Review

Gustav Jung analyseerde de nazi-top voor Londen

Wie aan Jung denkt, denkt aan Freud. Wie aan Freud denkt, denkt niet noodzakelijkerwijze aan Jung. Carl Gustav Jung is vooral bekend als een volgeling van Sigmund Freud, als diens beoogd troonopvolger binnen de psychoanalytische beweging, en als de man die brak met Freud en zijn eigen weg ging. Jung was wel de bekendste analyticus na Freud, maar er is denkelijk een lijvige biografie als die van Deirdre Bair voor nodig om hem een eigen plaats te geven in de geschiedenis van de psychoanalyse.

Maja Vervoort

De Amerikaanse letterkundige Bair, bekend door biografieën van Samuel Beckett, Simone de Beauvoir en Anaïs Nin, raakte in Jung geïnteresseerd toen bleek dat er geen 'objectieve' biografie over hem bestond. Over Jung waren boeken van voor- en tegenstanders verschenen, en de laatste waren voor de erven Jung aanleiding het omvangrijke familiearchief alleen voor zeer speciale verzoeken ter beschikking te stellen.

Als betrekkelijke buitenstaander slaagde Bair erin het vertrouwen van de familie te winnen. Ook sprak ze met veel nakomelingen van vrienden, medewerkers en patiënten, en kreeg ze hun dagboeken en brievencollecties ter inzage. Voor dit bronnenmateriaal verbleef ze elk jaar een paar maanden in Zürich. Het resultaat van zeven jaar speuren is 750 pagina's tekst en 180 pagina's noten, een gedetailleerd en zorgvuldig verslag van Jungs lange leven (1875-1961).

Bair veronderstelt bij de lezer een zekere kennis van Jungs werk. Zij geeft weinig inzicht in de ontwikkeling van zijn ideeën of in de betekenis van Jung voor de psychoanalyse, maar ze biedt een schat aan informatie over de gebeurtenissen en personen die van invloed waren op zijn werk.

Dat was in de eerste plaats uiteraard Sigmund Freud, en het is vanaf het begin van hun vriendschap duidelijk dat Jung afstand nam van het dogma van de seksualiteit in Freuds theorie. De rode draad in Jungs denken is een fascinatie voor gnosticisme, occultisme en mythologie, en de wijze waarop dergelijke thema's uit het 'collectieve onbewuste' zich in dromen en fantasieën openbaren.

De samenwerking met Freud duurde van 1906 tot 1913, in Bairs biografie zijn dat zo'n tweehonderd pagina's. Dat is veel, maar het kenschetst de zorgvuldigheid waarmee Bair de vele details uit hun relatie belicht.

We zien Jung als gerespecteerd arts en psychiater, die in het Burghölzli (universitair) ziekenhuis in Zürich was opgeklommen tot rechterhand van directeur Eugen Bleuler. Zijn associatieproeven met schizofrene patiënten teneinde de patronen in hun wanen en hallucinaties beter te kunnen duiden, trokken ook buiten Zwitserland de aandacht. Zijn academisch-medische wereld verschilde sterk van die van Freud, die een privé-praktijk had met voornamelijk patiënten uit de betere kringen. Bovendien, zo benadrukt Bair, verkeerde Jung in een typisch Zwitsers milieu, waarin men prijs stelde op decorum en afstandelijkheid. Dat leven verschilde nogal van dat van de Weense intelligentsia waarin Freud het woord voerde.

Jung was kritisch, ambitieus en vast van plan zich binnen de psychoanalytische beweging van de twintig jaar oudere Freud een eigen plaats te verwerven. Zo bevlogen als Freud was, zo gedreven was Jung. En Freud wilde de 'Zürichse school' graag verbonden zien aan zijn psychoanalytische kring, al was het alleen maar om de indruk te vermijden dat de psychoanalyse een 'joodse' theorie was.

Jung was vereerd door Freuds aandacht. Deirdre Bair: ,,En hier was nu Freud, die hem zoveel collegialiteit aanbood dat Jung enthousiast zijn ongeloof opzijzette en verving door een slechts lichte twijfel. Freud wilde het soort vader zijn dat Jung altijd had gemist, en waarom dan niet zijn 'zoon en erfgenaam' worden en genieten van de professionele deuren die door zo'n relatie voor hem zouden opengaan?'' Maar het ongeloof won het op de lange duur toch van de bewondering, een proces dat Bair met veel gevoel voor detail beschrijft.

Toen Freud Jung uiteindelijk de rug toekeerde en hem als beoogd opvolger 'onterfde', viel Jung in een diep zwart gat. Hij beschreef deze periode als 'psychotisch', maar tegelijk was het een keerpunt in zijn leven. Zijn 'analytische psychologie' kreeg steeds meer aanhang, hij had inmiddels in Küsnacht een huis laten bouwen waar hij voortaan zijn eigen patiënten behandelde, hij hield her en der lezingen en ging veel op reis.

Zijn nieuwsgierigheid naar de manifestaties van het collectieve onbewuste in andere culturen was onbegrensd en bracht hem zowel in India als in Afrika en bij enkele indianenvolken in Amerika - reizen die toentertijd vele maanden in beslag namen.

Bair beschrijft hem als continu overwerkt (hij moest ook elk jaar drie weken zijn Zwitserse dienstplicht vervullen) en als iemand die het behandelen van patiënten zoveel mogelijk aan anderen overliet om zich aan zijn werkelijke missie -studie en onderzoek- te wijden.

Haar sympathie gaat uit naar zijn vrouw Emma, die naar goed Zwitsers gebruik een toegewijde echtgenote en moeder was maar eigenlijk zo graag als gelijkwaardige gesprekspartner haar man had willen steunen. Jung kende die rol echter toe aan Toni Wolff, die uiteindelijk zijn maîtresse werd. Emma kon niet anders dan zich schikken in haar eigen rol; pas toen de kinderen volwassen waren, in 1930, begon ze een eigen analytische praktijk.

De tientallen patiënten die voor een consult naar Zürich kwamen, en niet zelden na hun behandeling zelf een analytische praktijk begonnen, passeren allemaal uitgebreid de revue. Onder hen veel vrouwen, ook wel de Jungfrauen genoemd, die als een zwerm vlinders op de inmiddels beroemde Jung afkwamen. Bair schuwt de anekdotische verteltrant niet, ze beschrijft alle figuren in Jungs leven in onderhoudende verhalen, wat het boek buitengewoon leesbaar maakt.

Even uitvoerig behandelt ze de controverses over Jung: had hij nu wel of niet een verhouding met Sabina Spielrein (waarschijnlijk wel), had hij het begrip 'collectieve bewuste' van Johann Honegger gepikt (nee), en vooral: was hij een nazi-sympathisant door in 1933 voorzitter te worden van de in Duitsland opgerichte internationale vereniging van analytici, waarvan de joodse leden het lidmaatschap hadden moeten opzeggen, en zes maanden nadat Hitler aan de macht was gekomen (nee, maar het was politiek wel een beetje dom). Jung trad pas in 1940 uit de vereniging.

Zijn afwijzing van Freuds psychoanalyse en zijn bespiegelingen over de 'Duitse' en 'joodse' cultuur werden uitgelegd als antisemitisme. Bairs ontdekking dat hij ook als inlichtingenbron voor de Amerikaanse geheime dienst fungeerde, rehabiliteert Jung in dit opzicht. Zijn analyse van de nazi-propaganda en van het karakter van de nazi-leiders werden in Washington en Londen hogelijk gewaardeerd.

Deirdre Bairs doel was, zei zij in een interview, Jungs leven zo compleet mogelijk beschrijven, maar ook 'to tell it as a pageturner, as the best possible story'. Daarin is zij geslaagd. Ook de Nederlandse vertaling verdient alle lof. Het ontbreken van een zakenregister (wel in de Amerikaanse editie) is echter een minpuntje; het vermindert het gebruiksgemak bij zo'n omvangrijke biografie als deze.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden