Review

Groen en conservatief: een logische combinatie

De Engelsman John Gray is een van de meest leesbare filosofen van dit moment. Zijn gebundelde essays beslaan veel onderwerpen en tijdperken, maar één ding hebben ze gemeen: Grays afkeer van utopisme, of dat nu van links of van rechts komt.

John Gray is één van de meest spraakmakende denkers van de westerse wereld. De Engelse schrijver Will Self noemt zijn landgenoot zelfs ’de belangrijkste levende filosoof’. Dat mag misschien overdreven zijn – wie weet wat er nu aan belangwekkends wordt uitgebroed in de ivoren torens – maar Gray is in elk geval in de mode.

Dat dankt hij voor een groot deel aan zijn heldere schrijfstijl. Wie filosofie associeert met duistere, alleen voor ingewijden toegankelijke geheimtaal, een Duitse specialiteit, zal een tekst van Gray een verademing vinden. Gray schrijft op het scherp van de snede; vaak ironisch, soms satirisch. Hij is eerder een filosofisch geschoolde pamflettist dan een academische filosoof; zijn teksten zijn wel eens vergeleken met intellectuele molotovcocktails. En dan heeft hij ook nog het benijdenswaardige talent om op het juiste moment de juiste thema’s aan te snijden.

Toen ruim tien jaar geleden de globaliseringswaan zijn hoogtepunt bereikte, publiceerde hij ’Valse Dageraad’, waarin hij de lezer met de neus op de schadelijke effecten van het ongebreidelde kapitalisme drukt. Drie jaar geleden maakte hij in ’Zwarte Mis’ korte metten met de utopistische motieven van de Amerikaanse neoconservatieven rond president Bush die van de oorlog in Irak een kruistocht voor de democratie wilden maken.

Zijn nieuwste boek, ’Grays Anatomie’ geheten, mist zo’n scherp afgebakend thema. Het is een bundel met essays en artikelen uit de afgelopen dertig jaar en het kampt met het kennelijk onvermijdelijke nadeel dat ook gedateerde stukken zijn opgenomen.

Ik kan me bijvoorbeeld niet voorstellen dat een lezer handenwrijvend begint aan ’Westers marxisme, een gefictionaliseerde deconstructie’ uit 1989. Dat was toen, voor de Val van de Muur, ongetwijfeld actueel, maar heeft nu ruim twintig jaar later op zijn best enige curiositeitswaarde. Die lezer had het vermoedelijk ook niet erg gevonden als in de Nederlandse editie de te uitvoerige analyses van de Britse politiek hadden ontbroken.

Niettemin valt er genoeg te genieten. De essays zijn gegroepeerd rond vijf thema’s waarin Gray de autopsie van het liberalisme bedrijft, de zelfmoord van het conservatisme behandelt, de val van het communisme en de deglobalisering onder de loep neemt, de relatie tussen verlichting en terreur onderzoekt en, in een sectie getiteld ’Na de vooruitgang’, zijn licht laat schijnen over een scala aan niet of nauwelijks met elkaar verwante onderwerpen.

Net als zijn vorige boeken is ’Grays Anatomie’ doortrokken van de grote constante in zijn denken: de mythe van het vooruitgangsgeloof. Voor Gray is dat de bron van veel ellende; uit het verleden, het heden en naar gevreesd moet worden ook van de toekomst.

Het geloof dat de mensheid op weg is naar een stralende toekomst is een oeroude illusie. Het heeft zijn wortels in de apocalyptische tradities van het vroege christendom, dat de ware gelovigen een duizendjarig rijk in het vooruitzicht stelde, en is via de achttiende-eeuwse Verlichting doorgedrongen in moderne ideologieën als het communisme en het nationaal-socialisme. Maar het is niet alleen de voedingsbodem van deze totalitaire pseudoreligies. Dat zijn alleen de meest geperverteerde en daardoor meest in het oog lopende varianten.

Het doordesemt elk geloof dat het alleen maar beter kan gaan: van het marktliberalisme met zijn geloof in een oneindige groei en van socialisten die dromen van een maakbare samenleving tot neoconservatieve denkers die geloven dat de westerse democratie zonder veel problemen overgeplant kon worden in de woestijn van Irak.

Dat er onderweg naar die onbereikbare bestemmingen grote schade is aangericht, weerhoudt veel politici er niet van om steeds weer nieuwe hersenschimmen na te jagen – ze zijn daarbij niet de enigen.

Dit klinkt abstract, maar Gray is godzijdank gezegend met een groot polemisch talent. Met aanstekelijk enthousiasme legt hij zijn bètes noires over de knie. Dat zijn niet alleen de voor de hand liggende figuren als George Bush de jongere en zijn Britse kompaan Tony Blair. Ook de invloedrijke Amerikaanse journalist Thomas Friedman die in zijn columns in de New York Times en vervolgens in bestsellers als ’De aarde is plat’ de zegeningen van de globalisering uitdraagt, wordt stevig onder handen genomen.

Naar alle waarschijnlijkheid is de dreigende uitputting van de aarde de grootste schadepost van het economische vooruitgangsdenken. Dat is een onderwerp waar Gray veel denkkracht in heeft geïnvesteerd. Het is van oudsher een links thema. En te belangrijk om door links gemonopoliseerd te worden, aldus Gray.

In het langste stuk van de bundel, ’Een agenda voor een groen conservatisme’ met ruim honderd pagina’s een pamflet op zich, wijst hij conservatieve politici op de overeenkomsten in het groene en conservatieve denken. Groen en conservatief is geen tegenstelling. De conservatief die dat denkt maakt zich schuldig aan intellectuele luiheid en verloochent zijn tradities. Voor Gray een doodzonde.

Dat stuk dateert uit 1993. In ’Zwarte Mis’ van 14 jaar later waarschuwde Gray tegen overspannen verwachtingen in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Het fiasco van de conferentie in Kopenhagen van vorig jaar zal hem niet verrast hebben.

Zijn scepsis tegenover de pretenties van de politiek formuleert hij het scherpst in de inleiding. „Politiek beslaat maar een klein deel van het menselijk bestaan en het menselijk dier maar een klein deel van de wereld. Wetenschap en techniek hebben ons een macht gegeven die we nooit eerder hebben bezeten, maar niet het vermogen om ons bestaan naar believen om te vormen. Poëzie en religie zijn voor het leven een meer betrouwbare leidraad.”

Dat mogen we waarschijnlijk opvatten als zijn credo. Of dat voldoende is, moet de lezer zelf uitmaken. In elk geval kan hij er zich niet over beklagen dat Gray hem met illusies laat zitten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden