Getuigen van goedheid

Lieflijk, op het zoete af, zijn de reliëfs met religieuze voorstellingen die de Della Robbia's in de 15de en 16de eeuw in het Italiaanse Florence maakten. Tegelijk zijn ze ook heel levendig van kleurstelling, na vijf eeuwen intensief aan de weersomstandigheden te zijn blootgesteld, ogen ze nog opmerkelijk fris.

Kleuren als bladgroen, citroengeel, paars (in plaats van rood wat technisch gesproken niet gemaakt kon worden), naast kobaltblauw en gebroken wit, staan op de objecten die bijeen zijn gebracht op de eerste tentoonstelling gewijd aan de generaties Della Robbia sinds mensenheugenis.

Die taak heeft het Bijbels Museum in Amsterdam op zich genomen, bij wijze van kerstcadeautje aan zijn bezoekers die in deze winterse tijden op zoek zijn naar hartverwarmende kunst. Geen weids opgezette, diepgravende presentatie, maar een beperkt panorama in twee zalen. Aan de hand van een zestigtal stukken is tóch een goede indruk te krijgen van wat de beroemde keramistenfamilie bezighield. Haar faam hoeft niet meer te worden bewezen. Het is immers een uitgemaakte zaak dat Della Robbia sinds de Renaissance een grote naam is in de kunstwereld: de productie in het atelier van Luca della Robbia (1399-1482) die werd voortgezet door zijn neef Andrea (1435-1525), zit in duizendvoud vastgespijkerd tegen Italiaanse kerken en straatpanden.

Slechts een klein deel bevindt zich in 'mobiele' staat en het meeste daarvan zit verspreid over de wereld in toonaangevende musea. Zo beschikken in Nederland musea als het Rijks in Amsterdam en Boijmans in Rotterdam een aantal stukken. In de vaste collecties krijgen die objecten eigenlijk nooit een goede context. Ze zijn in hun wezen heel apart en komen in een religieuze sfeer het best tot hun recht. De keus van het Bijbels Museum is daarom nog niet zo vreemd.

De objecten op de tentoonstelling komen, hoewel het voor de hand zou liggen, niet rechtstreeks uit Italië. Het is aan de interventie van de Franse koning Napoleon III te danken dat in 1863 een omvangrijke privé-verzameling uit Italië voor de Franse musea werd aangekocht. Werken van Della Robbia waren tot dat jaar in bezit van de markies van Campana. Deze gefortuneerde Romeinse bankier kon op een gegeven moment door onhandige transacties niet meer aan zijn financiële verplichtingen voldoen en werd vervolgens failliet verklaard. Zodoende kwam zijn omvangrijke kunstcollectie rond 1862 in de aanbieding. De Franse staat, die de bankier wellicht als geheim agent in dienst had, was er als de kippen bij om voor waarschijnlijk te veel geld de Italiaanse terracotta's aan te schaffen.

Zo kon het Louvre verschillende zalen met het werk van Della Robbia vullen. Nog onlangs, toen het Parijse museum een intensieve opknapbeurt onderging, werd besloten om de aankoop grondig te bestuderen. In het verleden was dat slechts oppervlakkig gebeurd, met als gevolg een hele reeks verkeerde toeschrijvingen en daardoor ook slechte restauraties, vervalsingen en verkeerde interpretaties wat betreft ouderdom en techniek. Het onderzoek heeft tot nu toe veel nieuwe feiten opgeleverd, feiten die ook in de documentatie van de tentoonstellingsstukken zijn verwerkt. Wat dat betreft is de Amsterdamse tentoonstelling up to date.

Zo wordt nu een nieuw licht geworpen op de werkwijze van de Della Robbia's. Het was natuurlijk bekend dat hun productie industriële trekken had. De vele honderden, zo niet duizenden reliëfs die een eeuw lang vanuit de Florentijnse ateliers de wereld werden ingestuurd, kunnen niet allemaal door een en dezelfde familie (oom en neef met respectieve zonen) zijn gemaakt.

Waarschijnlijk, zo zegt ook Jean-René Gaborit, hoofdconservator beeldhouwkunst in het Louvre, maakten ze in het atelier gebruik van mallen die vormen opleverden die met de hand nog enigszins gepersonaliseerd werden. Bij het bakken van de klei - die in de buurt van Florence uit de rivierbedding van de Arno werd afgegraven - werd gebruikgemaakt van een zogeheten groot (hout)vuur. Daarbij werden temperaturen van tegen de duizend graden bereikt. De klei werd, net als de majolica, slechts één keer gebakken. Vervolgens werden de emailglazuren aangebracht en doorliep het object nog één stookgang. Om craquelures tegen te gaan, verliep het afkoelproces heel voorzichtig. In ieder geval zitten de kleuren onlosmakelijk aan het object vast. Het resultaat is van een onverminderde frisheid, die opvallend weinig slijtage vertoont.

De opvatting dat 'de Renaissance 'zo'n kleurloze kunst' heeft voortgebracht', wordt met de stukken van de Della Robbia volkomen weerlegd. Naar de aard van de meeste objecten bekeken, valt vooral een zekere wezenloosheid op. De Florentijnse keramisten kozen zonder uitzondering voor heiligenfiguren, veel Maria's met het Jezuskindje, veel engelen en zelden of nooit voor profane, wereldse voorstellingen. De kerk was een instituut van immense goedheid en de beelden in en op die kerk mochten daar best van getuigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden