Portret van Adele Bloch-Bauer I (1907), olieverf op doek. Beeld AFP
Portret van Adele Bloch-Bauer I (1907), olieverf op doek.Beeld AFP

Roofkunst

Gustav Klimt is nog overal in Wenen, maar het duistere verleden is weggemoffeld

Ook de nazi’s waren dol op Gustav Klimt. Ze roofden zijn fonkelende schilderijen van Joodse verzamelaars. Maar dat stuk van de geschiedenis vertellen de grote staatsmusea in Wenen niet. Het kleine museum Klimt Villa doet dat wél.

Joke de Wolf

Met posters in meisjeskamers, briefkaarten en broodtrommels met reproducties wordt de kunst van Gustav Klimt al jaren gekoesterd: het zijn halfnaakte vrouwen met bloemen in hun haren, omgeven door gouden glitters, sensueel maar nooit verontrustend. Zijn jongere collega Egon Schiele was met zijn expliciete en soms pornografische beelden veel meer underground. Klimts schilderijen kan je zonder problemen in een chique salon of kinderkamer tonen. Het lijken tijdloze schoonheden.

Dat vonden de nazi’s ook. In 1943 organiseerden ze in Wenen de eerste overzichtstentoonstelling van zijn werk in het gebouw van de Secession, de kunstenaarsvereniging die Klimt in 1897 had opgericht. De kunstwerken waren geroofd van de Joodse eigenaren, hun namen werden in de catalogus niet genoemd.

Ook de namen van de Joodse geportretteerde vrouwen werden weggemoffeld. Zo heette het portret van Charlotte Pulitzer ‘Bildnis einer alten Dame’, en werd het portret van Adele Bloch-Bauer omarmd als ‘Goldene Adele’.

In het Wenen van vandaag is Klimt nog steeds overal. Er zijn winkels die draaien op enkel de verkoop van reproducties en accessoires met Klimt-opdruk. Net als in Parijs en Amsterdam kun je in Wenen voor twintig euro toegang tot een ‘immersieve ervaring’ krijgen in lege ruimtes waar zijn kunstwerken op de muur worden geprojecteerd.

Ook de Weense kunstmusea pronken met Klimt, ze presenteren hem als een topkunstenaar van wie de geschiedenis eindigt in 1918. Dus zonder te vermelden dat de nazi’s de schilderijen van Klimt roofden van de Joodse eigenaren en opdrachtgevers, en exposeerden. En zonder te zeggen dat deze musea er zelf tot aan het begin van deze eeuw alles aan deden om restitutie te voorkomen. Tevergeefs overigens, want inmiddels zijn meerdere werken teruggekeerd naar de rechtmatige eigenaren.

Klimt Villa in Wenen. Gustav Klimt werkte in een tuinhuisje bij de villa. Beeld Tiller
Klimt Villa in Wenen. Gustav Klimt werkte in een tuinhuisje bij de villa.Beeld Tiller

In de Klimt Villa, in een rustige rijke buurt aan de westkant van de stad, wordt dat andere verhaal wél verteld. Beheerder en conservator Baris Alakus is als historicus gespecialiseerd in de Tweede Wereldoorlog. Bij het begin van de rondleiding benadrukt hij dat je dit verhaal elders in Oostenrijk niet hoort omdat de omgang met het nazi-verleden nog steeds moeizaam is. Volgens Alakus zien veel Oostenrijkers het land nog steeds als slachtoffer van het nazi-regime. “Wij zijn een onafhankelijke stichting. Dit aspect van de geschiedenis zou op dit moment niet in een staatsmuseum verteld kunnen worden.”

Van buiten lijkt het even of de schilder in deze fraaie villa werkte. Toch was Klimt geen villabewoner; hij werkte hier in een klein tuinhuis, en hij zou na de dood van zijn moeder ook in dat tuinhuis wonen. Van 1911 tot zijn dood in 1918 maakte hij hier zeker vijftig schilderijen van modellen en ook van de tuin rondom het huis. Na zijn overlijden bouwden de nieuwe eigenaars een villa over het huisje heen, het tuinhuisatelier werd als het ware ingepakt.

Klimt-roos

Tot 1939 bewoonde de familie Klein de villa. Ze richtten het huis in met kunstwerken, mogelijk bezaten ze ook een schilderij van Klimt. Ze waren Joods, ze ontvluchtten het land en de nazi’s roofden hun eigendommen. Een deel van van hun geroofde bezit werd hen na de oorlog teruggegeven, het huis verkochten ze aan de Oostenrijkse staat, die er lang een school in onderbracht.

Een vereniging die de commerciële verkoop van het pand wilde voorkomen, kreeg het in beheer. Originele schilderijen of tekeningen van Klimt heeft de villa niet, wel kon het atelier op basis van foto’s gereconstrueerd worden. In een sobere, lichte kamer staan een ezel, reproducties van twee onvoltooide schilderijen en een groot bed waarop modellen konden poseren. Zelfs de rozenstruik bleek nog aanwezig: zo kunnen bezoekers nu stekjes van de ‘Klimt-roos’ kopen.

Dit was de uitgelezen plek om ook het andere verhaal over Klimt te vertellen, meende Alakus. Sinds 2018 gebeurt dat in de tentoonstelling Klimt lost, over het lot van de Joodse kunstverzamelaars en hun bezittingen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Alle bezoekers krijgen een rondleiding. Op transparante panelen staan teksten over en foto’s van kunstwerken en collecties die grotendeels verdwenen of verspreid zijn over de wereld. Je moet ze met de hand verschuiven om alle opschriften te kunnen zien. “Zo kom je als bezoeker ook fysiek in contact met het verhaal”, vertelt Alakus.

Portret van Adele Bloch-Bauer II (1912), olieverf op doek. Beeld
Portret van Adele Bloch-Bauer II (1912), olieverf op doek.

De verhalen zijn aangrijpend, de toon van de tentoonstelling is passend sober. Er wordt verteld over het Joodse echtpaar August en Serena Lederer, eigenaars van de grootste verzameling Klimtschilderijen. Vanaf 1921 maakten ze hun verzameling ook toegankelijk voor publiek: op een foto uit 1930 poseert Serena in een modern ingerichte salon voor drie Klimtschilderijen. In april 1936 overleed August, in 1939 werd de kunstverzameling door de autoriteiten ‘veilig opgeborgen’ (sichergestellt) bij meerdere Oostenrijkse musea.

Serena Lederer had nog vergeefs geprobeerd de kunst te redden. Ze vluchtte naar Boedapest, waar ze in 1943 overleed. In datzelfde jaar kwam vrijwel de hele collectie terecht in het kunstdepot van Schloss Immendorf, waar alle kunstwerken in mei 1945 bij een brand verloren gingen. In totaal werden bij die brand vijftien werken van Klimt vernietigd.

Veel verzamelaars van de werken van Klimt werden slachtoffer van de Holocaust, zo benadrukt de tentoonstelling.

Wereldwijde bekendheid kreeg de Amerikaanse, in 1916 in Wenen geboren Maria Altmann. Ze won in 2006 een grote rechtszaak van het Weense Museum Belvedere over de restitutie van meerdere Klimts, het verhaal is in 2015 verfilmd als Woman in Gold. Het portret van Altmanns tante Adele Bloch-Bauer, dat Klimt in 1907 had gemaakt, behoorde haar toe, samen met nog meer schilderijen van Klimt die al die tijd onrechtmatig in het museum hadden gehangen.

De ‘Mona Lisa van Oostenrijk’

Ze waren in 1939 uit de salon van de familie geroofd, Altmann was naar de VS gevlucht. De laatste dagen voordat het schilderij in 2006 het museum verliet, stonden mensen uren in de rij om het nog een laatste keer te bekijken. Het gouden portret van Adele werd inmiddels ‘de Mona Lisa van Oostenrijk’ genoemd.

Altmann besloot het werk te verkopen aan de voormalige Amerikaanse ambassadeur in Wenen, Ronald Lauder, onder voorwaarde dat het altijd te zien zou zijn in zijn museum de Neue Galerie in New York. Veel Oostenrijkers waren immers ooit hun vaderland ontvlucht en hadden hier een nieuw thuis gevonden, stelde Altmann. Het blauwe portret van Adele Bloch-Bauer werd trouwens gekocht door Oprah Winfrey, en het zal de komende maanden te zien zijn in Amsterdam.

Conservator van Klimt Villa Baris Alakus relativeert de nadruk op de waarde van de schilderijen en verzamelingen. “Natuurlijk is het erg dat de schilderijen verdwenen zijn. Maar de mensen, de verzamelaars, eigenaars en hun familie zijn ook weg, en die krijgen we er niet mee terug. Helaas is veel onrecht in Oostenrijk nog steeds onbekend of verstopt.”

Op de voorkant van de catalogus met ‘Masterpieces’ van het museum Belvedere staat inmiddels Judith, dat andere beroemde schilderij van Klimt. En in de tekst noemt het museum De Kus het belangrijkste kunstwerk van Klimt uit de collectie. De naam van Adele Bloch-Bauer is hier voorlopig weer uitgewist.

Judith (1901), olieverf en bladgoud op doek. Beeld
Judith (1901), olieverf en bladgoud op doek.

‘Golden Boy Gustav Klimt’ in het Amsterdamse Van Gogh Museum

Van 7 oktober tot en met 8 januari is in het Amsterdamse Van Gogh Museum een tentoonstelling te zien met werken van Gustav Klimt, zoals de beroemde Judith, het eerste schilderij waarin Klimt echt goud gebruikte. De werken zijn te zien naast enkele van Klimts grote inspiratiebronnen: Rodin, Toulouse-Lautrec, Matisse en ook Van Gogh. Zoals zijn Bloeiende vruchtboom, die ook te zien was in het Secessiongebouw in 1903. Daarna reist de tentoonstelling door naar Museum Belvedere in Wenen. Voor informatie over de Klimt Villa: klimtvilla.at

Lees ook:

De Amsterdamse Hermitage moet het zonder Russische kunst stellen: ‘Dit is een voorproefje van de toekomst’

Door de oorlog in Oekraïne moet de Hermitage het doen zonder kunst uit Rusland. Daarom heeft het museum nu portretten vol passie uit Engeland gehaald.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden