Review

Gezocht: Stevige rotsen onder het Nederlander-zijn

In maart vindt de Boekenweek plaats en dit jaar is het thema 'Spiegel van de Lage Landen - boeken over onze geschiedenis'. Arjan Terpstra bespreekt de komende weken wat er in dat kader zoal uitkomt. In deze eerste aflevering drie oude bronnen van kennis en fabels, die op 15 februari verschijnen bij Athenaeum - Polak & Van Gennep.

Het zal niet vaak zijn voorgekomen dat het thema van een boekenweek zo naadloos aansluit bij wat de natie bezighoudt. Het motto 'Spiegel van de Lage Landen - boeken over onze geschiedenis' valt recht in de boeggolf van de geschiedenis-revival die we lijken mee te maken. Nut en noodzaak van een historische canon, de reanimatie van het geschiedenisonderwijs, bezorgdheid over het gebrek aan historisch besef: het gesprek over het verleden heeft maatschappelijke urgentie gekregen.

Wekt het 'Lage Landen' in het motto nog de indruk dat het ook over België mag gaan, de ondertitel 'boeken over onze geschiedenis' wijst die suggestie genadeloos van de hand. Onze geschiedenis. Na zoveel magere jaren kunnen we kennelijk weer hopen op een afgeronde vertelling over Nederland en de Nederlanders, die ons bindt. Althans dat wordt gesuggereerd.

Om een gemeenschappelijke afkomst gaat het in die vertelling niet meer, dát nationalistische station is gepasseerd: het medicijn voor dit ontstoken tijdsgewricht is een 'gedeelde identiteit'. Een set in de historie zichtbare normen en waarden, die allochtoon en autochtoon als Hollandse ingezetene kunnen delen.

Dat maakt het interessant dat Athenaeum 'De opstand van de Bataven' uitbrengt. Deze fragmenten uit Tacitus' 'De Historiën' vertellen van de opstand van Bataafse en andere Germaanse stammen tegen het Romeinse gezag in 69 na Christus. In deze spannende en vlot vertaalde teksten ligt de grondstof van de 'Bataafse mythe': een nationaal verhaal van moedige voorouders die de wapens opnamen tegen het machtige Romeinse rijk en buurvolkeren warm wisten te maken voor een onbaatzuchtige vrijheidsstrijd.

Tacitus' tekst maakt die versie van het verhaal begrijpelijk: de schrijver strooit complimenten in het rond voor de moedige Bataafse krijgers en voor hun leider Claudius Julius Civilis. Maar hij is ook kritisch over bepaalde Germaanse gewoonten: ,,Voorts ging het verhaal dat Civilis zijn zoontje een paar Romeinse krijgsgevangenen gaf als schietschijf voor pijlen en oefensperen.''

Dat is andere koek dan 'Het einde van Johan van Oldenbarnevelt beschreven door zijn knecht Jan Francken', een door Thomas Rosenboom verzorgde hertaling van een verslag uit de eerste hand. Het is een in zijn naïviteit ontroerend relaas over de laatste dagen van Van Oldenbarnevelt, een van de indrukwekkendste staatslieden die Nederland ooit voortbracht, een minutieus verslag van een jonge knecht die zijn heer dient met alle verschuldigde respect en maar weinig begrijpt van het politieke wespennest waar deze in terecht was gekomen.

Juist omdat het politieke element grotendeels ontbreekt - de scherpe conflicten met prins Maurits, de geloofstwisten tussen 'preciezen' en 'rekkelijken' - komen de beminnelijkheid en redelijkheid van de oude staatsman sterk naar voren. Het maakt het verhaal van het door Maurits opgezette showproces en van de executie op het Binnenhof extra wrang.

Prachtige geschiedenis, maar wat leert het ons? Als 'identiteitsvormers' en 'maatschappelijk bindmiddel' zijn Van Oldenbarnevelts gematigdheid en zijn goedmoedigheid aanbevelenswaardig.

Als knecht Jan zijn heer bijvoorbeeld zweert hem na de executie altijd in zijn gebeden te blijven gedenken, is het antwoord: ,,Nee Jan, dat is op zijn paaps, als men dood is moet het voorbij zijn.'' Een voorbeeldige houding van een voorbeeldig mens, maar zegt het ook iets over Nederlanders? Niets natuurlijk. Van Oldenbarnevelt werd door Nederlandse rechters berecht en onthoofd door een Nederlandse beul. Typisch Nederlandse slaafsheid of bruutheid?

Misschien moeten we niet moeilijk doen, en op z'n 19de-eeuws de goede handelwijze zonder aarzeling tot leidraad nemen voor wat een goede burger hoort te doen. Een beetje zoals gebeurt in een Nederlandstalige heruitgave van het Amerikaanse kinderboek 'Hans Brinker of de Zilveren Schaatsen'.

Hierin wordt ongegeneerd de lof trompet gestoken over een Nederland dat de auteur, Mary Mapes  Dodge, alleen van horen zeggen kende. Dat weerhield haar er in 1865 niet van om het een 'land van moed en werklust' en 'het dapperste kleine landje ter wereld' te noemen, en een wereld op te roepen van brave klederdrachtkinderen en onschuldige schaatspartijtjes tussen de windmolens.

Een Hollandeske wereld die even aantrekkelijk is als alle andere goede kinderboekenwerelden, een ongecompliceerde vertelling die je graag als 'onze geschiedenis' zou willen omarmen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden