Review

H.Kissinger versus het internationaal recht

,,Straffeloosheid houdt niet op bij landen die bestempeld zijn tot landen van de Derde of Tweede Wereld. Ook het Westen moet zijn misdadigers aanpakken. Het kan niet blind blijven voor de misdaden van zijn eigen functionarissen. Daarom lanceren we KissingerWatch.'' Met deze inleiding begon de Internationale Campagne tegen Straffeloosheid (ICAI) jongstleden maart actie te voeren tegen Henry Kissinger.

HELLA ROTTENBERG

Op de website van de organisatie valt te lezen waar de vroegere nationale veiligheidsadviseur en minister van buitenlandse zaken van de VS de komende tijd in het openbaar zal optreden, zodat actievoerders zich kunnen voorbereiden op zijn komst. In Ierland werd Kissinger begroet door studenten die een spandoek met de tekst 'De Milosevic van Manhattan' ophielden. En in Engeland hebben actievoerders uit Chili en Oost-Timor samen met leden van mensenrechtenorganisaties het Comité voor Gerechtigheid voor Kissinger gevormd, speciaal ter gelegenheid van zijn aanstaande bezoek aan Londen.

Kissinger zal zich door dergelijke protesten niet laten weerhouden om prestigieuze uitnodigingen uit Londen of Dublin te accepteren. Maar volgens ICAI heeft hij onlangs wel op het laatste moment een bezoek aan Brazilië afgezegd, nadat hij gewaarschuwd was dat de Spaanse rechter Garzon misschien om arrestatie en uitlevering van Kissinger zou vragen. Garzon is de man die de Chileense dictator Pinochet in Engeland liet aanhouden, daarmee het begrip universele jurisdictie ineens heel concreet maakte en (voormalige) machthebbers met een bloedig verleden nachtmerries bezorgde.

De zaak tegen Pinochet is weliswaar niet uitgemond in een berechting (het Chileense hooggerechtshof oordeelde dat de ex-dictator te zwak en oud was om een proces te doorstaan), maar heeft wel een krachtige impuls gegeven aan het zoeken naar waarheid en het aanwijzen van de hoofdschuldigen van massamoorden, martelingen en verdwijningen, niet alleen in het Chili van Pinochet, maar ook in het Argentinë, het Uruguay, Paraguay en Bolivia van de jaren zeventig, in Oost-Timor na de invasie van Indonesië, en in andere landen waar op grote schaal de mensenrechten zijn geschonden. Voor Henry Kissinger moet deze ontwikkeling bepaald onrustbarend zijn.

Het Nationaal Veiligheidsarchief (een onafhankelijk onderzoeksinstituut in Washington) slaagde er de afgelopen jaren in om duizenden verslagen van gesprekken van Kissinger met anderen openbaar te maken, uit de periode dat hij diende onder de presidenten Nixon en Ford. Kissinger had bij zijn vertrek uit het Witte Huis een groot deel van de documenten als zijn 'persoonlijk archief' geschonken aan de Library of Congress. Aan de schenking verbond hij de voorwaarde dat het archief tot vijf jaar na zijn dood gesloten moest blijven. Maar de juridische stappen van het Nationaal Veiligheidsarchief, geholpen door het gunstige politieke getij, leidden ertoe dat Kissinger gedwongen werd stukken uit zijn archief terug te geven aan de werkelijke eigenaar, het ministerie van buitenlandse zaken en het Witte Huis. Ook de CIA moest -in verband met de zaak-Pinochet- het zegel verbreken van duizenden documenten over Chili.

In 'The Trial of Henry Kissinger' maakt de journalist Christopher Hitchens veelvuldig gebruik van dat vrijgegeven materiaal. Hitchens schreef vorig jaar twee geruchtmakende artikelen in Harper's Magazine waarin hij Kissinger bestempelde tot oorlogsmisdadiger en munitie aandroeg voor een strafproces. Deze artikelen bewerkte hij tot een boek, dat op zijn beurt weer aanjager is van de campagne tegen Kissinger, zoals die hierboven vermeld.

In hoofdstukken over Vietnam en Cambodja, over Bangladesh, Cyprus, Oost-Timor en Chili kenschetst Hitchens de Amerikaanse politicus als een ijzingwekkende opportunist, die terwille van zijn eigen machtspositie en wat hij zag als de Amerikaanse belangen toestemde in of zelfs actief meehielp aan massamoorden, gerichte liquidaties, verdwijningen en martelingen. Hitchens lijkt niet met eigen onderzoek nieuwe feiten aan het licht te hebben gebracht. Wat hij doet is bestaande kennis over het politieke leven van Kissinger in een felle aanklacht gieten. Hitchens overtuigt in zoverre niet, dat hij nogal slordig omgaat met begrippen als medeplichtigheid, directe en indirecte verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Alleen al door de titel pretendeert de auteur een zaak tegen Kissinger te hebben, dat wil zeggen een op wetten gebaseerde serie van beschuldingen, en daarbij de bewijzen te leveren die Kissinger tot een oorlogsmisdadiger maken.

Aan het proces tegen Milosevic is te zien hoe problematisch het is om juridisch overtuigend aan te tonen dat een man in diens positie rechtstreeks opdracht gaf tot het plegen van misdaden, wist wat zijn ondergeschikten deden en/of naliet misdaden te verhinderen, dan wel te bestraffen. En dan was Milosevic tenminste nog de hoogste bevelhebber, terwijl Kissinger voor zijn daden toestemming moest hebben van de president of het Congres en geen zeggenschap had over het gedrag van autoriteiten buiten de Verenigde Staten.

Als retorische kunstgreep is het boek van Hitchens echter wel geslaagd. Hij heeft de aandacht gevestigd op het extreem cynisme van de man voor wie in de westerse wereld nog steeds een groot ontzag bestaat en die voor onbetamelijk hoge honoraria overal als orakel mag spreken. Verreweg het sterkste materiaal van Hitchens betreft de betrokkenheid van Kissinger bij de machinaties tegen president Allende, de staatsgreep van Pinochet en het uit de weg ruimen van tegenstanders van de Chileense dictator.

Er zijn memoranda waaruit blijkt dat Kissinger met geld en wapens hielp de liquidatie van generaal René Schneider te voltrekken. Schneider had aan de vooravond van de verkiezingen waarbij Allende aan de macht zou komen, zijn trouw aan de democratie gezworen en werd daarom beschouwd als een sta-in-de-weg voor een militaire staatsgreep. Uit een verslag van een gesprek tussen Kissinger en Pinochet (1976) komen we te weten dat de Amerikaanse politicus zijn Chileense collega geruststelde over de opmerkingen die hij in een redevoering ging maken over mensenrechten. Dat was alleen voor de Bühne bedoeld.

Kissinger zelf zegt de aantijgingen, zoals die door Hitchens zijn verwoord, te minderwaardig te vinden om op in te gaan. Liever schrijft hij een boek waarin hij de mensheid uitlegt hoe een juiste Amerikaanse buitenlandse politiek eruitziet. In 'Does America Need a Foreign Policy?', met de voor Kissinger typerende pompeuze ondertitel 'Toward a Diplomacy for the 21st Century', fulmineert hij tegen Clintons slappe regering van babyboomers. Hij pleit -niet verrassend- voor een keiharde machtspolitiek om het Amerikaanse overwicht te behouden.

Hij stapt met reuzenpassen de aardbol over en de geschiedenis door en heeft voor elk gebied en elk probleem een antwoord klaar. Over Latijns-Amerika is hij in drie alinea's uitgepraat, de zwarte jaren zeventig gemakshalve overslaande. Als ras-realpolitiker moet hij niets hebben van een buitenlandse politiek geënt op waarden en idealen. Internationale rechtsregels zijn hooguit nuttig als ze te pas komen; hen absoluteren en tot norm verheffen zou het oppermachtige Amerika slechts hinderen. Zo hoeft het niet te verbazen dat Kissinger zich in zijn boek scherp afzet tegen de ontwikkelingen in het internationale strafrecht.

Hij toont zich verontwaardigd over de beschuldigingen tegen Pinochet. Het is de wraak van links.

Het Internationaal Strafhof -waarvoor op dit moment nog slechts vier ratificaties nodig zijn om het in leven te roepen- kan natuurlijk ook niet op de instemming van Henry Kissinger rekenen. ,,Kan elke leider van de Verenigde Staten of van andere landen voor internationale tribunalen gesleept worden die voor andere doeleinden waren opgericht?'', vraagt hij zich met nauw verholen woede af. President Bush heeft, naar we kunnen aannemen tot opluchting van Kissinger, een eind gemaakt aan de schoorvoetende medewerking van de VS aan de oprichting van het Internationaal Strafhof.

Voor de zaak tegen Kissinger persoonlijk maakt dit weinig verschil. Het afgelopen jaar hebben drie verschillende rechters uit drie landen (Frankrijk, Spanje en Argentinië) hem geprobeerd te horen over verdwijningen van en moorden op hun staatsburgers. Hoe durven ze!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden