Review

Grootse Amsterdamse visioenen

Amsterdam had een soort Parijs of Wenen kunnen zijn, met brede boulevards en grote pleinen. Tenminste, als de plannen uit de 19de eeuw waren doorgegaan. Een expositie van oude kaarten in het Amsterdams Gemeentearchief prikkelt de fantasie.

Hans Masselink

Kijk naar een landkaart en de fantasie gaat werken. Vakantiereizen krijgen vorm, dromen beginnen te ontstaan. Daar langs de kronkelende groen getekende route moet het wel bijzonder mooi zijn, die brede rivier met haar grillige vormen lonkt, in gedachten loop je al door die bergachtige streek. Uitgevouwen ligt die kaart daar op tafel; denkend, pratend en discussiërend begint de toekomstvisie voor de korte termijn zich te ontwikkelen.

Hetzelfde geldt voor kaarten uit het verleden. Kijkend naar die straten en wegen uit de voorgaande eeuwen zie je de koetsen rijden, speelt de ellende zich voor je ogen af, gaat het voorstellingsvermogen driftig werken. Het lezen van een boek waarin de historie wordt beschreven biedt de geest een uitzicht op die tijd die ver voor ons ligt; een blik op die talloze kaarten die in allerlei vormen en formaten zijn getekend, prikkelt zo mogelijk nog meer de denkwereld.

Dit besef dringt zich op bij het bekijken van de tentoonstelling 'Kaarten van Amsterdam 1866-2000' die het Amsterdamse Gemeentearchief heeft georganiseerd. De hoofdstad had een soort Parijs of Wenen kunnen zijn in de buitenwijken, met brede boulevards, grote pleinen, aantrekkelijke parken en prachtige gebouwen. Althans, als de plannen die toen op tafel lagen doorgang hadden gevonden. Maar altijd waren er weer de beknibbelaars die de grootse visoenen wisten te torpederen. En dat beknibbelen was wellicht wel terecht, gezien de problemen die in die tijd speelden. Maar stel je voor... als die plannen van destijds wel zouden zijn doorgegaan, wat voor soort Amsterdam hadden we nu dan gehad?

Zo was daar de stadsingenieur Jacobus Gerhardus van Niftrik, die in 1866 de opdracht kreeg om de wijken buiten het huidige centrum te ontwerpen. De stad verkeerde in een staat van verwaarlozing, de wegen waren slecht, de bevolking nam hand over hand toe. Het was hoog tijd om Amsterdam een forse uitbreiding buiten de stadsgrenzen van die tijd en een facelift te geven. Van Niftrik kwam met een ambitieus plan, een fraai vormgegeven stad met allure, met ruim opgezette gebieden voor arbeiderswoningen, voor villawijken en stadsbebouwing.

Vanuit het centrum, de Dam, zou een voorloper van de huidige metro, de omnibus, in grote frequentie via de Plantage Middenlaan rijden naar de prachtige stadsparken in het oosten van de stad. Via een andere radiaalweg, de gedempte Anjeliersgracht (tegenwoordig Westerstraat) kwam je in een fraai vormgegeven ruime arbeiderswijk, en met de karos doorrijdend over de Elandsgracht was daar dat grootse plein waar van alle hoeken brede allées op uitkwamen. Het plan sloot mooi aan bij het net in 1864 gebouwde Paleis voor Volksvlijt (helaas in 1929 door brand verwoest en uiteindelijk vervangen door De Nederlandsche Bank) en het in 1865 aangelegde Vondelpark.

In april 1866 werden de ideeën van Van Nif-trik aan de gemeenteraad en een commissie voor publieke werken aangeboden. De meningen waren verdeeld. De gemeente was zoals altijd slecht bij kas en al die onteigeningen zouden een te forse aanslag op de gemeentegelden betekenen, klonk er. En dan was daar dat morsige gebruik van de ruimte, die grond was daar toch veel te duur voor. Burgemeester Fock verscheen op de vergadering en veegde de vloer aan met deze 'phantasie van een ambtenaar'. Het plan-Van Niftrik werd afgeblazen.

Een man als Berlage noemde later het terzijde schuiven van dit plan een geweldig gemiste kans. In de plaats kwam het ontwerp van J. Kalff uit 1875. De gehele ring om het centrum heen werd volgebouwd met sociale woningbouw, met uitzondering van de buurt ten zuiden van het Museumplein. Niets geen fraaie arbeiderswijk à la Van Niftrik ten westen van de Jordaan, woningen moesten er uit de grond worden gestampt. De Dapperwijk, de Pijp en West zijn nu nog getuigen van de wellicht voor die tijd wat realistischer plannen van Kalff.

Het is slechts één aspect van de veelzijdige tentoonstelling 'Kaarten van Amsterdam'. Een thematische kaart uit hetzelfde jaar 1866 toont hoe in die tijd de cholera toesloeg in Amsterdam. De legenda geeft het aantal sterfgevallen aan. In bijvoorbeeld het driehoekje Jor-daan ten noorden van de Westerstraat stierven tussen juni en oktober van dat jaar maar liefst 10 401 mensen aan deze ziekte. Een gevolg van de kleine en dichtopeengebouwde behuizing in deze wijk, is de eerste gedachte.

Kaarten van zo'n 75 jaar later zijn getuigen van de verschrikkingen van de oorlogsjaren. Een kaart, gedateerd 24 april 1942, toont een Amsterdam waarin grotendeels ten oosten van de Amstel een getto voor de Joden was aangegeven: 'Voorstellen voor een Joodsche Stadswijk'. De plannen gingen onder andere niet door omdat het verhuizen van de niet-Joden uit die buurten zo'n probleem zou zijn geweest, vertelt cartograaf Marc Hameleers bij de rondleiding.

In die oorlogsjaren zijn opvallend veel mooie gedetailleerde kaarten gemaakt. ,,Het was in die tijd zaak om bij Publieke Werken zoveel mogelijk kaarttekenaars aan het werk te houden, om hen buiten de Arbeits-Einsatz in nazi-Duitsland te houden. Ieder puntje werd met extra grote aandacht met de hand getekend'', vertelt Hameleers. Wellicht heeft het monnikenwerk aan de kaarten levens gered.

De kaarten uit de Tweede Wereldoorlog worden voortdurend gewijzigd op gezag van de bezetter. Voor de vijand gevoelige informatie verdween, het Beatrix-, Prins Bernhard- en Julianapark veranderden in Diepenbrockpark, Frankendaelpark en Pauwenpark. De Da Cos-takade (Da Costa was Joods) ging Goeverneurskade heten. Het War Office in Londen vervaardigde ook zijn eigen kaarten, met zoveel mogelijk belangrijkste strategische informatie.

Op een groot scherm in de tentoonstellingsruimte, gevestigd in de oude diamantfabriek van Asscher, is de hoofdstad in andere contouren te herkennen. Bewegend door de stad lopen, fietsen, bewegen mensen zich via lijnen van de ene naar de andere plek, trekken daar hun eigen persoonlijke spoor. Bezoekers kunnen deelnemen aan deze 'live' kaart van de kunstenaars Esther Polak en Jeroen Kee. Met een GPS-apparaatje op zak (Global Positioning System) worden ze via satellieten gevolgd. Twee mensen die bijvoorbeeld aan beide kanten van de Amstel fietsen om elkaar op zekere plek te ontmoeten trekken evenwijdige lijnen over het zwarte scherm om op één punt uit te komen. Het is het toppunt van Big Brother, het gaan en staan in de buitenlucht wordt overal gevolgd. Je krijgt als het ware een 'vingerafdruk' van je eigen leven, van je gaan en staan. En opvallend is dat al die vingerafdrukken, op dat scherm, opnieuw één grote afdruk van de stad Amsterdam lijken te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden