Review

Guatemala ook na de vrede nog steeds een puinhoop

De toerist die zich vergaapt aan de kraampjes op de kleurrijke zondagsmarkt van Chichicastenango, merkt er nog maar weinig van, maar Guatemala komt van heel ver terug. Meer dan vijfendertig jaar nietsontziende terreur heeft in dit Midden-Amerikaanse land onuitwisbare sporen nagelaten. Wie het bloedstollende levensverhaal van Nobelprijswinnares Rigoberta Menchú heeft gelezen, herinnert zich vast dat de repressieve methoden die er sinds de door de CIA bewerkstelligde coup van 1954 werden toegepast, elke verbeelding tarten.

ILSE LOGIE

Het mag een wonder heten dat de jarenlange onderhandelingen eind 1996 dan toch een vredesakkoord opleverden. President Arzú deed hard zijn best om de papieren vrede in een daadwerkelijke om te zetten: hij ontsloeg de helft van de generaals, ontwapende de guerrillastrijders en kondigde hervormingen aan. Toch wil het met die wederopbouw niet vlotten. Aan de eigendomsverhoudingen werd amper getornd, de herintegratie van de ex-guerrillero's verloopt moeizaam en de feitelijke amnestie die het leger heeft bedongen, zet veel kwaad bloed.

De Guatemalteekse schrijver Rodrigo Rey Rosa heeft er in elk geval geen fiducie in. Zijn novelle 'Na de vrede', het derde boek van hem dat in het Nederlands werd vertaald, laat weinig van de fraaie diplomatenretoriek overeind. Hoezeer de auteur zich ook over de wapenstilstand verheugt, hij is te goed op de hoogte om zich zand in de ogen te laten strooien.

In vergelijking met de erudiete en allegorische verhalenbundel 'Bomengevangenis/De schepenlichter' is 'Na de vrede' opvallend direct en geëngageerd. De novelle vertoont raakpunten met de 'testimonio-literatuur', die vooral in Nicaragua en op Cuba, maar ook in andere Latijns-Amerikaanse landen wordt bedreven.

Het gaat hierbij echter niet om een terugkeer naar het rechttoe rechtaan 'document humain', maar veeleer om mondelinge getuigenissen die door tussenpersonen (meestal schrijvers of journalisten) worden opgetekend en bijgevolg een complex proces van vervorming ondergaan.

Rey Rosa heeft met deze literaire richting gemeen dat hij elke vorm van eenduidigheid afwijst. Alle aspecten van zijn schrijverschap worden gekenmerkt door een lichte schizofrenie, die meteen ook borg staat voor een grote luciditeit.

De drie hoofdpersonages van 'Na de vrede' zijn, net als de auteur zelf, tot op zekere hoogte indringers of buitenstaanders. Onafhankelijk van elkaar beslissen de bejaarde Britse antropoloog Lucien Leigh, de progressieve studente Emilia en de jonge ex-militair Ernesto het roer van hun leven om te gooien. Uit onvrede met zijn vrijblijvende academische loopbaan, begint Lucien kritische stukken over Guatemala te schrijven, waarvoor hij zich ter plaatse en soms in hachelijke omstandigheden van de toestand moet vergewissen. Emilia verlaat haar land om zich bij de Guatemalteekse guerrilla te voegen. Ernesto ten slotte keert zijn militaire verleden de rug toe om te gaan studeren.

De paden van deze drie hoofpersonen kruisen elkaar op onverwachte momenten. Het wordt hun ondergang: geen van de drie ontkomt immers aan de onverbiddelijke straf die in een dergelijk land staat op pottenkijken, overlopen of gewoon van mening veranderen. Daarenboven ondervindt Emilia aan den lijve dat noch het leger noch de guerrilla ergens voor terugschrikt.

Het zijn op den duur twee aan elkaar tegengestelde, maar aan eenzelfde corruptie en rechtlijnige logica gehoorzamende circuits geworden, met een soms identieke werkwijze. Lucien associeert het land waartoe hij als een magneet wordt aangezogen, met lugubere beelden: 'doodshoofden, botten, lege oogkassen'. Toch keert hij er voortdurend naar terug om er zijn boekenwijsheid aan een weerbarstige, want irrationele en gewelddadige werkelijkheid te toetsen.

De bejaarde antropoloog kan als Rey Rosa's spiegelbeeld gelden. Geen van beiden ontsnapt aan zijn wortels: Lucien blijft vastzitten aan zijn oude pastorie in Fernchurch, Rey Rosa zoekt New York op om vandaaruit een rurale maatschappij te beschrijven waar de statische wereld van de objecten op beslissende wijze ingrijpt in de veranderlijke wereld van de mensen, die immers wel aan de tijd onderhevig zijn.

Ook de gevoelens van de personages spelen zich af in een schemergebied. Ze zijn erg geschakeerd, moeilijk benoembaar en overkomen hen gewoon. Zo wordt Emilia tegen haar zin verliefd op Ernesto, en raakt later tot haar eigen verwarring erg op Lucien gesteld.

In een aantal belangrijke opzichten onderscheidt Rey Rosa zich echter, in gunstige zin, van de 'testimonio-literatuur': hij componeert zijn boeken zorgvuldig en is een begaafd stilist, die zijn verhaal van alle ballast ontdoet. Dergelijke auteurs zijn in het huidige Latijns-Amerikaanse literaire landschap nogal schaars, en zouden met zorg gekoesterd moeten worden.

In nog geen honderdvijftig bladzijden slaagt Rey Rosa erin een beklemmend beeld te schetsen van wat er zich anno 1997 in zijn geboorteland afspeelt. Zijn bittere morele aanklacht is niet mis te verstaan: de doodseskaders mogen dan uit het straatbeeld verdwenen zijn, hun functie is overgenomen door feilloos opgezette ondergrondse afrekeningen.

Mede door zijn ervaringen met de dictatuur is de schrijver bijzonder op zijn hoede voor woorden die 'als verpakt in katoen' worden uitgesproken of neergeschreven. Daarom grijpt hij elke schijnbare rustpauze aan om een sfeer op te roepen. Op de dag dat Luciens sloep zal zinken, hangt er bijvoorbeeld onraad in de lucht, de schepen hebben zwarte zeilen, varen af en aan, en doen denken “aan de rugvinnen van haaien boven het loodkleurige water”. En wanneer Emilia's vermoeden groeit dat Lucien omgekomen of omgebracht is, veranderen de bomen in “een leger groene spoken op één been, bedekt met grote spinnenwebben van vegetatie”.

Op grond van zoveel narigheid zou je kunnen besluiten dat de toekomst er in Guatemala ongemeen somber uitziet. Toch wordt in 'Na de vrede' gesuggereerd dat de democratie op termijn uitkomst kan bieden. Individuele verantwoordelijkheid vermag wellicht meer dan goede voornemens aangezien, volgens Rey Rosa's nuchtere redenering, “de noodzaak om het vuile werk zelf op te knappen de menselijke waardenschaal meer kan veranderen dan welke ideologie ook”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden