Review

Ha, vervloekte verraders, geef de graaf aan ons!

Jan Willem Verkaik: De moord op graaf Floris V. Verloren, Hilversum; 277 blz. - ¿ 50.

MONIC SLINGERLAND

De toedracht is bekend: Floris, toen 42 jaar oud, was in Utrecht voor een gezellige jachtpartij. Op een weiland buiten de stad is hij ontvoerd door de drie heren, naar het Muiderslot gebracht met de bedoeling hem voor eeuwig gevangen te houden, hetzij in het Muiderslot, dat naar de begrippen van die tijd een modern kasteel was, hetzij in Engeland, als gevangene van de door Floris bedrogen Engelse koning Edward I.

Over het motief wordt al eeuwen gekibbeld. Was het om een vrouw, was het de jaloezie van de edelen voor de populariteit van Floris onder de boeren, was het Floris' verraad aan de Engelse zaak en zijn overlopen naar Frankrijk? Het valt niet mee, zeven eeuwen na dato speurwerk te verrichten naar een moord, vooral niet als het slachtoffer ervan op de golven van de geschiedenis dan weer als held, dan weer als schurk is afgeschilderd. Hooft en Vondel zagen in Floris een tiran. Ze verschaften de historie een motief: Floris zou de vrouw van Gerard van Velzen verkracht hebben waarop Gerard de graaf met een groot zwaard te lijf ging. Nee, zeggen anderen, onder wie Bilderdijk, Floris was juist een goede graaf, want hij had sympathie voor de boeren - 'der keerlen god' - en dat konden de edelen niet zetten. Een moord in het kader van de klassenstrijd, bij wijze van spreken.

De historicus Jan Willem Verkaik (1960) verwerpt zowel het verkrachtingsmotief als het motief van de jaloerse edelen. Hij schreef een dissertatie over de moord op Floris V. Zijn stelling: de achtergrond van de moord ligt in de internationale politiek, in de strijd tussen Engeland en Frankrijk. In januari 1296 was graaf Floris V overgelopen van de Engelse naar de Franse partij. De Engelse koning raakte een belangrijk steunpunt kwijt op het vasteland en hij moet daar, aldus Verkaik, zo woedend over geweest zijn dat hij een samenzwering op touw heeft gezet om Floris te ontvoeren. De verrassing bij koning Edward over de afvalligheid van Floris zal des te groter geweest zijn omdat Floris' zoontje Jan met de dochter van de Engelse koning, Elisabeth, verloofd was. Het kwade brein achter de samenzwering was volgens Verkaik de behendige diplomaat Jan van Cuijk, een neef van Gerard van Velzen.

Verkaik maakt korte metten met Floris' imago als lieveling van de West-Friese boeren. De West-Friezen waren te veel gesteld op hun eigen vrijheid om een graaf als held te kiezen, aldus Verkaik. Kijk maar, schrijft hij, na de moord van Floris hebben ze onmiddellijk alle kastelen in beslag genomen die eigenlijk van hem waren.

Het verkrachtingsmotief doet Verkaik af als een gemeenplaats. Beschuldiging van verkrachting is volgens hem een al te vaak toegepaste truc om de slechtheid van tirannen aan te tonen. De geruchtenmachines, die van alle tijden zijn, hebben vaak dankbaar gebruikgemaakt van dit motief om zo politieke moorden of opstanden met wat mistige rook te omgeven en de aandacht af te leiden voor de ware reden. Zo schrijft Verkaik dat na de moord op Stalins medewerker Kirov het gerucht ging dat deze Stalins vrouw verleid zou hebben. En de opstand van Engelse baronnen die in 1215 de Magna Charta opstelden, de eerste moderne grondwet, zou ingegeven zijn doordat koning Jan niet van de vrouwen en dochters van de baronnen kon afblijven. Dat Floris, Kirov en koning Jan hun handen niet konden thuishouden kan best wel waar zijn, maar daarmee verklaar je de bijbehorende gebeurtenissen niet, aldus Verkaik. Hij verwijt sommige historici dat ze wel erg dol zijn op persoonlijke motieven als verklaring van politieke gebeurtenissen in het verleden. Hij houdt het op een politieke samenzwering, op initiatief van de Engelse koning Edward, die gebruikmaakte van ontevreden edelen. En dat patroon past goed in het algemene beeld van West-Europa in die tijd, waar koningen proberen een nationale staat te vormen, terwijl de edelen hun macht zien afnemen.

Als Verkaik gelijk heeft is het graafje vermorzeld in de strijd tussen de grootmachten. Zijn stelling is aannemelijk. Sterker nog, zijn gefulmineer tegen historici die het verkrachtingsmotief hanteren doet wat potsierlijk aan. Want in het eerste het beste handboek over de geschiedenis van de Middeleeuwen, van H. P. H. Jansen, staat kort en droog: “Een radicale koerswijziging in 1296 is de aanleiding geworden tot Floris' vermoording bij Muiden.”

Het geeft Verkaiks dissertatie iets overbodigs. Dat wat hij wel aan nieuwe feiten heeft opgedoken - een officieel uit 1286 (de moord was in 1296, ms) daterend verslag van een moord, maar dat volgens hem in werkelijkheid uit 1296 stamt - is aardig, maar wat mager om de hele dissertatie te dragen, vooral omdat niet zeker is dat dit werkelijk het verslag van de moord op Floris is. Een fragment:

“Zoals zijn later doormidden gesneden ingewanden duidelijk aantoonden hebben ze hem tot de woensdag voor de vigilie van de heilige apostels Petrus en Paulus levend vastgehouden, gekluisterd met twee voetboeien, en in die tijd heeft hij helemaal niets geproefd van voedsel dat hem op krachten had kunnen houden. Aangezien noch in deze (ingewanden) noch in zijn maag ook maar het kleinste stukje van iets verteerbaars gevonden is behalve dat wat, toen hij nog in de bitterheid zijns harten ademhaalde, tijdens kwellingen die men toepast om paarden achter de grendelboom te dwingen, zijn ontlasting al die tijd samenperste en zij die zijn aars zo goed als ze konden met een vleeshaak eruit trokken toen het leven hem nauwelijks verlaten had tot verwijdering samendrukten. Wat moet er nog meer gezegd worden? Het is weerzinwekkend voor iemand die hem toegewijd was de ontelbare kwellingen van zijn martelaarschap in detail op te schrijven. Uiteindelijk hebben ze hem op de voornoemde vigilie rond het negende uur aan handen en voeten gebonden op een zwak paard naar een landelijke plek megenomen om hem te laten afdalen in een vantevoren gemaakte kuil en hem levend te begraven. De mensen van het land (. . .) kwamen hem in een rumoerige menigte tegemoet, roepende: 'Ha, vervloekte verraders, dit is het einde van jullie fraaie verraad. Geef de graaf aan ons.' Toen de schurken dit hoorden en de genoemde heer graaf tegelijkertijd zelf de richting van de redding insloeg, stortten de voornoemde schurken zich met getrokken zwaarden onverwijld van hun paarden en doorstaken zijn edele lichaam met eenentwintig wonden en zijn hart met twee.”

Aanbevolen literatuur voor wie de neiging heeft het verleden te romantiseren.

Die eenentwintig wonden komen angstwekkend precies overeen met de eenentwintig wonden die de keel-neus-oorarts dr. B. K. S. Dijkstra in de jaren vijftig ontdekte aan wat hij dacht dat het skelet van Floris V was. De botten waren in 1949 bij een opgraving in Rijnsburg tevoorschijn gekomen, samen met de skeletten van zestien anderen, volgens Dijkstra merendeels familieleden van de graaf. Maar uitgerekend in dit 700ste gedenkjaar van de moord op Floris ontdekten fysisch antropoloog G. Maat van de Rijksuniversiteit Leiden en amateurhistoricus E. Cordfunke tot hun eigen verbazing, dat de skeletten uit de karolingische tijd stammen en dat er dus geen sprake is van de resten van de Hollandse gravenfamilie. In het verslag van zijn onderzoek ('Graven en gravinnen van het Hollandse huis', De Walburg Pers, 1979) heeft Dijkstra toegegeven dat volgens de datering met de C-14 methode de skeletten twee tot vijf eeuwen te oud zijn om van de Hollandse gravenfamilie te kunnen spreken, maar met het argument dat bij de begrafenis oude grond naar boven gewoeld is en dat er in de eeuwen daarna oud grondwater naar boven geborreld is, redeneert hij de vijf eeuwen weg. Een fragment uit zijn medisch rapport:

“Na bestudering van de gevonden skeletresten van nr. 92 lijkt waarschijnlijk, dat er drie aanvallers zijn geweest, waarvan althans één ene groot slagzwaard hanteerde. Aan het skelet waren 21 wonden terug te vinden, waarvan een zestal grotere, alle uit dezelfde richting komende, door de eerste aanvaller zijn toegebracht. Daarnaast vind ik een vijftiental kleinere slagen, die kennelijk uit twee andere richtingen, namelijk beide onder een hoek van ongeveer 130 graden met die van de eerste aanvaller zijn toegebracht. (. . .) Het is het meest waarschijnlijk dat de eerste forse slag Floris links onder in de buik trof, terwijl hij nog te paard zat. (. . .) De punt van het zwaard raakte nog juist de binnenzijde van het linker darmbeen. De snede van het zwaard verbrijzelde daarbij het linker bovendeel van de symphysis. Dit is slechts mogelijk als het slachtoffer, dat de slag zag ankomen, om te ontwijken achterover is geleund, zodat deze het hoofd, waarvoor zij bedoeld was, miste. Bij deze slag zijn zonder twijfel de grote bloedvaten naar en van het linkerbeen getroffen, zodat Floris door verbloeding in betrekkelijk korte tijd het bewustzijn moet hebben verloren. (Een wond in de rechter binnenenkel) levert het bewijs dat de benen niet onder het paard samengebonden zijn geweest. Zij had dan niet geslagen kunnen worden.”

Helaas voor Dijkstra is de conclusie van Cordfunke en Maat nu officieel aanvaard en dat betekent dat er dit jubileumjaar geen plek is waar aan de resten van de beroemdste Hollandse graaf bloemen kunnen worden neergelegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden