Review

Haenchen sterk in Bach en Zonen

AMSTERDAM - Terwijl Hartmut Haenchen in de afgelopen twee maanden bezig was om de 'Götterdümmerung' van Wagner te verzwelgen bij De Nederlandse Opera, nipte en proefde hij tussendoor aan een eeuw vroeger. Want meteen na de laatste voorstelling schakelde de chef-dirigent van Nederlands Philharmonisch en Nederlands Kamerorkest over op de late barok en vroege klassiek van vader Bach en drie van diens componerende zonen.

In drie uitvoeringen, waarvan twee in de Beurs van Berlage en een in het Concertgebouw, betrad hij afgelopen weekeinde met het Kamerorkest een terrein waar hij op gespecialiseerd is. Al bijna twintig jaar is Haenchen aan het werk met het Carl Philipp Emanuel Bach-orkest, samengesteld uit musici van Oost-Berlijnse orkesten. Het hele oeuvre van de naamgever werd verkend, maar ook van diens broers en tijdgenoten. Veel ervan staat op prachtige cd's.

Haenchen is zó'n alleskunner (zondag vertoonde de tv ook de opname van de 'Wozzeck' van Berg onder zijn leiding!), dat je zou wensen dat hij zich juist meer ging richten op enkele kernen. Misschien komt het er van als hij in juni 1999 het Ring-project afrondt en er tijd vrijvalt omdat hij geen chef-dirigent bij de Opera meer is. Ik hoop dat hij dan met het Nederlands Kamerorkest uitgebreider en dieper die 18de eeuw induikt, want daarin zit zoveel meer moois dan van Mozart en Haydn, zo bleek uit het programma over vader Johann Sebastian en zonen Johann Christoph (1732-1795), Wilhelm Friedemann (1710-1784), Carl Philipp (1714-1788) en Johann Christian (1735-1782).

Dat de musici zondagmiddag in het Concertgebouw stonden, was een aardige optische hommage aan de 18de-eeuwse concertgewoonte. Hier presenteerde zich niet het gebruikelijke Nederlands Kamerorkest, maar een ensemble van strijkers, aangevuld met continuo (stevig klinkend klavecimbel met de uitstekend spelende Rien Voskuilen) en - in enkele stukken - met blazers. Doorgaans heten zulke ensemble 'I solisti huppelepup' of iets anders fraais Italiaans. Wat Haenchen neerzette was de naam 'Camerata della Borsa' (de Beurs van Berlage is het 'woon'huis van het NKO) waardig.

In het algemeen viel de warme, krachtige expressie op van het strijkorkest, wat vooral in de 'donkere' muziek van Friedemann goed werkte. Haenchen gebruikt veel meer het kleurende effect van vibrato op moderne instrumenten.

In het overzicht viel op hoe de symfonie in g van Johann Christian, die vanuit Londen zijn faam opbouwde, constructief groots in elkaar stak, een gegeven dat met elan werd uitgewerkt. De Londense Bach was niet voor niets een van de inspiratiebronnen voor de zeventien jaar jongere Mozart. Interessant dat Carl Philipp, in de 18de eeuw beroemder dan papa, vertegenwoordigd was met werk waarin het klavier virtuoos schitterde in een dubbelconcert met Siebe Henstra en Rien Voskuilen als prachtig duo. Vader Bach sloot de sessie met de meeslepende tweede suite, met Leon Berendse op fluit in een stralende solo-rol.

De bijzondere kwaliteit van het 18de-eeuwse klavierwerk komt op 20 oktober in de kleine zaal fraai tot uitdrukking als Gustav Leonhardt een recital geeft op clavichord, met ook werk van Wilhelm Friedemann en Carl Philipp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden