Review

Goud tussen pissebedden en kakkerlakken

Veel Nederlanders kennen van de Surinaamse literatuur alleen een paar grote namen: Albert Helman, Hugo Pos, Edgar Cairo, Astrid Roemer, Anil Ramdas. Hoeveel schrijvers Suriname nog meer heeft voortgebracht, blijkt uit een immense studie, die nu in aantrekkelijke vorm op de markt is gebracht. Jos de Roo geeft een indruk van de inhoud, voor wie 1400 pagina's toch te duur is, of te dik. Over slavenliederen en pluimstrijkerijen, literaire hetzes en de oogst van het jaar 2000.

Twintig jaar heeft Michiel van Kempen gewerkt aan zijn imposante studie 'Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur'. Onlangs verscheen de handelseditie, die nog altijd bijna veertienhonderd pagina's telt. De schrijver heeft dan ook alle tegeltjes en stenen van de Surinaamse literatuur opgetild en omgedraaid. Lang niet alles wat hij daaronder vindt is de moeite waard, maar Van Kempens soepele stijl maakt het lezen óver deze prominente en minder prominente schrijvers voor iedereen een genot. Bovendien plaatst hij de Surinaamse literatuur telkens binnen het kader van de politieke, culturele en demografische ontwikkelingen van het land.

Die brede aanpak brengt een opmerkelijke paradox aan het licht. De ontwikkelingen in de Surinaamse literatuur blijken namelijk nooit parallel gelopen te hebben met die van het moederland, terwijl Nederland in vrijwel elk ander opzicht wél toetssteen was voor de Surinaamse cultuur. Surinaamse kinderen kregen bijvoorbeeld les alsof ze in Drenthe woonden, en leerden nauwelijks iets over hun eigen land, maar wél dat de Rijn bij Lobith Nederland binnenstroomt. En het koninghuis werd in Suriname minstens even enthousiast bejubeld als in Nederland zelf. Maar voor de literatuur ging dat niet op: het genre van de psychologische roman bijvoorbeeld bereikte Suriname pas met grote vertraging - in de romans van Albert Helman.

Hoe komt het dat Nederland in de letteren kennelijk niet als voorbeeld gold? Van Kempen wijt het aan de ligging van Suriname. De zee en het oerwoud zorgden voor een groot cultureel isolement: het eigene kreeg zo de kans zich te ontwikkelen zonder inmenging van buiten af. Surinamers die voor het eerst de pen pakten, beschreven eerst en vooral hun eigen samenleving. En wat de passanten betreft, ook zij werden vanzelfsprekend geboeid door hun nieuwe omgeving.

Dit levert al vroeg ook een eigen literaire figuur op: de goede plantagemeester, die gestreng maar rechtvaardig over zijn slaven heerst, die hem dankbaar zijn dat hij zo goed voor hen zorgt. Hij verschijnt voor het eerst omstreeks 1770 in het anonieme 'Een geschiedenis van een neger'. In de Nederlandse literatuur zou deze figuur worden uitgewerkt door Elisabeth Maria Post in de briefroman 'Reinhart, of natuur en godsdienst' (1791/1792).

Dat de Surinaamse slavernij te boek kwam te staan als de hardvochtigste ter wereld is het werk van buitenlandse auteurs: Vol-

taire, Stedhman en Aphra Behn. Van Kempen besteedt veel ruimte aan het werk van deze niet-Surinamers en met name aan de vraag of het waar is wat zij beweren. Is dat op zijn plaats in een literatuurgeschiedenis van Suriname? Van Kempen vindt van wel, omdat hun werk zo'n belangrijke rol is gaan spelen in de latere Surinaamse letteren. En daar is wat voor te zeggen: zo wordt bijvoorbeeld steeds opnieuw verwezen naar de platen bij een uitgave van Stedhman. Vooral naar het schokkende beeld waarin slaven aan vleeshaken worden opgehangen.

Wat de slaven zelf dachten komen we alleen te weten uit de mondelinge overlevering. Daarin presenteren ze zich overigens nooit als willoze slachtoffers van hun meesters. Trots op de inventiviteit waarmee ze hen te slim af zijn, overheerst, al ontbreekt de woede over de wreedheden van hun meesters in deze verhalen niet.

Van Kempen wijdt bijna 200 pagina's aan de orale literatuur, maar hij doet dat niet alleen om de stem te geven aan de slaven. Een andere reden is dat de orale traditie tot op de dag van vandaag een prominente rol speelt in de Surinaamse literatuur. Edgar Cairo gebruikte de manier waarop orale vertellingen zijn opgebouwd als structuur voor zijn romans. En toneel, het populairste genre in Suriname, wortelt heel duidelijk in de orale literatuur. Niet alleen put men uit haar motieven, grote delen ervan worden nooit op schrift gesteld, maar improviserend op de planken gebracht.

Soms geeft de mondelinge overlevering een verrassende kijk op de verhoudingen tussen de verschillende etnische groepen. De Indianen interpreteerden de komst van de Europeanen aan De Wilde Kust aanvankelijk als de inlossing van mythologische verhalen die voorspelden dat wezens op bouwsels uit zee zouden komen. Toen zij later het oerwoud moesten delen met weggelopen slaven, leverde dat een vertelling op die hen zelf voorstelt als meesters van het bos. Volgens het verhaal schiepen zij de bosneger uit een stuk hout. De bosneger vertrok, maar kwam na een paar jaar terug om te bedanken dat hij gemaakt was met een gat om te poepen en te winden.

Hoewel het met Suriname aan het einde van de 18de eeuw in economisch opzicht bergafwaarts ging, leefde juist in die tijd het cultureel leven op, doordat een meer ontwikkelde groep immigranten zich blijvend in Suriname vestigde. Die nieuwe

elite bezong in dichtgenootschappen de schoonheid van het landschap, het genoeglijke plantersleven en elkaars genialiteit. Eind 19de eeuw daalde de welvaart opnieuw, en kwam het culturele leven weer tot bloei, want de elite was uitgebreid en omvatte nu ook vele gekleurden. Heel veel interessant werk leverde het allemaal niet op, al kwamen in die tijd wel twee belangrijke genres van de grond: de literaire kritiek en het toneel. Plichtsgetrouw tilt Van Kempen alle literaire stenen op, maar het meeste dat er onder vandaan komt zijn toch pissebedden en kakkerlakken. Of in de woorden van Van Kempen: ,,De pennenveren leverden vooralsnog eerder traditionele pluimstrijkerijen op dan gedurfd werk van een persoonlijke signatuur.''

In de twintigste eeuw ligt er meer goud onder de stenen. Maar deze literaire bloei gaat ook gepaard met het vertrek van enkele groten naar Nederland. Als Albert Helman in 1923 in Nederland gaat wonen en daar naam maakt, barst in Suriname de discussie los of de migranten nog wel Surinaams zijn. Dat klemt temeer na de militaire coup in 1980. De achterblijvers gaan zich in dit moeilijke politieke klimaat steeds meer ergeren aan de 'gemakkelijke' positie van waaruit de migranten in Nederland zich met Suriname bemoeien. Anil Ramdas bijvoorbeeld, die de Surinaamse cultuur bekrompenheid verwijt, wordt dan weggezet als betweter.

In Nederland moesten de Surinaamse schrijvers aanvankelijk vechten om een plaats binnen het literaire bedrijf, maar Van Kempen constateert dat hun positie tegenwoordig onomstreden is. Werk van

Astrid Roemer, Albert Helman, Noni Lichtveld, Chitra Gajadin, Cynthia McLeod en Clark Accord is vertaald in het Engels en Duits. Op literaire festivals horen schrijvers als Ellen Ombre, Mala Kishoendajal, Annel de Noré er bij.

De literatuur van voor de onafhankelijkheid, in 1975, werd beheerst door het thema van de Surinaamse identiteit. In allerlei varianten werd het gedicht van R. Dobru over die ene boom die zoveel verschillende takken had, eer bewezen. Eigenlijk wisten alleen schrijvers als Bea Vianen en L.H. Ferrier dit thema ook een psychologische lading te geven. Bij mindere auteurs bleef het bij een brallerig verkondigen van het cliché 'eenheid in verscheidenheid'.

Ook verreweg de meeste van de vele dichtbundels die verschenen, stelden weinig voor. Dat verwondert niet, want vanouds geven Surinaamse dichters hun bundels in eigen beheer uit en venten die ook zelf. Ze verkondigen zelf hun eeuwige roem en weinigen die hen tegenspreken.

Hier ligt een zwakke plek van het Surinaamse literaire bedrijf. Ook al is er in het dagblad De Ware Tijd een serieuze wekelijkse kritische pagina, tweederangs schrijvers zijn vaak meesters in het opzetten van een hetze. Of een radiomaker ziet daar wel iets in. Van Kempen herinnert aan een rel rond de populairste Surinaamse schrijver, Cynthia McLeod, die overigens zelf niet meer pretendeert te schrijven dan onderhoudende historische romans. Een radiomaker sprak schande van een kritisch artikel in De Ware Tijd, al kende hij McLeods boek zelf niet. Luisteraars mochten bellen. En eendrachtig werd de recensente naar Holland verwenst, ook door mensen die recensie noch boek gelezen hadden.

Hoewel Van Kempen zulke hetzes signa-leert, ontkomt hij zelf niet altijd aan de neiging de literaire lat wel erg laag te leggen. Dat wreekt zich bijvoorbeeld in zijn bespreking van het Surinaamse toneel, waar toch ook interessante literaire experimenten plaatsvinden. De aandacht voor Bonte Avonden en creools volkstoneel bijvoorbeeld, door de schrijver zelf getypeerd als 'de firma Lachen, Gieren & Brullen' had wel wat minder gekund.

Na de onafhankelijkheid verandert de Surinaamse literatuur van toon. Het optimisme, de hoop dat deze historische breuk voor Suriname een grote sprong voorwaarts zal betekenen, maakt plaats voor realisme. Het gevolg is dat schrijvers zich minder laten leiden door maatschappelijk engagement en zich meer toeleggen op het regi-streren van van psychische turbulenties. De eigen Surinaamse identiteit wordt niet meer op een goudschaaltje afgewogen, zo stelt Van Kempen, maar als premisse meegenomen.

Die ontwikkeling werkt kennelijk bevrijdend, want Van Kempen besluit met een optimistische blik in de toekomst: ,,Het jaar 2000 kondigde meer literair talent aan dan op welk ander moment ook in de geschiedenis van de Surinaamse letteren. Vangen we nog even een glimp op van de 21ste eeuw, dan zien we hoe er romandebuten verschenen van John de Bye, C ndani, Chandra Doest, Mala Kishoendajal, Rita Rahman en Annette de Vries.'' En over het recente verleden concludeert hij: ,,Een kwarteeuw Surinaamse literaire activiteit kan alleen maar verwondering oproepen over wat een klein volk kan voortbrengen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden