Review

Goldschneider sterft op podium

Wat bezielt iemand die nauwelijks lange stukken heeft gecomponeerd, weinig voeling heeft met het instrumenteren van een orkest en al helemaal geen ervaring heeft met het schrijven voor zangstem om een opera te maken van twee uur? En niet zomaar een kameroperaatje, maar een flinke productie met orkest en dertien zangers (goed voor twintig rollen): met zo'n gevaarte zou zelfs een oude rot het niet makkelijk hebben. En hoe komt zo iemand erbij dan ook nog zelf het libretto te schrijven?

Anthony Fiumara

Noem het een roeping, maar na de opera 'Call Me Ishmael' kun je de zelfverklaarde componist-librettist Gary Goldschneider alleen zelfoverschatting of gebrek aan zelfkritiek verwijten. En was het op 'Moby Dick' gebaseerde werk 'Call Me Ishmael' enkel een goed voorbeeld van wat Amerikanen zoals Goldschneider treffend social suicide noemen.

Goldschneider is in bepaalde kringen bekend als auteur van Amerikaanse zelfhulpboekjes op astrologisch-numerologische grondslag. Hij verdiende in die hoedanigheid genoeg geld om zijn muzikale hobby te bekostigen. Hij nam Beethoven-sonates op als pianist (met dierenriemnamen bij iedere sonate), speelde zijn eigen huisvlijt op cd in deels in samenwerking met dirigent Conrad van Alphen.

Een hobbyist die zondag op eigen kosten de Stadsschouwburg afhuurde, zoals de vals zingende Amerikaanse amateursopraan Florence Foster Jenkins ooit Carnegie Hall afkocht. 'More than a musical - more than an opera' kopte de kaft van het programmaboekje stoer. Maar een opera was 'Call Me Ishmael' zeker niet. Eerder een aaneenrijging van slecht georkestreerde flauwe musicaldeuntjes (met circusdrumstel!) die elkaar zonder enige dramatische noodzaak afwisselden.

De eerste akte was voldoende om na de pauze gillend weg te lopen (waarvan akte): we maakten kennis met Ishmael, die in de herberg naast harpoenvaarder Queequeg moest slapen. Veel te veel herhaling in de nietszeggende tekst (twintig keer 'Landlord, you may go', 100 keer 'Queequeg, Ishmael' als kennismakings-pingpong), geen dramatische ontwikkeling, middelbare-school-musicaldeunen die op geen enkele manier pasten bij de gezongen tekst.

Tel daarbij op dat Goldschneiders bric-à-brac zijn personages in extreme liggingen liet zingen die uitnodigden tot ontsporing, dat zangers als Sebastian Brouwer, Russel Ablewhite en Majka Kaiser gruwelijk vals zongen, en dat de regie met opgestoken middelvingers en veel overbodig gehups de schuifdeuren nooit had moeten verlaten: na een uur kon je alleen de conclusie trekken dat Goldschneider zijn eigen horoscoop misschien nog eens goed moest nalezen. Ik wens hem een gouden toekomst toe -als het even kan buiten de muziek.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden