Review

Gitarist Joe Morris vormt uitzondering

GRONINGEN - Antonella Salis betrad zaterdagavond het podium van de kleine zaal van de Oosterpoort in hetzelfde kloffie als altijd. Dat het buiten regende en het koud was, deerden hem niet. Hij droeg een shirt en korte sportbroek, die zijn zongebruinde en gespierde armen en benen goed zichtbaar lieten, en een petje tegen het felle spotlicht.

Salis wordt het best bewaarde geheim van de Italiaanse jazz genoemd. Hij speelt piano en accordeon met een energie en inzet die de spierbundels meer dan verklaren. Met altsaxofonist Sandro Satta vormt hij een duo, waarmee hij in kort bestek door de muziekgeschiedenis heen dendert.

Een themaatje hier, een uitweiding daar, een stukje onvervalste freejazz, een aanzetje tot experiment, een mierzoete pastiche die eindigt in een dwarse finale. Alles is bij hen mogelijk. Of hun werkwijze nieuw is, is niet belangrijk. Onderhoudend zijn hun explosieve performances wel degelijk.

Het duo was onderdeel van de eveneens al jaren niet meer vernieuwende Jazzmarathon. Daarvoor is de programmering te weinig expliciet en worden er te veel voorspelbare keuzes gemaakt. Onderhoudend is het daarentegen wel degelijk: daarvoor staan de namen van grote publiekstrekkers garant. En of je nou van traditionele jazz houdt of van wat meer eigentijdse improvisatiemuziek, iedereen komt vroeg of laat wel aan zijn trekken. Maar of je daarmee als festival een duidelijk gezicht krijgt?

Conventionele muziek was er dit jaar volop, van meesterdrummer John Engels (in verschillende combinaties) en meesterpianist Brad Mehldau (met zijn vaste trio), tot meestergitarist John Scofield (met band) en de op het allerlaatste moment gecontracteerde meesteraltsaxofonist Arthur Blythe (met kwartet).

Deze 'meesters' kregen inhoudelijk weerwerk van musici die in hun muziek beduidend meer de diepte in gingen, zoals de nog volstrekt onbekende gitarist Joe Morris, de in Nederland veelgeprezen trompettist Dave Douglas en rasta-klarinettist Don Byron.

Met zijn nieuwste project 'Existential Dred' laat Byron horen het te vertikken stil te willen blijven staan. Eerder verdiepte hij zich in klezmer en latinmuziek. In 'Existential Dred' zoekt hij het experiment in de populaire muziek. Sullige deuntjes uit het 'easy tune'-repertoire worden uitgediept en met de rol van 'dichter' Sadiq (let wel: geen rapper!) krijgen teksten een prominent aandeel. Ondertussen excelleren Byron op (bas)klarinet en Uri Caine op piano en synthesizer.

Dave Douglas is de laatste jaren een regelmatige gast van de Jazzmarathon. Met zijn trompetspel schitterde hij een paar jaar geleden in John Zorns Massada en twee jaar terug stond hij min of meer centraal met maar liefst drie groepen. Of zijn nieuwe octet 'Sanctuary' een aanwinst is, kan vooralsnog niet gezegd worden. Het optreden bevatte prachtige, dromerige passages, maar evenzoveel mislukte momenten waarbij de musici maar niet samen wilden komen. De opzet met twee trompettisten, twee bassisten en hi-tech (sampler en elektronische percussie) lijkt veelbelovend, maar dan moet er wel eerst keihard gewerkt worden.

Een bescheiden hoogtepunt van deze 24ste Jazzmarathon was het optreden van de Amerikaanse gitarist Joe Morris. Als gitaarsolist behoort hij in het rijtje van de allergrootsten, zo eigenzinnig en uniek is zijn aanpak. Zijn spel is echter ook weer zo eigengereid dat hij er twintig jaar over heeft gedaan om een publiek te bereiken. In het kwartet, waarmee hij zich in de Oosterpoort presenteerde, stelde Morris zich vrij bescheiden op. Zo ging de eerste solo naar de in microtonaliteit geschoolde violist Mat Maneri. Ook de bassist en drummer kregen alle ruimte. Uiteindelijk ging het echter toch om het puntige, abstracte, absoluut clicheloze spel van de gitarist, dat ondanks die grilligheid ook al opmerkelijk soepel en melodisch klonk. Zo melodisch en vol innerlijke schoonheid, dat je af kunt vragen waar zijn publiek zich al die jaren opgehouden heeft.

Tussen traditie en vernieuwing bevonden zich de optredens van het (Amsterdamse) Benjamin Herman Trio en het (Newyorkse) Herbie Nichols Project. Hun concerten in de Jazzclub hadden, hoezeer ze ook van elkaar verschilden, ook iets grappigs.

De Amerikanen (een kwintet onder leiding van pianist Frank Kimbrough) deden een poging het werk van hun ten onrechte ondergewaardeerde landgenoot Herbie Nichols tot leven te wekken. Kenners plaatsen de in 1963 overleden Nichols in hetzelfde rijtje als Mingus en Monk. Maar in de azzclub bleef het bij afstandelijk uitgevoerde arrangementen. Een groot verschil met de gepassioneerde uitvoeringen van Nichols werk die Misha Mengelberg jaren terug met zijn ICP Orkest verzorgde. Het grappige was nu dat het trio van altsaxofonist Benjamin Herman zich geheel wijdde aan het werk van Mengelberg. Oude, weinig gespeelde melodieën werden uit de kast gehaald en verrassend nieuw leven ingeblazen. Hadden de Amerikanen maar hetzelfde met Nichols gedaan!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden