van volwassenen te sturen.”

Elk verhaal, zegt Lübker, is opgebouwd uit verschillende lagen. “In het verhaal van Het lelijke eendje luidt een zin: ‘Ja, het was werkelijk heerlijk daar op het platteland.’ Pas na tig keer lezen snapte ik dat dit ironisch bedoeld is. Andersen bespeelt ons. Hij reikt ons geen zinnen aan die de werkelijkheid verwoorden – nee, hij dwingt ons de wereld door nieuwe ogen te zien.”

De twaalf kunstenaars die op uitnodiging van Lübker iets maakten voor het museum, vertrokken vanuit van Andersens sprookjes. Het kunstwerk van Henrique Oliveira lijkt op levensgrote, verstrengelde bomen die uit betonnen pilaren omhoog groeien.

De Japanse toparchitecten Kengo Kuma & Associates bedachten het ontwerp voor het nieuwe museum – een elegante constructie van hout en glas die naadloos overgaat in de weelderige groene tuinen.  Beeld Kengo Kuma & Associates
De Japanse toparchitecten Kengo Kuma & Associates bedachten het ontwerp voor het nieuwe museum – een elegante constructie van hout en glas die naadloos overgaat in de weelderige groene tuinen.Beeld Kengo Kuma & Associates

Oliveira liet zich inspireren door het sprookje van de tondeldoos. Dat begint bij een holle boom met een lange gang eronder, aan die gang liggen drie kamers. Een soldaat betreedt ze, na een tip van een heks, en vindt in elke kamer een kist met geld ... .

“Ik wilde geen letterlijke interpretatie”, vertelt Oliveira. “Ik ben een beeldhouwer, en ik moet mijn eigen ideeën kunnen uitvoeren. Mijn werk verbeeldt de magie van transformatie die in veel sprookjes centraal staat. Het gaat ook over de ontmoeting van het modern-stedelijke – het beton – met het natuurlijke: onze wortels en geschiedenis.”

Papiersnijwerk

Een van de vergeten kunstvormen van H.C. Andersen is zijn papiersnijwerk. Hij zag dit handwerk als de opmaat naar schrijven en maakte gedurende zijn leven zeker honderden silhouetten. Voor hem was het een vrijetijdsbesteding. “Hij was ontzettend vaardig”, vertelt papierkunstenaar Veronica Hodges, die zijn snijwerken langdurig bestudeerde.

‘Haar’ verhaal was het verhaal van Duimelijntje, het meisje dat voor een gewonde zwaluw zorgt en uiteindelijk samen met de vogel naar het zuiden vliegt. “In plaats van één zwaluw heb ik er bijna tweehonderd gemaakt. Het is een hele zwerm papieren vogels — het lijkt net of ze het museum uitvliegen. Ik hoop dat de zwaluwen een nieuw perspectief bieden op ons menselijk bestaan. Op het samenspel in de natuur en over hoe we met onze planeet omgaan.”

“Andersen had oog voor alles waar overheen gekeken wordt”, zegt Lübker. “Distels, brandnetels, insecten. Hij wilde ze redden, ze een eigen verhaal geven. Misschien omdat hij zelf hij de goot kwam.”

H.C. Andersen is wel beschreven als de ‘curator van zijn eigen leven’. In zijn autobiografische werk, zijn dagboeken en brieven presenteert hij zichzelf in uiteenlopende verschijningsvormen, manipuleert hij zijn imago. Lübker verwijst opnieuw naar een passage uit Het lelijke eendje: ‘Het doet er niet toe of je in een eendenkooi geboren bent, zolang je maar in een zwanenei gezeten hebt.’

“Hij schreef dit verhaal kort nadat hij door de Denen was geridiculiseerd. In de Franse hoofdstad Parijs werd hij ondertussen als een genie onthaald. ‘Geef de Denen nooit weer zo’n groot dichter’, zou Andersen op zijn sterfbed aan God hebben gevraagd. Er gaat iets heel fragiels, iets heel menselijks vanuit; hij voelde zich ongezien.”

Een exportproduct

Hoezeer leeft Andersen nog in Denemarken vandaag de dag? “Iedereen kent zijn naam”, zegt Lübker. Hij is een nationale held. Maar wordt zijn stem nog echt gehoord? “Hij is vooral verworden tot icoon. Een exportproduct.”

De gelaagdheid van zijn persoon en werk wordt meestal achterwege gelaten. Zijn verhalen zijn aangelengd. “Het is pastiche, uitsluitend voor kinderen, voor parades van mensen in sprookjeskostuums. Eindeloos zonde, want eigenlijk is Andersen zo radicaal. Hij heeft veel te zeggen over ons tijdperk; over de natuur en het klimaat, mensen die afwijken van de norm.”

Hans Christian Andersen leefde niet erg lang of gelukkig. Zijn hevige verliefdheden – gericht op zowel vrouwen als mannen – bleven doorgaans onbeantwoord. Op 67-jarige leeftijd viel hij uit bed en werd nooit meer de oude. Hij stierf drie jaar later, in 1875.

Kort voor zijn dood had Andersen een componist geraadpleegd over zijn begrafenismuziek. Hij zou hebben gezegd: “De meeste mensen die achter me lopen zullen kinderen zijn, dus zorg ervoor dat het tempo de maat van kleine stapjes aanhoudt.”

Andersen in Nederland

Ook in Nederland worden Andersens sprookjes nog graag gelezen en herlezen. Zijn 200ste geboortejaar in 2005 werd wereldwijd gevierd. In dat jaar verscheen in Nederland het boek Getekend, Hans Christian Andersen: zijn geïllustreerde sprookjes in de Lage Landen van Saskia de Bodt. In pretpark De Efteling — Andersen zal zich hebben omgedraaid in zijn graf — opende het vijfentwintigste sprookje in het Sprookjesbos: Het meisje met de zwavelstokjes. Sinds 2012 is hier ook het sprookje De nieuwe kleren van de keizer te bezoeken. Recenter, in 2018 en 2019, publiceerde Rainbow ‘De mooiste sprookjes van H.C. Andersen’ en ‘Wintersprookjes’, beide vertaald door Andersen-kenner Annelies van Hees.

Uit Andersens dagboeken weten we dat hij ook zelf een aantal keer in Nederland geweest is. Driemaal — in 1847, 1866 en 1868 — bracht hij een bezoek aan Amsterdam en logeerde hij bij koopman Brandt aan de Herengracht 368. Hij zou er aan een sprookje hebben gewerkt, al is het niet bekend welke. Tijdens zijn tweede verblijf in de Lage Landen ging hij ook langs Den Haag, Leiden en Katwijk, waar hij samen met schrijver Johannes Kneppelhout een bezoek bracht aan de sluizen waar de Oude Rijn de zee instroomt.

Lees ook:

Hoe maak je een tentoonstelling over een beladen onderwerp als slavernij?

Het Rijksmuseum zette een zeer divers team aan het werk, om het onderwerp van alle kanten te belichten. ‘Ik raad iedereen aan het ongemak vooral niet uit de weg te gaan.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden