Groenharts landschappen ogen leger en leger

Portretten van elegante vrouwen en blonde strandgezichten: het is even wennen als je de koersomslag beziet die de Zaanse schilder Jan Groenhart in de laatste jaren heeft doorgemaakt. Groenhart (1952, opgeleid aan de Rietveld academie in Amsterdam) geniet faam als een vaardig verbeelder van het Noord-Hollandse landschap waarmee hij sinds de jaren tachtig elke twee jaar in het Molenmuseum in Koog aan de Zaan naar buiten treedt. Zo niet deze keer.

De aanleiding van dit alles is een verblijf van een jaar hoog in het Zuid-Amerikaanse Andesgebergte. Daar kwam hij tot de conclusie dat hij voortaan de menselijke verschijning in zijn werk moet toelaten. En dus portretteert hij vrouwen, die anders dan de wereld waarin hij enige tijd leefde, tamelijk modieus en ook decadent ogen. Anderzijds blijft hij ook het landschap trouw, al kiest hij nu voor het strand dat hij stoffeert met anonieme wandelgangers.

Om de kijker te laten zien wat hij achter zich heeft gelaten, laat Groenhart in een korte reeks aquarellen zien waar het hem in het Noord-Hollandse landschap om ging. De voor dit landschap zo typerende stolpboerderijen rijzen op uit een laag grondmist dat Groenhart met een fotorealistische authenticiteit weergeeft. Die voorkeur voor een aards aandoende mystiek die het werk in een melancholische sfeer brengt, laat hij in de strandgezichten helemaal varen. Aards oogt het landschap overigens nog wel, maar de de grijsgroene schakeringen van het boerenland zijn nu vervangen door het oranje en helblonde geel van het zand. Het nu zo heldere landschap wordt leger en leger, bijna abstract, al zal hij de figuratie nooit opgeven. Groenhart positioneert zich met deze koerswijziging in de rijke traditie van het Hollandse landschapsschilderen, na Willem Roelofs kun je nu stellen dat hij schatplichtig is aan een schilder als Anton Mauve of Isaac Israëls.

Op beurtelings smalle, maar hoge formaten en brede èn lage formaten spelen licht en luchten een belangrijke rol: ze geven zowel diepte als betekenis aan het onderliggende land. Het zijn de schaarse middelen waarmee Groenhart een extra dimensie aan de landschappen wil geven. Echt dramatisch wil het niet worden, net zo min als in de portretten trouwens.

Daarmee is meteen een tekortkoming in Groenharts werk genoemd. Groenhart beheerst het klassiek ambachtelijke schildersvak op hoog niveau. Hij weet voortdurend wat hij doet, weinig of niets wordt aan het toeval overgelaten. Wie trefzeker in het aquarelleren is en bovendien kritisch naar zichzelf kijkt, sluit ook in schilderen elk toeval uit. Tegelijk schuilt daar een zeker gevaar in. De schilder is zich zo bewust van zijn streven naar perfectie in het scheppen van een voldoeninggevende voorstelling dat hij daarbij elk risico uit de weg gaat. Je zou ook kunnen zeggen dat hij zich beperkt weet door het feit dat hij van huis uit over een grote overtuigingskracht beschikt. Groenhart was ooit werkzaam in de reclame en weet zeer goed welke middelen hij moet hanteren om zijn bedoelingen kenbaar te maken. In de portretten die het effect van filmstills hebben, overtuigen de vrouwen niet vanwege hun persoonlijkheid maar omdat ze als acteurs in een rollenspel figureren. Zo ontstaan figuranten die niet meer dan een enkel zinnetje te vertellen hebben. Met dat al ligt de weg naar een meer expressievere aanpak open. Wordt dat het thema van de volgende presentatie van Groenhart die naar verwachting over twee jaar opnieuw in het Molenmuseum wordt gehouden?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden