Oorlogsklassieker75 jaar bevrijding

Hans Achterhuis over Hannah Arendts ‘Eichmann in Jeruzalem’

Adolf Eichmann in 1961 in zijn celBeeld EPA

Filosoof Hans Achterhuis herleest Hannah Arendts baanbrekende ‘Eichmann in Jeruzalem’: ‘het kwaad verspreidt zich als een schimmel’

Veel mensen geloven mij niet wanneer ik bij lezingen vertel dat ik ‘De banaliteit van het kwaad’ van Hannah Arendt, dat handelt over het proces tegen de nazimisdadiger Adolf Eichmann, ooit in de ramsj heb gekocht. Ze denken ook dat ik overdrijf als ik eraan toevoeg dat ik toen de naam van de auteur nauwelijks kende. Hoe is dat mogelijk, verzucht men. Het begrip ‘de banaliteit van het kwaad’, hoe omstreden de inhoud ervan ook mag zijn, is tegenwoordig ingeburgerd en Arendt zelf wordt nu als een van de grootste filosofen van de twintigste eeuw beschouwd. In 2013 werd er zelfs door Margarethe von Trotta een speelfilm over haar visie op het Eichmannproces gemaakt, die ook in de Nederlandse bioscopen redelijk succes had.

Met mijn beperkte budget was ik in de jaren zestig een regelmatig bezoeker van ‘De Slegte’, een paradijs vol tweedehandsboeken. Daar lag het in stapels. Tekenend was ook dat het pas in 1969 vertaald werd, vier jaar na het verschijnen ervan in het Engels, weinig aandacht kreeg en dus snel uit het reguliere boekenaanbod verdween.

Reportage voor The New Yorker

Voor mij werd het meteen een unieke leeservaring, die ik later wel eens als ‘liefde op het eerste gezicht’ omschreven heb. Ik was gevangen in een tekst die mij niet losliet, voordat ik de duizelingwekkende vragen over politiek en moraal, goed en kwaad, schuld en boete die zij aan de orde stelde, tot mij had laten doordringen.

De stijl was weerbarstig en persoonlijk. Geen gemakkelijke grote analyses, maar directe observaties met weidse conclusies die mij diep raakten. Hoe zou ik mij als gemiddeld burger in het Duitsland van Hitler, maar ook in het bezette Nederland, hebben gedragen, was de vraag die ik dagenlang met mij meetorste.

Arendt noemde haar boek zelf ‘een reportage’. Ze was als journalist voor het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker in Jeruzalem bij het proces aanwezig geweest. Eichmann was de verantwoordelijke organisator van de deportaties van de Europese Joden naar de vernietigingskampen. Arendt beschrijft die deportaties in hoofdlijnen. Voor mij was dat grotendeels nieuw. Ook dat is tegenwoordig, zeker met alle huidige herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog, nauwelijks voorstelbaar. Maar toen waren de uitgebreide reportages van Arendt zeker in Amerika een eerste kennismaking met de verschrikkingen van de Shoah.

Maar ik schreef het al: daar draaide het voor mij niet allereerst om. Ik was getroffen door de filosofische vragen die Arendt in haar verhaal had vervlochten. De belangrijkste heb ik al genoemd. In de publiciteit in en rond het proces werd Eichmann als een moreel monster gepresenteerd. Dat was geruststellend. Het kwaad bevond zich tijdens het proces veilig opgeborgen in een kooi van kogelvrij glas. Het publiek keek ernaar, tevreden dat het zich aan de goede kant bevond.

Arendt zag echter een doodnormale man. Het vreselijke kwaad, waar zij hem ontegenzeggelijk verantwoordelijk voor achtte, kwam niet voort uit een verdorven hart, maar eerder uit een gebrek aan voorstellingsvermogen en een teveel aan ambtelijke gehoorzaamheid.

Verontwaardigde reacties

De benoeming van het kwaad dat hij verrichtte, werd haar door haar Israëlische vrienden en ook door Amerikaanse Joden niet in dank afgenomen. Vanwege hun betrokkenheid bij de slachtoffers was het pijnlijk om te erkennen dat het antisemitisme van de nazi’s deels door banale mensen werd gedragen en ondersteund. Er volgden heftige reacties – Arendt werd zelfs voor nazi uitgemaakt – die tot haar dood in 1975 voortduurden. Zelfs vandaag is de heftigheid van de discussies nauwelijks geluwd.

Hier kwam nog een tweede punt van kritiek bij. Arendt opperde de hypothese dat de Joodse Raden die in veel landen van Europa hadden meegewerkt om de deportaties rustig te laten verlopen, hierdoor het aantal slachtoffers extreem hoog hadden gemaakt. In een totale wanorde zouden misschien meer Joden aan de dood hebben kunnen ontkomen. Ook dat was tegen het zere been van velen. Ging Arendt nu ook nog suggereren dat de Joden schuldig waren aan hun eigen vernietiging?

Deze kritieken waren ongetwijfeld overdreven, maar wel begrijpelijk. Arendt nam nooit een blad voor de mond. Ze nam de essentie van haar visie niet terug, maar verzachtte in latere drukken wel al te felle uitspraken. De vraag naar de banaliteit als mogelijkheidsvoorwaarde van het kwaad waar het haar om ging veranderde daarmee niet.

Wel werd in de vele discussies duidelijk dat niet al het kwaad volgens haar banaal was. In haar grote, eerdere studie over de oorsprongen van het totalitarisme had ze het kwaad van de kampen nog ‘radicaal’ genoemd. En in het verslag over het later gevoerde Auschwitzproces, dat in de bundel ‘Verantwoordelijkheid en oordeel’ verscheen, is ze zich er terdege van bewust dat de beulen die terechtstonden geen banale schrijftafelmoordenaars waren als Eichmann.

Maar ook haar visie op de persoon van Eichmann werd onder vuur genomen. Grote historische beschouwingen van onder anderen David Cesarani en Bettina Stangneth stelden dat Eichmann steeds een overtuigde en gedreven nazi was geweest. Arendt had zich door zijn toneelspel tijdens het proces om de tuin laten leiden.

Het kwaad is banaal en oppervlakkig

De boeken van Cesarani en Stangneth heb ik kritisch besproken. Ik ben nog steeds niet overtuigd dat Arendt zich wat betreft Eichmann vergiste. Maar daar gaat het uiteindelijk niet om. Het belangrijkste lijkt mij dat Arendt een nieuwe bron van het kwaad beschrijft, die ons als gewone mensen (die volgens Rutger Bregman ‘deugen’) uitdaagt. Ze heeft die misschien wel het beste uitgelegd in een discussie met haar Israëlische vriend, de grote historicus van de Joodse mystiek, Gersham Scholem. Daarin stelt ze dat het kwaad geen wortels en dus geen diepgang heeft en daarom niet radicaal (radix betekent wortel) kan zijn. Het is banaal en oppervlakkig en verspreidt zich als een schimmel, al woekerend over de aarde.

De vragen die ik mij bij de eerste lezing van de tekst van Arendt stelde, komen zo terug. Kan diepgang, kan geworteld zijn, helpen om het kwaad te weerstaan? Ik voelde het toen goed; dit zijn de vragen die Arendt zich aan het eind van haar leven over het denkproces stelde.

Voor wat zij ‘denken’ noemt, hoef je echt geen filosoof te zijn. Het is zelfs beter van niet. Kan dit denken als een gesprek met jezelf, dat ieder mens tot zijn beschikking heeft, ons behoeden voor de banaliteit van het kwaad? 

Hannah Arendt

Hannah Arendt
Eichmann in Jeruzalem. De banaliteit van het kwaad
Olympus; 447 blz. € 17,50

Lees ook: 

Waarom Hannah Arendt een van de belangrijkste politiek filosofen van de twintigste eeuw is. 

De as van Eichmann verdween in het diepste geheim in zee

 Israëls bemoeienis met oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann eindigde op 1 juni 1962 met bijna evenveel geheimzinnigheid als waarmee deze op 11 mei 1960 in Argentinië was begonnen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden