Review

Grote afwezige is de 'Grote Giphart'

UTRECHT - Natasha Gerson is niet gekomen naar 'Singel Singel Schrijfmasjien', het eerste Utrechtse Schijversgala dat deze vrijdagavond in Tivoli plaatsvindt. Terwijl ze het in haar column in Vrij Nederland vorige week wel had aangekondigd. Ze ontving als een van de (Amsterdamse) schrijvers een brief van de Commissie Literaire Relocatie, met de dringende uitnodiging om toch maar vooral in Utrecht te komen wonen.

Utrecht heeft het hoogste percentage jonge publicerende schrijvers per vierkante kilometer, aldus de bedenkers van het Schrijversgala. Ronald Giphart en Manon Uphoff hebben het grote publiek inmiddels bereikt, in hun kielzog timmeren tientallen jonge schrijvers in de Domstad aan de weg. “De kracht van het klimaat in Utrecht is de onderlinge tolerantie en betrokkenheid tussen de schrijvers”, schreef Hans de Groot - pseudoniem van schrijver Jack Nouws - namens de commissie aan Gerson. “Geen zure polemieken en literaire afrekeningen, maar collegialiteit en onderling respect. (..) Laat Amsterdam aan de juryleden, recensenten en op scoren beluste uitgevers.” Gerson liet weten de literaire herlocatie een warm hart toe te dragen. Voor haar hoefde het echter niet meer omdat ze Amsterdam al voor de 'woestijn' verruilde; ze woont in een dorpje dat met Amsterdam gemeen heeft dat je er ook geen CNN en MTV kunt zien. Maar de lokale krant heeft tenminste altijd goede recensies omdat ze door de bibliothecaresse geschreven worden: “Die weet hoe trots je moeder op je is.”

In een vol en gezellig Tivoli speelt zich ondertussen, ook zonder Gerson, een schrijversfeestje af dat qua sfeer het midden houdt tussen een alternatieve Nacht van de Poëzie en het Boekenbal. Terwijl achter in de zaal hoofdzakelijk druk wordt geconverseerd - zo te zien zijn onder anderen Lydia Rood en Gerrit Komrij wél op de uitnodiging ingegaan - proberen vanaf een met stapels oude boeken volgepakt podium schrijvers en dichters op meer of minder serieuze wijze het publiek te onderhouden.

Grote afwezige is Ronald Giphart, de bekendste van de 'Utrechtse school'. Sinds hij met zijn studentenproza het grote publiek wist te bereiken, zijn alweer een aantal jaren verstreken. Een oudere jongere is hij inmiddels, maar kennelijk ook een goeroe wiens 'grote geest' in Tivoli rondwaart, getuige het verhaal dat Christie Hofmeester (1976), een van de jongsten op het schrijversgala, ons komt vertellen. Ze heeft het over haar eerste ontmoetingen met de 'Grote Giphart': een poging met een knipoog zijn stardom te relativeren door bijvoorbeeld over haar moeder te vertellen die het presteerde hem tijdens de presentatie van Christie's boek te vragen of hij soms een studiegenootje van haar dochter was. Jammer, want dit soort verhalen wekt toch de suggestie dat jong schrijvend Utrecht zich vooral aan het 'Storm en Drank'-genre (titel van een hoofdstuk uit 'Giph') van deze Giphart spiegelt.

Sterker is in dat opzicht de presentatie van de nóg jongere Lernert Engelberts (1977), die een speciaal voor deze avond geschreven gedicht voordraagt. Over oma, ooit een ballerina en vrouw van de wereld, die 'om de dood wat ruggewind te geven' nog maar een trek van haar sigaret neemt. En over de 'dichter-es M'' (sm) en haar 'tragische gebrek aan helderheid'.

Bestaat er iets als een 'Utrechtse School'? Dichter/performer Ingmar Heytze, met Jack Nouws een van de organisatoren van het schrijversgala, is ervan overtuigd dat er in Utrecht anders geschreven wordt dan in Amsterdam, de havenstad: “Het licht is hier anders, je zit hier minder dicht bij zee. Het licht is minder hard, minder nuchter dan in Amsterdam. Dit is niet voor niets de stad van surrealisten als Koch en Moeskops. Dat zie je het beste terug in de verteltrant van Manon Uphoff.”

“Hallo wij zijn de surfpiloten”, zeggen de Easy Aloha's op het podium. Straks kan er de hele nacht gedanst worden. Het schrijversgala is toch vooral een partijtje. Meer Boekenbal dan Nacht van de Poëzie; ook het decor mag mee naar huis. Toch sluimert er gevaar, want Utrecht, dat zich nu nog vrij waant van zure polemieken en 'politiek-correcte culturele zeikerds' (uit de brief van Nouws) haalt met dit symphatieke feestje een paard van Troje binnen. Want ze zijn natuurlijk wel allemaal gekomen vanavond: de vermadelijde journalisten, recensenten, uitgevers, lobbyisten. “Ja”, beaamt Ingmar Heytze, “dit is het begin van het einde. En daarom denk ik dat dit een eenmalig gala moet blijven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden