Grenzen van het Symbolisme

Recent verschenen de heruitgave van een standaardwerk én een overzichtstentoonstelling. Het standaarwerk, 'Het symbolisme in de Nederlandse schilderkunst 1890-1900' van Bettina Spaanstra-Polak, is een heruitgave van het slecht verkrijgbare 'Het fin de siècle in de Nederlandse schilderkunst' uit 1955. Dat boek leidde toentertijd de studie van de symbolistische kunst in en vormt nog steeds de basis van de inzichten over deze periode.

De tentoonstelling 'In het diepst van mijn gedachten...' Symbolisme in Nederland 1890-1935, die nog tot 22 augustus in het Drents Museum in Assen te zien is, laat goed zien hoe er momenteel tegen het Symbolisme wordt aangekeken. De stroming had zijn duidelijkste uitdrukking in 1890-1900, maar vormentaal en inhoudelijke achtergrond bleven lang als inspiratiebron rondzingen. Daarom is het goed dat het Drents Museum de tentoonstelling doortrekt tot 1935. Op een gelaagde manier worden in de onderhoudende tentoonstelling de grenzen van het Symbolisme en van symboliserende kunst afgetast.

Nu is het definiëren van Symbolisme een lastige zaak. Uiteenlopende kunstenaars als Jan Toorop, Johan Thorn Prikker, Antoon der Kinderen en Richard Roland Holst zijn allemaal te zien als Symbolist, al hielden ze er verschillende en soms tegenstrijdige opvattingen op na. Sommige kunstenaars kozen ervoor de fantasie volledig vrij te laten, waardoor 'willekeurige' composities ontstonden die als 'gedeformeerd' werden omschreven: enorme hoofden op kleine rompen, zwevende gezichten in de golven. Anderen, Jan Toorop voorop, kozen juist voor een vlak-decoratieve stilering, waarbij ook aan lijn en kleur symbolische eigenschappen werden toegeschreven. De één koos voor duidelijk herkenbare symbolen uit het christendom en de natuur, terwijl Johan Thorn Prikker het gebruik van 'bloemen, krullen of andere flauwekul' juist afzwoor om tot de essentie der dingen te geraken. Van daaruit was het maar een kleine stap om dingen uit te beelden zonder realistische thema's en motieven, en werd de abstracte kunst geboren.

Ook inhoudelijk waren Symbolisten onderling tegenstrijdig. Het Symbolisme wortelde in het laat-19de-eeuwse gedachtegoed van de zogenaamde 'kleine religies': de theosofie, de rozenkruisers, het utopisch socialisme en de vrijmetselarij gaven een prikkelende spirituele krul aan de fundamentalistisch-christelijke 19de eeuw. Vooral de theosofie, een mix van mystieke spiritualiteit en christendom, gaf kunstenaars een bot om op te kauwen. Dat er meer is tussen hemel en aarde was duidelijk, maar hoe beeld je de 'leer van evolutie van materie naar geest' uit? Hoe schilder je een vergeestelijkte, symbolische en mystieke tryptiek van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Thorn Prikker probeerde het, maar 'het is zoo beroerd, ik moet in vormen of lijnen de reinheid van de God geven en dat is een bar werk'. De schilder vernietigde het schilderij omdat het Symbolisme weer op een grens gestoten was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden