Review

Handel en 't Scheepje van Pa/Zo langzaam als wij zingen, hebt u nog nooit gehoord

J. van 't Hul, P.J. Vergunst, Op de orgelbank. Gesprekken met protestantschristelijke kerkmusici. Groen, leiden. 200 blz. f34,50. Geillustreerd.

Waarom?

Omdat Kees van Eersel, de organist van deze kerk, op dit punt zo' zijn zorgen heeft. Hij is niet tegen vrouwelijke ouderlingen en diakenen, maar, zegt hij, "Ik vind wel, dat zij zich bijvoorbeeld fatsoenlijk moeten kleden."

Deze woorden wettigen de vraag of het eerwaarde vrouwvolk in Goes er soms niet voor terugdeinst er onfatsoenlijk bij te lopen. En: hoe gaan de dames hierin? Kees van Eersel maakt zijn opmerking natuurlijk niet voor niets, hij heet er vanaf zijn orgelbank een uitstekende kijk op, maar wij in de Randstad tasten in het duister.

De bekommerde verklaring van Kees van Eersel staat in 'Op de orgelbank', een boek dat interviews met drie-en-twintig protestantse kerkmusici behelst. De vraaggesprekken zijn gevoerd en geredigeerd door mijn collega's J. van 't Hul en drs. P.J. Vergunst van het Reformatorisch Dagblad.

De vragenstellers komen (dus) uit een kring, waar de kerkmuziek ongeveer bekeken is met het in een traag tempo zingen van psalmen in de achttiende- eeuwse staatsberijming en waar het Liedboek voor de kerken, compleet met een twee eeuwen jongere berijming taboe is. Hun achtergrond wordt in hun vragen openbaar. Zo willen ze van Johann Th. Lemckert (Grote Kerk, Rotterdam) weten of hij in een kerkdienst van gereformeerde bonders, die het houden op psalmen in de oude berijming langzamer speelt dan anders.

Parmantig antwoordt de heer Lemckert: "Als het om muzikale criteria gaat, zoals tempo en ritme van de samenzang, meen ik, dat deze dingen liggen op het vakgebied van de kerkmusicus. Daartoe is hij bevoegd, het is zijn mandaat..." Nee dus.

Tegenover de gewichtigheid van Johan Th. Lemckert doet de ontspannen manier, waarop Willem Hendrik Zwart (Bovenkerk, Kampen), weldadig aan. Vrolijk vertelt hij, dat hij eens moest spelen in een zendingsbijeenkomst van uiterst 'zwarte snit' en hoe hij tevoren wel tien keer werd opgebeld met de waarschuwing: "Meneer Zwart, zo langzaam als wij zingen, hebt u nog nooit gehoord!". Willem Hendrik Zwart: "Zo'n Bovenkerk zingen ze mudvol, uit volle borst, uit beleving. Ja, ik vond dat toch indrukwekkend."

Het is trouwens helemaal een lekker onbevangen verhaal, dat Willem Hendrik Zwart levert. Hij is blij, dat 'zijn' Bovenkerk nog een echte kerk is en geen 'amusementshal', waarin je 'stands met van alles en nog wat, reclame voor bewust Ongehuwde Moeders alle mogelijke Derde Wereldtoestanden" aantreft. De onlangs met een gouden penning van zijn stad begiftigde organist is op muzikaal gebied niet preuts. Als er een schip te water wordt gelaten speelt hij Haendels Watermuziek en 't Scheepje van Pa.

Deze laatste bijzonderheid vereist enige toelichting. Willem Hendrik is een zoon van de befaamde organist en orgelpopularisator Jan Zwart, die een bewerking schreef van het lied 't Scheepje onder Jezus' hoede. Overigens is Willem Hendrik niet duidelijk "wat pa toch altijd in Sweelinck zag."

Christiaan Ingelse (Janskerk, Gouda zal daarentegen nooit werk van Jan Zwart spelen: "Vaak van die ordinaire harmonisaties." De her Ingelse zelf is niet ordinair maar Schriftgetrouw en hij heeft enige huiver voor een nieuw Liedboek; hij is bang, "dat steeds meer de richting van de vrijzinnigheid uitgaat."

Ik heb niet de indruk, dat Jos van der Kooij (Westerkerk, Amsterdam) de huiver van zijn Goudse collega deelt. Wel stel ik vast, dat hij zijn reformatorische gesprekspartner nadrukkelijk... om niet te zeggen een beetje pesterig... voorhoudt, dat die Franse romantische orgelmuziek, waarop reformatorische orgeilliefhebbers nogal tuk zijn, mondaine wereldse muziek is - hetgeen Jos van der Kooij niet belette te verklaren, heel graag het Allegro vivace uit de vijfde orgel symfonie van Widor te spelen.

De interviewers hebben met duidelijke kennis van zaken oudere en jongere kerkmusici opgezocht, die onderling soms behoorlijk verschillen in stijl en andere opvattingen. Kees van Eersel houdt er niet van dat je gretig in de toetsen graait, maar Willem Hendrik Zwart bestempelt 'met drieklankjes werken' tot 'armoe troef'. Maar Willem Vogel (Oude Kerk, Amsterdam), die je de grand old man van de actuele kerkmuziek zou kunnen noemen, "laveert met een milde lach tussen rekkelijken en preciezen." Die milde lach weerhoudt hem er niet van 'tussen twee haakjes' iets onaardigs van Trouw te zeggen, wat mijn collega van het R.D. vlijtig noteerde - en wat ik lekker voor mij houdt.

Ik grasduin zomaar wat in het boek, met behulp waarvan de orgeilliefhebber zijn conversatiestof flink kan spekken. Het is veelzijdig, je komt er de uitspattingen van Klaas Jan Mulder als EO-artist net zo goed tegen als de opmerking van Hans van Niewkoop, dat het aanbod van orgelbespelingen te groot is. Ik: Zeg dat wel, hartje zomer hebben we er in Amsterdam alleen al in de Oude Kerk vier keer per week.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden