Gouden Palm-winnaar Hirokazu Kore-eda laat de kijkers verslagen achter

De Japanse filmmaker Hirokazu Kore-eda, met zijn Gouden Palm die hij voor ‘Shoplifters’ kreeg op het festival in Cannes. Beeld AFP

Als je alles denkt te weten over een arm gezin van winkeldieven, schudt de Japanse filmmaker Hirokazu Kore-eda de hele boel door elkaar. De film ‘Shoplifters’ laat je verslagen achter.

 Achteraf is het makkelijk praten. Maar toen Hirokazu Kore-eda in mei de Gouden Palm won op het filmfestival van Cannes voelde dat als een logische climax. Ook in de Nederlandse bioscopen was te zien hoe de Japanner zich als filmmaker en verteller de laatste vijftien jaar ontwikkelde. Hoe hij de haperende intimiteit van het Japanse gezin en soms de ontwrichtende invloed van buiten met steeds vastere hand weet vast te leggen. ‘Shoplifters’ is de voorlopige kroon op die carrière. De film gaat over een arm en liefdevol gezin dat probeert te overleven van winkeldiefstal.

Zijn werk wordt wel vergeleken met dat van filmmaker Ozu Yasujirô, die tussen 1930 en 1960 een reputatie vestigde van scherp observator van moeizame familieverhoudingen. Zo portretteert Kore-eda Hirkazu in ‘Nobody Knows’ (2004) vier jonge kinderen die heimelijk zonder hun ouders proberen te overleven. Nauwkeurig registreert hij hoe ze met elkaar omgaan, met sympathie en begrip voor mensen die het niet al te breed hebben. Daarmee plaatst hij zichzelf in een humanistische traditie.

De reden dat Kore-eda in interviews soms geïrriteerd lijkt over die vergelijking – tussen de regels door, hij komt tenslotte uit Japan – is dat hij duidelijk een filmmaker van onze tijd is. Ozu leefde in een tijd waarin migratie naar de grote stad de grootste bedreiging vormde voor het gezin. Bij Kore-eda is de tijd van het traditionele gezin voorbij, ook al is dat misschien niet letterlijk in elke film het geval. In zijn films draait het om de vraag: wat houdt ons dan nog wel bij elkaar?

Hij heeft veel persoonlijke films gemaakt, gebaseerd op wat hem zelf is overkomen: hij verloor een ouder, werd vader. Maar met Nobody Knows en Shoplifters heeft Kore-eda ook iets willen zeggen over wat er met Japan als land aan het gebeuren is. 

“Toen ik aan ‘Like Father, Like Son’ (2013) begon, heb ik mezelf de vraag gesteld: wat maakt een groep mensen tot een gezin? Is het bloed of de tijd die je samen doorbrengt? In Shoplifters wilde ik die vraag verder onderzoeken: is een band tussen ouder en kind mogelijk zonder die bloedband? Is het genoeg dat ze heel veel van elkaar houden?”

“Terwijl dat verhaal door mijn hoofd ging, verschenen er in Japanse media berichten over het moderne gezinsleven. Een daarvan ging over arme gezinnen die het overlijden van een ouder familielid verzwijgen voor de autoriteiten en zo hun pensioen bleven incasseren, omdat het hun enige bron van inkomsten is. Vervolgens ben ik na gaan denken over een gezin dat moet leven van diefstal.”

Klein huis

Geen persoonlijke ervaringen dus in deze film? “Mijn ouders hebben me niet onderwezen in de fijnzinnige kunst van de winkeldiefstal, maar net als het gezin in de film ben ik wel opgegroeid in een heel klein huis. Kleiner nog en meer vervallen dan waar dit gezin in woont. Daar leefden we met z’n zessen. Mijn kamer was eigenlijk niet meer dan een kast. Dat was mijn persoonlijke ruimte. Daar bracht ik alle schatten die ik vond en las ik boeken met mijn toorts. Nou ja, mijn zaklamp. Door de deurtjes die ik een beetje opendeed, keek ik elke dag naar de rest van het gezin, naar het dagelijks leven buiten mijn kastje. Heel erg het perspectief van het kleine jongetje in de film.”

Er zit nog een ander verhaal in de film. Over de kleine Yuri die door vader en zoon op straat wordt gevonden en die mishandeld blijkt door haar ouders. Hoe wordt daar in Japan mee omgegaan?

“Onze sociale voorzieningen zijn niet zo ontwikkeld als in Europa en gezien de huidige politieke koers zal die situatie niet snel verbeteren. De opvang van mensen die buiten de samenleving dreigen te vallen, wordt juist beperkt omdat mensen roepen dat het de verantwoordelijkheid van het individu is. 

“Neem het gezin in de film. Een van de vragen die ik stel is: is het juist om deze mensen te veroordelen? Dit zijn mensen die de samenleving al een keer in de steek heeft gelaten door ze niet te helpen met het vinden van werk, of bij het ontsnappen uit hun erbarmelijke situatie. Want niet iedereen kan dat op eigen kracht. Mijn film is geen maatschappijkritiek, daarom heb ik ’m niet gemaakt. Maar er ligt zeker woede ten grondslag aan dit verhaal. Het gaat over de mensen die we vergeten.”

En de kleine Yuri? Is zij een van de mensen die in Japan worden vergeten? “Om me voor te bereiden op het schrijven van het scenario heb ik onderzoek gedaan. Zo heb ik ook meerdere plekken voor kinderopvang bezocht. Plekken waar kinderen in eerste instantie terechtkomen als ze thuis blijken te worden mishandeld. Maar je moet weten dat we in Japan geen volwassen systeem van pleegzorg hebben. Er zijn maar heel weinig gezinnen die pleeggezin willen en mogen zijn. Het komt erop neer dat mishandelde en misbruikte kinderen nergens naartoe kunnen en na een tijdje weer teruggaan naar de biologische ouders. Om opnieuw mishandeld te worden. Kinderen kunnen niet uit die vicieuze cirkel ontsnappen. Daarom heb ik Yuri’s verhaal in de film gestopt: om mensen daar bewust van te maken.

Boze vis

“Er is me echter vooral iets anders bijgebleven van die bezoeken aan de kinderopvang. Op een gegeven moment verscheen er een klein meisje dat net uit school kwam. Ze pakte een boek over drie visjes die in de zee leven en samenwerken om een grote boze vis te overwinnen en dat begon ze aan ons voor te lezen. ‘Nee, nee, dat hoeft niet’, zeiden mensen van de opvang tegen haar. ‘Daarvoor zijn ze niet hier.’ Maar het meisje bleef voorlezen tot ze het boek uit had. Toen klapten we en ze lachte. En ik bleef maar denken toen ik wegging dat wat ze eigenlijk had gewild, was dat boek voorlezen aan haar ouders van wie ze nu gedwongen apart leefde. Dat is precies de emotie waar ik met deze film dichterbij wil komen.”

Lees ook:

Strijdbare filmmakers en een furieuze speech sluiten Cannes af

Het 71ste Festival de Cannes beleefde de beste editie in jaren. Minder grote namen, klaagde men vooraf, maar juist dat zorgde voor sterk festival. De Japanse filmmaker Hirokazu Kore-eda won de Gouden Palm.

Lees ook:

Wat als de wind is gaan liggen?

Hirokazu Kore-eda is erfgenaam en aanvoerder van de rijke Japanse traditie van de shomin-geki, het ‘gewone mensen-drama’. After the Storm’ is de veelzeggende titel van zijn beste film in tien jaar. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden