Review

GO WEST COWGIRL

'Als we de beschaving aan vrouwen hadden overgelaten, leefden we nog in plaggenhutten.' Aldus Camille Paglia in haar boek 'Het seksuele masker' dat vorig jaar in Amerika en deze maand in Nederlandse vertaling verscheen. De filosofe Rosi Braidotti deelt haar visie niet: 'Trots op haar biseksualiteit, maar pruilend celibatair, is Camille Paglia een feministe met niets dan verachting voor de feministische beweging.' Rosi Braidotti is hoogleraar vrouwenstudies letteren aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Camille Paglia, Het seksuele Masker. Prometheus, Amsterdam, 790 blz. - f 55,-.

ROSI BRAIDOTTI

De Engelstalige pers toonde een meer cynische afstandelijkheid: misschien is zij meer gewend aan de marketing rond dit soort gebeurtenissen en ziet ze er door heen. Zo aarzelde The Independent (7 juni) niet haar, naar aanleiding van haar optreden in de 'Late show' van de BBC, een ouderwetse kijfster te noemen, een vervelende, norse spreekster. In The Women's Review of Books van oktober 1991 somt Ebert kort de belangrijkste kenmerken op van Paglia's boek: 'een culturele grap', 'nar van het patriarchaat', 'excentriek extremisme, domheid, idiotie', 'misogyne propaganda'.

Zoals Ruby Rich op 8 oktober 1991 in de Village Voice heeft opgemerkt, is Paglia een media-fenomeen vanwege haar benijdenswaardige vermogen extreme tegenspraken met elkaar te verzoenen. Ze is neo-conservatief, maar voor pornografie, abortus, prostitutie en de legalisering van drugs. Ze is een populist en heeft een hekel aan Franse intellectuelen, maar citeert Roland Barthes en heeft een doktorsgraad. Ze was lesbisch, maar haat vrijwel alles aan vrouwen; ze heeft een zwak voor femmes fatales, maar is als de dood voor afhankelijkheid, ze houdt van manwijven maar heeft een hekel aan onderwerping. Ze is een faghag (ze valt op flikkers), maar ziet aids als een straf van de 'Natuur', ook al steunt ze tegelijk de inzamelingscampagne van het ACT UP AIDS-fonds. Trots op haar biseksualiteit, maar pruilend celibatair, is ze een feministe met niets dan verachting voor de feministische beweging. Aan alle kanten barst die frustratie naar buiten: ze is een rancuneuze oude tante die te lang op haar 'vendetta' heeft moeten wachten (Opzij, juni 1992) en nu eindelijk de dag van haar leven heeft.

De vraag is: waarom doet dit fenomeen zich juist nu voor? Zowel De Volkskrant als Vrij Nederland erkent dat het manuscript van Het seksuele masker ruim tien jaar geleden werd geschreven en niet eerder kon verschijnen, omdat het aan de overkant van de Oceaan door iedereen met hersens in zijn hoofd met de diepste hoon en skepsis werd ontvangen. Dus waarom nu? Mijn antwoord is politiek: het anti-feministische klimaat dat momenteel in de Verenigde Staten heerst verklaart veel van Paglia's succes. De grote aandacht in de media voor seksueel geweld - Clarence Thomas, William Kennedy Smith en Mike Tyson -, de slepende zaak tegen abortus voor het Hooggerechtshof en de eindeloze spiraal van rassengeweld wijzen al op de onmiskenbare verslechtering van de rechten van vrouwen en minderheden aldaar. Als we dan ook nog kijken naar de feminisering van de armoede in het kielzog van de economische recessie en de roep om een nieuwe Amerikaanse orde na de Phyrrusoverwinning in de Golfoorlog, wordt het beeld duidelijk: het is tijd voor de zoveelste slag-terug tegen de feministische praxis.

Paglia moet gelezen worden in de context van de hedendaagse rechtse politiek in Amerika en het conservatisme van na de Golfoorlog. Geflankeerd door vrouwenhaters als Harold Bloom - wiens op mannen gebaseerde en door vaders overheerste literatuurtheorie in het hart ligt van Paglia's pastiche van een boek -, gesteund door een licht als de politiek filosoof Francis Fukuyama, wiens lezing van Hegel elke eerstejaars-filosofiestudent in Europa beschaamd zou doen grinniken, staat Paglia in de voorhoede van de nieuwe golf Amerikaanse pseudo-sociale theorieen die lijken te worden afgestuurd op onze beklagenswaardige kusten.

Sprekend over de situatie van het Europese sociale en politieke denken na 1989 heeft de Italiaanse linkse theoretica Rossana Rossanda al eens treurig vastgesteld dat de ineenstorting van het communistische blok onvermijdelijk moet leiden tot een kortstondige vloedgolf van Amerikaanse politieke waarden in Europa. Wat de Amerikanen daarbij in gedachten hebben wordt al snel duidelijk aan het deerniswekkende, maar moorddadige fiasco van Bush' arrogante aankondiging van een 'nieuwe wereldorde': een nieuwe variant op het bekende thema van de VS als politieman van de wereld, de 'vredehandhaver' die de vrijheid heeft elke oorlog te voeren die hem goeddunkt. Paglia's visie op cultuur en kunst brengt de Amerikaanse 'nieuwe wereldorde' binnen onze eigen intellectuele debatten, keurig begeleid door een uitvoerige berichtgeving op CNN.

In 'Het seksuele masker' schrijft Paglia een geschiedenis van de westerse beschaving. Dit is door de Nederlandse journalisten, die Paglia louter hebben gebruikt als verlengstuk van hun veldtocht tegen feministische intellectuelen, niet voldoende benadrukt. Toch is dat het centrale punt in Paglia's boek. Met het verbijsterende Amerikaanse vermogen tot de meest krasse en oppervlakkige over-generalisering, vat ze vijfduizend jaar ontwikkeling van de 'menselijke' geest samen. En met 'menselijk' bedoelt ze: joods-christelijk, Grieks, Romeins, Italiaans, Frans, Duits, Brits en Noordamerikaans. Kennelijk is de rest van de wereld niet-menselijk, pre-historisch of post-geciviliseerd: een hooghartig racistische positie.

Ze verwijst veelvuldig naar het 'oosten', maar dan wel met onverbloemd racistische stereotypen. Zo zou het boeddhistische oosten dichter bij de natuur staan, meer gericht zijn op eenheid en harmonie en daarom 'vrouwelijker' zijn. Ook het jodendom wordt genoemd: dat is 'west' noch 'oost' een diepzinnige opmerking die alleen maar een opstapje vormt naar de verpletterende uitspraak dat Freud een jood was en dus het belang van beelden niet begreep. De lezer blijft happend naar lucht achter.

Paglia schrijft niet alleen een geschiedenis van het westen; ze geeft ook een scherpe definitie van wat het westen is. Het is het product van de Apollinische rede, gedragen door grote artistieke en wetenschappelijke prestaties, zoals de Renaissance en Hollywood. Auschwitz en Hirosjima worden niet genoemd: die behoren kennelijk niet tot 'het westen'. Het Apollinische, mannelijke westen heeft deze grote beschaving opgebouwd ter beheersing van de Dionysische, vrouwelijk krachten die haar bedreigen, dat wil zeggen: 'een moeras waaruit miasmen opstijgen en waarvan de stille vijver van de baarmoeder het prototype is'.

Mannen, vooral homoseksuele mannen, moeten strijden tegen de moederfiguur als archetypisch beeld van de vrouw. Het westen is dan ook een mannelijke homoseksuele cultuur, God (een man) zij dank! In een typerende, intens vulgaire draai vraagt Paglia dan in alle ernst: waarom denk U dat homoseksuele mannen zo mager zijn en lesbische vrouwen zo dik? Omdat de eersten afstand hebben genomen tot hun moeder, terwijl de laatsten volledig door haar zijn ingesponnen.

Het verstand staat er bij stil.

Vrouwen worden gedefinieerd op strikt biologische basis en Paglia's visie op de biologie is achterhaald en deterministisch. Dat verklaart haar irritante gewoonte te spreken over 'de vrouw' in het enkelvoud, en het ontbreken van elke verwijzing naar levende, radicale schrijvers en vrouwelijke intellectuelen. Zij stelt de vrouw gelijk met de duistere primitieve krachten van de destructieve natuur, terwijl mannen de Apolinische orde van kunst, cultuur en schooheid vertegewoordigen.

Paglia heeft een vitalistische visie op de natuur als ruwe, rauwe energie: zij dampt en schuimt, wordt beheerst door razende sperma-achtige bellen die onophoudelijk overkoken en uiteenspatten. Volgens haar is er geen ontsnappen aan de biologische ketenen die ons binden en ze verwijt constructieve sociale theoretici, vooral feministen, dat ze menen dat de duistere, heidense kracht van de natuurlijke seks ooit door de samenleving zou kunnen worden gekanaliseerd of beheerst. Seks, dat wil zeggen macht, agressie en het overleven van de sterkste, zijn onontkoombaar, onvermijdelijk en onveranderlijk. Alles wat met seks samenhangt - vrouwen, pornografen, prostituees, libertijnen, pooiers en erotische kunst - wordt geprezen als sacrale 'struikrovers in het woud van de oernacht'.

Deze pan-seksualistische benadering, die doet denken aan Otto Weiniger en de vroege D. H. Lawrence, vindt haar neerslag in een proza dat zo gezwollen staat het voortdurend in een orgasme lijkt te willen exploderen. In Paglia's boek zijn vrouwen - als seksuele wezens - voortdurend aan het opzwellen, openbarsten of overvloeien. De gewone taal lijdt zwaar onder de spanning van zoveel overdaad. De Londense Spectator schreef: "Onze hele cultuur komt kloppend en vochtig van onder haar marmeren pantser van kritische hooggestemdheid te voorschijn." Paglia's stijl is bewust en uitgesproken pornografisch: hij prikkelt, maar geeft geen bevrediging en blijft dominant omdat het genot altijd in het vooruitzicht blijft. Maar omdat Paglia een militant voorstander van pornografie is, mogen we dat wel beschouwen als een teken van haar coherentie.

De enige remedie die de 'menselijke' (d.w.z. joods-christelijke, Griekse, Romeinse, Italiaanse, Franse, Duitse, Britse en Noordamerikaanse) geest gevonden heeft tegen de heidense krachten van de natuur is de cultuur. Hier speelt het geslachtsverschil een belangrijke rol. Vrouwen staan zeer dicht bij de natuur; de vrouwelijk seksualiteit is heidens, aards, niet te onderdrukken, sereen in zichzelf besloten en op vampier-achtige wijze zelfvervullend. Zwangerschap is een roofdaad waarbij het arme, argeloze sperma dat gebruikt wordt ter vervulling van de duivelse vrouwelijke zucht naar solipsistische volledigheid wordt gestrikt. "Metaforisch gezien heeft iedere vagina verborgen tanden, want een man is altijd bij zijn vertrek iets kwijt wat hij nog had toen hij er binnenging... Tijdens de seks wordt de man geconsumeerd en weer uitgespuwd door de kracht die hem gebaard heeft, de vrouwelijke draak met haar scherpe tanden."

Terwijl vrouwen, als biologische narcisten, bevrediging zoeken door de mannelijke levenskracht af te tappen, worden mannen al even fijnzinnig omschreven als het soort mensen dat staande plast. Je zou de neiging hebben dat als een farce weg te lachen, maar helaas spelen urineren en ejaculatie in het denken van Paglia een grote rol. Mannen zijn de bouwers van beschavingen omdat hun geslachtsorganen zijn blootgesteld; wanneer zij staande plassen, trekt de boog van hun urine een glinsterende baan: een brug van transcendentie

uit hun pik voortkomt, door Paglia geinterpreteerd als de mannelijke drang tot zelfprojectie. Mannen zijn ertoe veroordeeld te richten, en goed te richten (anders pissen ze op hun schoenen), en daarom bouwen ze steden en maken grote kunst. Voor vrouwen heeft de biologie alleen de donkere, orgiastische inwendigheid in petto.

Dat houdt ook in dat seksueel geweld - vooral verkrachting - geen daad van overheersing is, zoals feministen zeggen, maar eerder een rituele vertoning van mannelijke angst tegenover het vrouwelijke, dat vraagt om verkrachting als een 'natuurlijke' uitlaatklep. Paglia's verbijsterende conclusie luidt dat er geen vrouwelijke Mozart is omdat er geen vrouwelijke Jack de Ripper is. Kennelijk zijn alleen agressie en geweld de kenmerken van werkelijke genialiteit.

Haal maar eens diep adem; het is nog niet voorbij!

Paglia stelt de seksuele superioriteit van vrouwen voor als een pluspunt dat feministen zo stom zijn niet te apprecieren. De arme mannen waren wel gedwongen hun piemelige slagboom op te richten, om die superieure kracht van de vrouwen in bedwang te houden. Dit dunne vernis wordt de westerse beschaving genoemd. Mannen moesten de cultuur wel uitvinden, om zichzelf te beschermen tegen de vrouwelijkheid van de natuur.

Paglia ontkent de rol die vrouwen gespeeld hebben bij de vorming van de cultuur; ze negeert de resultaten van de antropologie, en ook negeert ze de economen die er op wijzen dat de opbouw van de 'menselijke' civilisatie is gevoed door de onbetaalde arbeid van vrouwen. Ze gaat nog verder en beweert dat vrouwen chronisch, dat wil zeggen biologisch, onmachtig zijn om bij te dragen aan de vorming van de beschaving: "Als we de beschaving aan vrouwen hadden overgelaten, leefden we nog in plaggenhutten."

Dit alles behoort tot het vaste repertoire van ouderwetse misogyne ideeen. Ze overdrijft de kracht van vrouwen, teneinde hun onderwerping te legitimeren; ze roept de onvermijdelijkheid uit van het patriarchaat als drager van wet en orde, en dringt er bij vrouwen op aan zich tevreden te stellen met de status quo. Wat ik nog veel problematischer vind is de conclusies die Paglia uit deze, verder nogal triviale, misogyne en racistische voorstelling trekt.

Ze ziet de natuur als een niet aflatende bedreiging voor de beschaafde orde; ze wijst op de geslachtelijke superioriteit van vrouwen en de mannelijke angst daarvoor, die hem ertoe brengt de beschaving uit te vinden, waarvan de enige 'menselijke' variant zich kennelijk in de westerse wereld ophoudt. En net als Fukuyama meent ze dat daaruit de conclusie moet worden getrokken dat dit de beste van alle mogelijke werelden is; elke poging deze te veranderen is niet alleen nutteloos, maar ook gevaarlijk. Feminisme is voor Paglia een kwade zaak, omdat het in zijn poging een natuurlijke stand van zaken - de onderwerping van vrouwen - te ontmantelen, knoeit met de diepste grondslagen van onze beschavingen. De natuur is soeverein.

'De natuur' vormt voor Paglia een politieke metafoor voor het rechtse conservatisme van het Amerika van na 1989. Zo spelen zowel feministen als mannelijke homoseksuelen met vuur, wanneer ze de natuurlijk orde van zaken die de agressie tempert, trachten te veranderen. En hoewel dat mannelijke homoseksuelen nog mag worden vergeven, omdat zij tenslotte de grote motor vormen achter de opbouw van de beschaving, worden beide groepen voor hun onnatuurlijke gedrag door de natuur gestraft.

In een eenpersoons heksenjacht tegen politiek radicalisme schrijft Paglia dat naarmate de vrouw meer streeft naar persoonlijke identiteit en autonomie, de natuur haar des te harder zal kastijden voor haar wil los te breken uit haar biologische lotsbestemming. Op dezelfde manier straft zij mannelijke flikkers die zich overgeven aan excessief seksueel gedrag met een aids-epidemie, 'door ziekte tot de prijs van promiscue seks te maken'.

De natuur als politieke metafoor is Paglia ook behulpzaam bij haar verdediging van kernenergie - een aspekt dat, zo kort na de Amerikaanse weigering de verdragen op de milieuconferentie in Rio te ondertekenen, onheilspellend moet klinken. "Ongelukken bestaan niet. Het enige wat er gebeurt is dat de natuur haar aanwezigheid doet voelen. Zelfs de bom ontlaadt alleen de energie die van nature aanwezig is. Een atoomoorlog zou in de grootheid van het heelal slechts een vonkje zijn. Ook wordt de natuur niet 'veranderd' door straling: ze absorbeert die uiteindelijk allemaal. Na de bom zal de natuur de kaarten opnemen die wij door elkaar hebben gegooid, ze opnieuw schudden en het spel van voren af aan beginnen. De natuur speelt een eeuwig spel patience met zichzelf." Op masturberende wijze in zichzelf besloten, is een narcistische 'natuur' best in staat de menselijke dwaasheden te herstellen, dus waar maken we ons druk over?

De tegenhanger van deze fantasie van een natuurlijke orde is de veroordeling van het liberalisme als een halfzachte theorie vol tegenspraken, die de individuele vrijheid de hoogte in steekt maar tegelijk roept om sociale controle ter garandering daarvan. Sociale controle is in de Amerikaanse wereldvisie die Paglia verdedigt, een intrinsiek kwaad, omdat het vraagt om bureaucratisch toezicht dat zich mengt in de wet van de markteconomie. Paglia is een fervent individualiste. Ze minacht alle politieke bewegingen, omdat deze de autonomie van het individu aan banden leggen. Ze gelooft in het sociaal-darwinisme, en is daarmee het perfecte instrument van het Amerika van na de Golfoorlog, op zoek naar conformisme en trouw aan de natie.

Het is dan ook geen verrassing dat het kapitalisme voor haar het einde van de geschiedenis en haar hoogste en meest begerenswaardige prestatie vormt. Voor Paglia wordt de westerse cultuur bezield door een visionair materialisme, de 'romance van dingen, hard, glimmend, ordinair en eigenzinnig'.

Het is nog minder verrassend dat de Amerikaanse cultuur voor haar het hoogtepunt vormt van de westerse beschaving; haar grootste bijdrage ligt in de populaire cultuur, met name de film. De cinema is de triomf van de beelden; zij markeert de wederopstanding van de natuurlijke, demonische krachten, vooral seks en geweld, die door Paglia worden geloofd als de biologische wortels van de kunstzinnige scheppingskracht. Hollywood, het nieuwe Babylon, pompt 'het moderne neurotische nihilisme van de hoge cultuur' een demonische levenskracht in. Als zodanig is de film uiterst subversief. De projector is net als de mannelijke zelf-projectie van urine en ejaculatie: straal, pijl, schot, sperma; zij markeert de mannelijke transcendentie tot kunst.

In een gezegende onwetendheid van de kritiek van filmtheoretici als Anneke Smelik, die hebben gewezen op de dodelijke macht van de mannelijke blik in de film, trekt Paglia vervolgens een hele reeks verbijsterende analogieen tussen de grote 'menselijke' (d.w.z. joods-christelijke, Griekse, Romeinse, Italiaanse, Franse, Duitse, Britse en Noordamerikaanse) kunst en de Amerikaanse populaire cultuur: de godin Athene wordt vergeleken met Greta Garbo en Marlene Dietrich; Venus met Bette Davis en Elizabeth Taylor; de Griekse beelden van jongemannen met Elvis Presley; Dante's Beatrice met Jodie Foster; Kleists Achilles met Bob Dylan; Botticelli's Venus met Rita Hayworth; Coleridge's Christabel met Lauren Bacall; Byrons Don Juan met Fred Astaire; Balzacs Sarrasine met Katherine Hepburn. Goethe's romantiek is net de Amerikaanse tegencultuur van de jaren zestig en de Engelse Gothic novel uiteraard net een horrorfilm uit Hollywood.

De American way of life kan in deze dagen, nu de kracht van de VS meer berust op militaire dan op economische macht of op morele geloofwaardigheid, ook de vorm aannemen van een cultureel revisionisme van de Europese geschiedenis. Paglia houdt ons een specifieke visie op het westen voor, als een racistisch, masculinistisch, individualistisch, agressief, kapitalistisch en hegemonistisch systeem dat de Verenigde Staten als het hoogtepunt van de beschaving beschouwt. Nu Disneyland zojuist zijn poorten geopend heeft in een van de voorsteden van Parijs, is het interessant te zien dat de Ninja Turtels momenteel de populairste TV-tekenserie zijn. Hun namen? Michelangelo, Leonardo, Donatello en Raphael. Een nieuwe Renaissance?

Dit is geen culturele kruisbestuiving, maar een planetaire vergiftiging van middelmatigheid, racisme en vrouwenhaat. Waarom schrijven onze journalisten niet over deze verstrekkende kwesties die door Paglia's boek worden opgeworpen, in plaats van hun aandacht uitsluitend te richten op haar polemiek tegen feministen? Misschien is de tijd gekomen dat de Nederlandse media ophouden te zwelgen in het goedkope genot van het feministen-rammen, en zich afvragen wat er op het spel staat in de huidige campagne tegen politiek radicale denkers, zoals de feministen, in zowel de Verenigde Staten als de EEG.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden